JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vragen mag,  maar hoe  doen we het?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vragen mag, maar hoe doen we het?

6 minuten leestijd

Het was verkeerd van het volk Israël dat ze een koning wilden hebben. Die indruk krijg je als je 1 Samuël 8 leest. Maar in Deuteronomium 1 7 staat juist dat als het volk eenmaal in het beloofde land zal zijn, er dan een koning moet komen. Kunt u uitleggen hoe dat zit? Wat deed het volk verkeerd? En waarom reageerde Samuël op deze manier?

Op het eerste gezicht lijkt het inderdaad dat er een moeilijkheid is als we deze twee bijbelgedeelten lezen. In 1 Samuël 8 staat dat het volk een koning begeerde. Samuël was oud geworden en had zijn zonen als opvolgers aangesteld. Maar die deden het niet goed; zij namen geschenken en bogen het recht. Dan vragen de oudsten van het volk aan Samuël om een koning. Dat is kwaad in Samuëls ogen. Nog belangrijker is: de Heere doet wel wat het volk vraagt maar het gebeurt niet in Zijn gunst. Dat is aangrijpend en heeft ook ernstige gevolgen. Maar in Deuteronomium 17 staat juist dat als het volk eenmaal in het beloofde land zal zijn, er dan wel een koning mag komen. Dat lijkt in tegenspraak.

Goed verstaan

Het is steeds belangrijk dat we het Woord van God goed verstaan en goed uitleggen. We moeten eerbiedig lezen en luisteren. Het gaat erom dat we de zin en mening van de Heilige Geest vanuit het Woord verstaan. Daartoe hebben we de leiding van de Heilige Geest nodig. We moeten op het: geheel van de Schrift letten. Belangrijk is dat we goede uitleg krijgen. Dat blijkt ook hier. De kanttekeningen bij onze Statenvertaling en de bekende kerkhervormer Calvijn zijn zulke goede, bijbelgetrouwe uitleggers.

Wat was er aan de hand? Het was terecht dat de oudsten van het volk het probleem van de slechte regering aan Samuël voorlegden. Het was zelfs hun plicht. Dat ze daarbij om een koning vroegen, was op zichzelf niet verkeerd. Alleen, ze doen het niet op de goede manier. De oudsten komen niet op een ootmoedige en afhankelijke manier. Ze vragen niet of Samuël aan de Heere wil vragen om een oplossing van het regeringsprobleem. Er is ook niets te merken dat zij zich misschien mede schuldig voelen aan het probleem. De Heere ziet in de opstelling van de oudsten een hoogmoedige, eisende, murmurende houding. Die was er steeds bij het volk Israël, zo merkt de Heere in het vervolg op. Bijvoorbeeld tijdens de woestijnreis.

Inderdaad staat er in Deuteronomium 17 dat er een koning zal komen. Maar er staat bij dat het een koning moet zijn die de Heere zal aanwijzen. Dat laatste is natuurlijk heel belangrijk. Of de Heere dat wil doen, en of het: daar nu de tijd voor is, daar vragen de oudsten niet om. Hun houding is verkeerd. Ze leggen

niet ootmoedig het probleem aan de Heere voor en ze vragen niet in afhankelijkheid naar Zijn weg. Ze klagen, verwijten en eisen. Samuël merkt meteen dat hun houding verkeerd is en daarom is de gang van zaken kwaad in zijn ogen. Hij weet uit zijn innige omgang met de Heere dat een mens zo niet met de Heere en ook niet met Zijn Woord om mag gaan. Dat heeft hij goed aangevoeld, zo blijkt. Want de Heere geeft wel een koning; maar het gebeurt nu nog niet in Zijn gunst. Het is erg als een mens of een volk op zo'n manier zijn zin krijgt. Dat moesten we niet willen.

David en Ruth

Eigenlijk leren we hier iets heel belangrijks. Namelijk over hoe we met de Heere moeten omgaan. We kunnen iets naar voren brengen wat terecht is. We kunnen zelfs het Woord aan onze kant (lijken te) hebben. En toch kan het fout gaan. We komen dat vaker tegen in de Bijbel. Laat ik een paar voorbeelden noemen. David wilde de ark graag naar Jeruzalem halen. Dat was een goede gedachte. Maar de eerste keer ging het toch fout. Want hij deed het op zijn eigen manier en niet op de manier die de Heere voorgeschreven had. Daardoor kregen ze met de toorn van de Heere te maken. De tweede keer ging het wel goed. Toen deden ze het immers wel op de manier die de Heere voorgeschreven had. Toen was er ook blijdschap in. Een ander voorbeeld vinden we tijdens de woestijnreis. Door de murmurering van het volk komt er de plaag van de vurige slangen. En dan komt het volk tot Mozes met de belijdenis dat ze gezondigd hebben tegen de Heere en tegen hem. Ootmoedig komen ze en vragen of Mozes voor hen wil bidden tot de Heere om uitkomst en hulp bij Hem vandaan. Bij die ootmoedige houding geeft de Heere redding: de koperen slang.

Laten we naar nog een bijbels voorbeeld kijken dat heel leerzaam is. We kennen de geschiedenis van Ruth. Ze is op de akker van Boaz terecht gekomen. Als ze dat aan haar schoonmoeder vertelt, merkt deze meteen op dat Boaz losser is. Dat was volgens Gods eigen wetten heel belangrijk voor weduwen zoals Naomi en Ruth waren. Want de losser zou voor de weduwe moeten zorgen, volgens de inzettingen van de Heere. Maar toch gaan Naomi en Ruth niet meteen Boaz op zijn plicht wijzen. Ze doen dat wel; ze mogen dat ook doen. Maar ze doen dat op de juiste tijd en op de goede manier. Op een manier zoals dat in die tijd passend was. Ze wijzen niet Boaz rechtstreeks en publiekelijk op zijn plicht. Ze doen dat op een voorzichtige manier waardoor Boaz wordt ingewonnen.

Hem (toe)vertrouwen

We kunnen uit deze geschiedenissen belangrijke dingen leren over de manier van omgaan met de Heere en met Zijn Woord. Dat moet niet dwingend, opstandig of verwijtend gebeuren. Maar we behoren dat ootmoedig, afhankelijk, eerbiedig vragend te doen. In zijn uitleg bij 1 Samuël 8 schrijft Calvijn hierover leerzame dingen. Hij wijst erop dat we niet moeten verlangen noch verwachten dat God Zich bij onze verzoeken aansluit. Maar wij moeten leren onze noden en vragen aan Hem toe te vertrouwen en aan Zijn wil te onderwerpen. Ook als Hij niet al onze gebeden verhoort of vervulling van gegeven beloften uitstelt.

Onze noden en vragen mogen we Hem bekendmaken. Maar hoe doen we dat? Vaak zijn wij zo eiserig. Net als het volk van Israël. Soms gebruiken we beloften uit het Woord zelfs om de Heere bijna te dwingen. Wij weten onze plaats niet en weten niet op de goede manier met de Heere en Zijn Woord om te gaan. De weg die Calvijn wijst is heel anders. Je noden en vragen aan Hem toevertrouwen. Dat is teer werk. En aan Zijn wil onderwerpen. Daar is ootmoed voor nodig. En overgave. Van nature gunnen we de Heere dit vertrouwen en deze heerschappij niet. Het is het wondere werk van de Heilige Geest dit te mogen leren. Tot Zijn eer en tot ons heil.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 2006

Daniel | 36 Pagina's

Vragen mag,  maar hoe  doen we het?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 2006

Daniel | 36 Pagina's