Een klein kinderhart voor de allerhoogste Majesteit
Wat kan een kind aandoenlijke vragen stellen. Het is nog zo ontvankelijk. Wat is de 'kindertijd' nog teer. Heel eerlijk klinkt echter in het formulier voor de Heilige Doop dat de kinderen in zonden ontvangen en geboren zijn. Dat zij daarom kinderen des toorns zijn, zodat ze in het rijk Gods niet kunnen komen, tenzij ze van nieuws geboren worden. Er staat in het formulier dat zij in Adam verdoemelijk zijn voor God. Wat zijn dat keer op keer aangrijpende zinsneden.
Aan de buitenkant is het niet zo gauw te zien bij zo'n heel klein kind. Onze vaderen hebben echter eerlijk de Schrift nagesproken. In Romeinen 5:12 schrijft Paulus: aarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood, en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben. Dat dit ook voor kleine kinderen geldt, blijkt uit vers 14: aar de dood heeft geheerst van Adam tot Mozes toe, ook over degenen die niet gezondigd hadden in de gelijkheid der overtreding van Adam. In de Kanttekeningen (37) staat: Dat is de onmondige kinderen, die nog geen dadelijke zonden tegen de wet Gods hebben begaan, gelijk Adam en alle volwassenen na hem gedaan hebben, en die evenwel sterven. Waaruit dan blijkt dat zij met de erfzonde besmet zijn." Dit boze hart begint dus niet pas als ze in de puberteit zijn! De kinderen die we voor ons hebben, die soms ook zo aandoenlijke vragen kunnen stellen en nog zo kinderlijk eenvoudig over de Heere kunnen spreken, hebben een boos en zondig hart. Zo is het al in de moederschoot. Aangrijpend!
Het beeld van God
Hoe spreken we over en tot onze kinderen? Het is onder ons enigszins een gewoonte geworden om te spreken over het godsbeeld bij onze kinderen, het godsbeeld in de opvoeding... Daar zijn wel wat vragen bij te stellen. Gods Woord spreekt allereerst over het beeld Gods. De Heere heeft ons geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Adam en zijn vrouw zijn geschapen in ware kennis, gerechtigheid en heiligheid. Ze zijn recht voor God geweest en vlekkeloos heilig, zonder de minste zonde! Zo leefden ze in die liefdesgemeenschap met de Heere. Daar is ook die heilige verering van Gods deugden geweest. Wat zijn we dit door de ontzaglijk diepe zondeval kwijtgeraakt, het beeld Gods. Er is alleen maar onrechtvaardigheid en goddeloosheid overgebleven. Het blijkt bij de heidenen die nooit van God hebben gehoord. Paulus schrijft in Romeinen 1:23: n hebben de heerlijkheid des onverderfelijken Gods veranderd in de gelijkenis eens beelds van een verderfelijk mens en van gevogelte en van viervoetige en kruipende gedierten. Er is een godsbeeld ontstaan. En bij het volk waar het Woord Gods wél is, is het niet anders, zo schrijft Paulus in Romeinen 2. Zij hebben een eigenwillige godsdienst, en een eigen godsbeeld gemaakt. Het is in het bijzonder tot uiting gekomen in de woestijn bij de berg Sinaï, waar de Heere verscheen in Zijn heerlijkheid en Zijn Woord klonk heeft. Onder aan de berg maakt het volk een gouden kalf.
Tweede gebod
Het is de voortdurende overtreding van met name het tweede gebod: eigenwillige godsdienst, een God uitdenken Die bij ons past, de Heere dienen op onze wijze met onze middelen. En dat vinden we nu al bij onze kinderen. Het kind zegt: "God kan alles." Wat kunnen we daar ontroerd van zijn en we zeggen met het kind mee: ja hoor, God kan alles. En als nu de moeder van het kind ziek is, en sterft? Het kind heeft wellicht avond aan avond aan de Heere gevraagd of mama beter mag worden. De Heere kan alles... maar kon Hij moeder niet beter maken?
Hoe komt het dat we als grote mensen dan zo in verlegenheid staan? We hebben meegedaan met het godsbeeld van het kind...van onszelf. Dat de Heere vrijmachtig is en doet wat Hij wil, is een les die de Heere door wederbarende genade leren kan en die zo nodig is. Dat Hij niet doet naar wat wij willen, is zo'n onmogelijke les, ook voor het kind! Ook het kind vindt dat de Heere doen moet wat hij of zij vraagt. Het heeft ook een verdorven hart.
Gods Woord moet klinken!
Wat is nu de weg? We moeten bij het Woord Gods
zijn. Daarin openbaart de Heere Zich. We hebben Gods wederbarende Geest zo nodig. Door Zijn werk leren we God kennen in Zijn deugden, naar de mate waarin Hij Zich bekendmaakt in het hart. Dat is Zijn werk. Daar wil Hij Zijn Woord voor gebruiken. Daarom rust op ons als vaders, moeders, onderwijzers, ook op de zondagsschool, de hoge verantwoordelijkheid om dat Woord Gods bij de kinderen te brengen. Om ze te leren luisteren naar de Schriften. Dat luisteren en vertellen begint bij onszelf! Overdenken wij daarbij ook Gods deugden? Dat is zo nuttig. Daar moeten we de tijd voor nemen. Hoe vaak gaat het juist daarmee niet mis?
Als we de kinderen vertellen dat we allemaal kinderen zijn van één Vader, misleiden we ze. Als geloven wordt "houden van de Heere" en de toorn Gods het verdrietig zijn van God, of het boos zijn van de Heere wordt genoemd, hebben we het niet meer over de Bijbelse woorden. Hoe snel wordt God niet voorgesteld als Degene die boos is, maar Jezus is de goede lieve Herder van Zijn schaapjes. Het beven voor Gods deugden bewaart hiervoor. Het geeft een beven voor het Woord van de allerhoogste Majesteit. Dat zal ook doorklinken in het vertellen.
Bijbelvertelling
Wat is het nodig dat zó het Woord Gods aan de kinderen wordt verteld. Zulke onderwijzers hebben we nu nodig. Alles wat tussen Gods Woord en het kind komt te staan is teveel. Met methoden die voorbeelden gebruiken die tekort doen aan het geheel van de Schrift en het laten maken dergelijke werkjes zijn we niet gediend. Het versterkt het godsbeeld dat kinderen al hebben. Wanneer we bijvoorbeeld met Pasen de kinderen tuinkers laten groeien, omdat dit het nieuwe leven laat zien, hebben we nooit gebeefd voor de Heere en voor Zijn Woord. Het werk van de Heilige Geest uitbeelden met een kaars of zaklamp is profaan. Wat snakken we naar onderwijzers, ook op de zondagsschool, die eenvoudig Gods Woord vertellen en weten welke boodschap ze die keer de kinderen brengen moeten, zoals de Schrift deze voorgeeft. En wanneer de verteller heeft gebeefd bij de Schriften, zullen de kinderen het merken. Dat blijft in de kinderharten achter.
Verwachting!
Wanneer de kinderen leren luisteren op school en op zondagsschool, zullen ze in de kerk ook beter kunnen luisteren naar wat wordt gepreekt. En dat is toch bij uitstek de plaats waar de Heere mensen bekeert? Ook kinderen! En ze zijn nog zo ontvankelijk. Ze luisteren vaak nog naar wat wordt gezegd en niet of de dominee het wel goed zegt. Als de Heere toch het vertellen aan onze kinderen daarvoor gebruiken wil, en een kinderhart tot God wordt bekeerd, dan zal het ook innerlijk gaan beven voor de allerhoogste Majesteit Wiens beeld ze zijn kwijtgeraakt. Dan zullen ook kinderen gaan hunkeren naar Hem Die als Kind in het huis Zijns Vaders vragen stelde. Die naar het Woord hóórde en Gods deugden weer heeft verheerlijkt. En laten we het voortdurend bedenken dat de Heere ook in kinderharten Zijn groot wederbarend werk verrichten kan. Hij bekeert niet alleen oude(re) mensen, maar ook kinderen. Hij is het Die kinderen die tot Hem werden gebracht de handen opgelegd en gezegend heeft. Hij kan ook bij kinderen de vloek wegnemen door Zijn zegen! Ook kinderen zullen hersteld worden naar het beeld Gods om naar het Woord uit de 69° Psalm als het zaad Zijner knechten Sion erfelijk te bewonen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 2006
Daniel | 36 Pagina's