Tussen Bill Gates en Darfur
Wie wil er niet rijk zijn? Bijna iedereen zal die vraag met 'ja' beantwoorden. Rijk zijn biedt veel voordelen. Je kunt alles kopen wat je nodig hebt of eigenlijk ook niet nodig hebt. Je kunt de stoere bink uithangen en je hebt veel vrienden en vriendinnen. Maar het is de vraag of dat waar is. Rijke mensen zijn juist het meest ontevreden en kunnen zich soms erg eenzaam voelen. Maar arm zijn is ook niet iets wat je graag bent. Je moet steeds afwegen of je iets wel echt nodig hebt. In het ergste geval kun je die afweging niet eens maken. Dan heb je geen geld genoeg om bijvoorbeeld nieuwe kleren te kopen, terwijl dat echt wel nodig is. Wel is het zo dat arme mensen met het kleinste soms erg tevreden zijn. Het is dus maar de vraag wat je nu het beste kunt zijn.
In het paradijs waren alleen rijke mensen. Door de zonde is de armoede in de wereld gekomen. Toch heeft God zowel de rijke als de arme geschapen: ijken en armen ontmoeten elkander: e HEERE heeft hen allen gemaakt (Spreuken 22:2). In Zijn voorzienigheid word je geplaatst in het gezin waar je nu mag zijn. De verschillen kunnen zeer groot zijn. Denk er eens aan dat je woont in het arme en door burgeroorlog verscheurde land Soedan. Of in de sloppenwijken van Santo Domingo. De meeste van ons zijn geboren in het rijke westen. We kunnen ons geen voorstelling maken hoe het zou zijn om in zo'n arm land geboren te zijn. Laten we toch dankbaar zijn dat God ons in Zijn voorzienigheid hier gebracht heeft.
Nu is het zeker de vraag of we beter af zijn. De Bijbel geeft op verschillende plaatsen aan dat een rijke in het Koninkrijk van God juist slechter af is: n Jezus zeide tot Zijn discipelen: oorwaar, Ik zeg u, dat een rijke bezwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan (Mattheüs 19:23). En ook: et is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods inga (Markus 10:25). Een rijke zal ook veel meer last hebben van aller-lei verleidingen. In 1 Timotheüs 6:9 lezen we: och die rijk willen worden, vallen in verzoeking, en in den strik,
en in vele dwaze en schadelijke begeerlijkheden, welke de mensen doen verzinken in verderf en ondergang. In de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus zien we ook dat grote onderscheid. De verschillen waren groot en bleven groot ook na hun beider sterven. De rijke man had slechts tijdelijk kunnen genieten van zijn rijkdom en moest nu eeuwig pijn lijden in de hel. De arme Lazarus juist precies andersom. Het mag duidelijk zijn wie uiteindelijk het beste af is.
Je zou nu kunnen denken: aat ik maar arm zijn, want dan is de kans groter dat ik bekeerd zal worden. Beter is de wijze Agur na te spreken: Jdelheid en leugentaal doe verre van mij; armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels; Opdat ik, zat zijnde, U dan niet verloochene, en zegge: ie is de HEERE? Of dat ik verarmd zijnde, dan niet stele, en den Naam mijns Gods aantaste (Spreuken 30:8 en 9). Ook dienen we rekening te houden dat rijk zijn een schat is die snel anders kan worden: e HEERE maakt arm en maakt rijk; Hij vernedert, ook verhoogt Hij (1 Samuël 2:7). We zouden als we het bovenstaande gelezen hebben, kunnen denken het is Gods besluit dat er arme en rijke mensen zijn, dus daar mogen we niets aan doen! Zou dat waar zijn? Wat vraagt de HEERE?
Een opdracht
Er is een groot onderscheid tussen arm-zijn in Nederland of in één van de arme landen in Afrika. Hier hebben we nog goed eten, drinken, medische zorg en onderwijs. Daar ontbreekt bijna alles. Daardoor ontstaan allerlei ziekten, waardoor veel jonge kinderen sterven. Ook moeten jonge kinderen al vroeg lange dagen eentonig werk doen en is het analfabetisme groot. Het verschil is ontstellend groot en helaas wat vinden we het veelal gewoon!
We hebben in het voorgaande gezien dat de HEERE rijk of arm maakt. Als we rijk mogen zijn, is het bezit niet ons eigendom. We zijn slechts rentmeester en zijn verantwoording schuldig aan de Gever, Die ook de eigenaar blijft. We kunnen dus niet maar doen met wat God ons
gegeven heeft wat we zelf willen. We hebben zeker een opdracht om ons bezit op de juiste wijze te besteden. Dat geldt niet alleen oudere mensen, maar ook jongeren. Wat geven we ons geld toch gemakkelijk uit aan allerlei dingen, die als het erop aankomt, niet echt nodig zijn. Wij kijken soms met jaloersheid naar het onvoorstelbaar grote vermogen van Bill Gates. In vergelijking met ons allen is die man ontzaglijk rijk. Realiseer je dat in vergelijking met een jongere in de vluchtelingenkampen van Darfur wij ook heel rijk zijn.
Als we dat mogen zien dan kan het toch niet anders of we zullen proberen te helpen op welke wijze dan ook. We denken al snel dat onze geringe bijdrage toch een druppel op een gloeiende plaat is. En ook zijn de regeringen zo corrupt, waardoor een groot deel de arme mensen niet bereikt. Helaas is dat deels waar, maar dat ontslaat ons niet van onze verantwoordelijkheid te doen, wat de HEERE van ons vraagt. In Jesaja 58:7 geeft de HEERE ons duidelijk een opdracht: s het niet, dat gij den hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt?
Misschien vraag je, je af: oe kan ik het beste helpen? Het gemakkelijkste is om regelmatig geld te geven aan goede doelen. Binnen de Gereformeerde Gemeente heeft het deputaatschap tot Hulpverlening in Bijzondere Noden een taak gekregen om hulp te bieden in zulke omstandigheden. Met jullie steun kan veel bereikt worden. Echter alleen steun via een gift is onvoldoende: n al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven (1 Korinthe 13:3). Onze gaven moeten gemengd
worden met de liefde en met het gebed. Daarom naast de opdracht om onze rijkdom op de juiste wijze te besteden ook de opdracht om onze arme naaste ook in onze gebeden een plaats te geven.
Wel moeten we bedenken dat we met al onze goede bedoelingen de armoede de wereld niet uit kunnen krijgen. Dat socialistische streven lijkt op het eerste gezicht nobel. Het is echter in strijd met Gods Woord: ant de arme zal niet ophouden uit het midden des lands; daarom gebiede ik u, zeggende: ij zult uw hand mildelijk opendoen aan uw broeder, aan uw bedrukten en aan uw armen in uw land (Deuteronomium 15:11). Daarmee geeft de Heere aan dat er altijd armen zullen zijn, je mag ze echter niet zomaar laten staan en niets doen. Naast het verschil in dit tijdelijke leven is er ook een verschil in het leven na het sterven. Het is dan niet belangrijk of
we arm of rijk geweest zijn, maar hebben we een rijkdom leren kennen die we door genade hebben mogen ontvangen.
Ontmoeten elkaar
De verschillen tussen rijk en arm vallen weg bij ons sterven. Voor de troon van God zal een rijke geen voordeel hebben boven een arme of omgekeerd. Daar vindt een ontmoeting plaats waar alle mensen gelijk zijn voor een rechtvaardige Rechter. Alle mensen zijn dan schuldige zondaren in zichzelf, die voor Gods heilig oog niet kunnen bestaan. En toch is er verschil!
Rijke of arme mensen, die door Gods opzoekende liefde een rijkdom hebben leren kennen, die in het niet valt met de rijkste mens op aarde. Als we dat mogen bezitten, maakt het in principe niet uit of we arm of rijk zijn in deze wereld. Dat is nu mogelijk geworden omdat er Iemand geweest is Die rijk was, maar arm wilde worden om een arme of rijke in zichzelf eeuwig rijk te maken. Voor al degenen die daar kennis van mogen krijgen zal de eeuwigheid niet lang genoeg zijn om het uit te jubelen: Het is door U, door U alleen om het eeuwig welbehagen.
Wel blijft het voorrecht groot dat we op mogen groeien in een zekere welvaart. De arme mensen worden zo in beslag genomen door het zoeken naar eten en drinken, waardoor er minder tijd over is voor het zoeken van de eeuwige zaken. Wij hebben daar meer tijd voor of worden we in beslag genomen door allerlei andere zaken? Door onze welvaart hebben we zoveel wat onze tijd in beslag neemt, waardoor ook wij geen tijd hebben voor de meest wezenlijke zaken van dit leven. Zo zie je maar dat het verschil tussen rijk en arm minder groot is dan we denken. Een arme leeft veel afhankelijker dan een rijke. Een rijke denkt zich zelf wel te kunnen verzorgen. Dat verschil maakt dat een arme van nature dankbaarder zal zijn dan een rijke.
Tenslotte een oproep aan ons allen van de Koning van de kerk (Psalm 49:1 berijmd): Gij volken, hoort; waar ge in de wereld woont; 't Zij rijk of arm, komt luistert naar dit Woord'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 2006
Daniel | 32 Pagina's