JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Niet naar Indië, wel naar Amerika

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet naar Indië, wel naar Amerika

6 minuten leestijd

Arie Vergunst werd op 22 januari 1926 in Leiden geboren. Hij was de derde van de vier kinderen van Hendrik Vergunst en Francina Everdina Roelofsen (haar vader was een broer van ds. H. Roelofsen). Beide ouders mochten de Heere vrezen. Vader Vergunst was heel open; zijn vrouw had een meer gesloten karakter. Vergunst had in de Betuwe een sigarenfabriek gehad. Later werkte hij in Leiden, terwijl zijn vrouw een sigarenwinkel dreef. Vader Vergunst overleed in 1945. Arie kwam de laatste twee oorlogsjaren weinig buiten, omdat jonge mannen het gevaar liepen opgepakt en naar Duitsland gestuurd te worden. In zijn ouderlijk huis was een schuilplaats gemaakt, die via een klerenkast bereikbaar was. In die tijd werd een preek van ds. L. Rijksen, kort nadat deze in Leiden predikant was geworden, gebruikt om de 18-jarige Vergunst stil te zetten. Na de mulo en de HBS-B-opleiding voltooid te hebben, werkte Arie Vergunst op kantoor bij koffiefabrikant Douwe Egberts. De Heere riep hem echter tot het predikambt. Zijn latere vrouw zag hem op de Singel in Leiden naar een lerares oude talen gaan. Zo bereidde hij zich voor.

Op 27 juni 1946 werd Vergunst toegelaten tot de Theologische School. In Rotterdam vond hij een kosthuis. Met zijn jaargenoten H. van Gilst en G. Zwerus had hij een hechte band, al waren er grote karakterverschillen. Student Vergunst was 23 jaar toen hij op 8 juli 1949 afstudeerde. Het was de bedoeling dat hij als legerpredikant uitgezonden zou worden naar Nederlands-lndië, naar Soerabaja op het eiland Java. Zijn thuisgemeente. Leiden, bracht daarvoor een beroep op hem uit. Voor de andere gemeenten was hij niet beroepbaar.

Een medische keuring onderging Vergunst met goed gevolg. De uitzending ging echter niet door, omdat de kandidaat zich niet wilde laten inenten. In een brief aan de soldaten in Soerabaja, die naar zijn komst had uitgezien, zette hij zijn motieven uiteen. "Jammer, vrienden, dat Cand. Vergunst niet kan overkomen om ook voor ons te zijn een herder en leraar, " aldus het Contactblad van de militairen uit de gereformeerde gezindte in Indië. Door de souvereiniteitsoverdracht eind 1949 zou de uitzending van de jonge predikant overigens maar heel kort geduurd hebben.

Hij werd nu samen met de studenten Van Gilst en Zwerus per 1 december beroepbaar gesteld. Op 1 februari 1950 werd Vergunst predikant in Zeist.

Het waren moeilijke jaren in het kerkelijk leven. Ds. Vergunst was scriba van de Generale Synode in 1953, waar een scheuring plaatsgreep. Hij heeft erg onder de gebeurtenissen geleden. "Dat bleef aan hem knagen, " zegt zijn vrouw. "Hij heeft altijd gehoopt dat het nog weer eens bij elkaar mocht komen. De scheuring in de Amerikaanse gemeenten in 1993 hoefde hij niet meer mee te maken. Dat zou voor hem diepingrijpend zijn geweest."

In 1954 vertrok ds. Vergunst naar de Verenigde Staten. Daar wachtte een kleine gemeente in het boerendorpje Corsica. Op 21 januari 1955 trouwde hij met Simonia (Monie) Treur.

Van het uitgestrekte platteland verhuisden ze in 1957 naar hartje stad: s. Vergunst nam de herdersstaf op in Rotterdam-Centrum. In 1972 volgde de bevestiging in Veen, en op 28 januari 1981 leidde ds. W.C. Lamain hem in tot zijn dienstwerk in Kalamazoo. Met de woorden van Psalm 90:16 en 17 had ds. Vergunst in de Rotterdamse Boezemsingelkerk afscheid genomen van de gemeenten in het vaderland: Laat Uw werk aan Uw knechten gezien worden, en Uw heerlijkheid over hun kinderen. En de liefelijkheid des Heeren, onzes Gods, zij over ons; en bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja, het werk onzer handen, bevestig dat."

Mevrouw Vergunst typeert haar man als een levendige persoonlijkheid, die gemakkelijk te benaderen was. "Hij was impulsief, soms driftig, maar kon ook spontaan zijn ongelijk bekennen. Hij had een scherp doorzicht in allerlei situaties en voelde vaak haarfijn aan wat anderen voelden en dachten. Hij had een enorme werkkracht, wilde samenbindend bezig zijn en had ook grote overredingskracht, Hij had gezag, zowel in zijn gezin als in het kerkelijk leven.

Ik was weieens jaloers op zijn gelijkmatige geestelijk leven. Hij sprak niet zo gauw over wat er in zijn hart omging. Hij kon zijn zorgen bij de Heere brengen en dan waren ze vaak ook van zijn schouders af. Hij had veel meer vertrouwen dan ik en sprak zo graag goed van zijn Koning."

Na het overlijden van ds. Vergunst schreef ds. A. Elshout: "Hij heeft zijn werk in Nederland aan anderen kunnen en mogen overdragen. Zijn werk hier in Nederland was af. Hij wilde nog jarenlang werkzaam zijn in Amerika. Dat was 's Heeren wil niet. Voor de Heere was het genoeg dat hij slechts korte tijd in Amerika arbeidde. Hij ging in in de rust die er overblijft voor het volk van God."

Ds. Vergunst naast dc kerk in Veen.

"Een stukje schrijven over je vader. En dan vooral: wie was hij voor mij? Vanwege zijn werkzaamheden was hij er vaak niet. Als hij er was, dan kon hij ook met ons bezig zijn. Vaak op een hem kenmerkende manier van doen en soms behoorlijk bruisend. We hadden een opgeruimde en hartelijke vader die genieten kon van de mooie dingen van het leven en ons daar ook bij betrok. Ook kon hij snel heel boos worden al was de lucht vaak weer snel opgeklaard want lang boos blijven kon hij niet. Als hij daarin verkeerd was geweest gaf hij dat ruiterlijk toe. De gesprekken waren niet altijd even lang. Met humor of sterke overredingskracht wist hij je vaak op die plaats te krijgen waar hij dat wilde. Over zowel dagelijkse dingen van het leven als geestelijke belangen nam hij je wel eens apart. De dienst van de Heere kon hij op een warme wijze aantrekkelijk maken. Als kind zei je dan maar niet zoveel maar toch, je vond het fijn. Op een dag moest hij in Leiden preken. Vlak bij de kerk zei hij: "Als je straks de kerk inloopt dan moet je in de 4'" bank van achteren gaan zitten links van het pad bij de muur. Daar heeft de Heere me bekeerd". Zulke dingen waren typerend voor hem. Soms hoorde je hem wel eens na een kerkdienst zeggen: "wat een rijke stof om te overdenken". Je hoorde het meer aan de klank in zijn stem dan door de woorden, dat het niet alleen prediking maar ook beleving was geweest. Dat zijn mooie momenten die je niet vergeet. Het valt op dat we als zijn kinderen op een aantal wezenlijke zaken hetzelfde denken. Terugkijkend besef je dat de invloed van onze vader groot is geweest. Zijn leven, gesprekken en voorbeelden vormde je en zijn bepalend geweest voor je eigen handelen. Ik ben daar dankbaar voor."

Ds. Vergunst als docent (cursusjaar 1976-1977). In het jubileumboek van de Theologische School wordt hij getypeerd als gevoelig, hartelijk, principieel, evenwichtig en liefdevol. Van links naar rechts: M. Golvcrdingen, A.B. van der Heiden. R. Kattenberg, C. Vogelaar, J. de Pater, ds. K. de Gier, ds. A. Vergunst en J.J. Tanis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 2006

Daniel | 36 Pagina's

Niet naar Indië, wel naar Amerika

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 2006

Daniel | 36 Pagina's