JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

"Tijd voor een ernstig gesprek rr

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Tijd voor een ernstig gesprek rr

6 minuten leestijd

Op de jubileumdag van de JBGG werd onder andere het boek gepresenteerd: Zo lang het zonlicht schijnt. 75 jaar jeugdwerk in de Gereformeerde Gemeenten onder redactie van J.H. Mauritz en drs. S.J. van Leeuwen. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het is een prachtig boek geworden!

Van Leeuwen schetst op een mooie manier de jaren dat het jeugdwerk in opbouw kwam: van 1931 - 1970. Er zit een stukje geschiedenis in, waarvan ik wenste dat veel van onze jongen en ouderen zich dat eigende. Het is goed te weten hoe er aanvankelijk wat weerstand was in onze gemeenten tegen jeugdwerk, maar er meer en meer een geëigende plek kwam voor het werk onder jongeren. Natuurlijk komen dan weer de namen van ds. G.H. Kersten, ds. Barth en ds. Verhagen aan de orde. Vooral de laatste heeft zich enorm beijverd voor een goed inhoudelijk jeugdwerk. We lezen hoe het jongerenblad Daniël is ontstaan en hoe nauw verwant dit blad was met de militairen in Indië. We lezen over de eerste zomerkampen en dwars door alles heen laat Van Leeuwen zien hoe de Heere dit kleine stekje laat uitgroeien.

Vervolgens worden we meegenomen in de geschiedenis van de uitbouw van het jeugdwerk: van 1970 tot 2006. W. van Valen vertelt hoe de eerste jeugdwerkadviseurs hun beste krachten gaven om op een professionele wijze inhoud te geven aan het jeugdwerk. Al lezend kwamen me de verschillende bondsdagen weer voor ogen: in de Doelen, in de RAI, in Barneveld. Ook de eerdere jubileabijeenkomsten passeren weer eens je aandacht. Omdat er veel fotomateriaal verzameld is zijn deze hoofdstukken zeer lezenswaardig geworden. Een compliment voor de schrijvers dat ze de goede keuzes gemaakt hebben in het schilderen van het portret van deze 75-jarige, die nog steeds zonder stok gaat! Niet alles laat zich beschrijven, maar deze dwarsdoorsnede is helder en doorzichtig. Een goede vondst is om uit elke gemeente een jongere of oudere aan het woord te laten. Leuk om al die reacties te lezen.

In het derde hoofdstuk gaat directeur Mauritz in op het thema 'Liefde voor jongeren'. Tegenover de zwarte achtergrond van deze tijd gaat Mauritz er behoorlijk diep op in wat het jeugdwerk voor moet staan de komende tijd. Er zal kwaliteit geleverd moeten worden en als speerpunten werkt hij uit: het werven van goede leidinggevenden, doelgericht kinder-, tiener-en jongerenwerk; eigentijdse vormgeving, betrokkenheid van ouders en tenslotte een blijvende aandacht in de kerk. Mauritz laat helder zien dat er een driedeling onder onze jongeren waarneembaar is en welk antwoord moet de kerk daar nu op geven? Het is mijn aanbeveling dat deze zaken binnen niet al te lange tijd op de agenda komen van het kerkelijk jeugdwerk, maar ook op kerkenraden en in andere verbanden. Daarbij zal zeker de lezing van ds. Goverdingen betrokken moeten worden, die hij hield op de jubileumdag. Daarin zat mijns inziens ook nog wel wat gesprekstof. Het wordt tijd voor een ernstig gesprek

met elkaar over de problematiek onder onze jongeren en wat ons, middelijkerwijs, te doen staat. In het laatste hoofdstuk analyseert ds. W. Visscher de tijd(geest) en dat maakt niet blijmoedig. In een totaal geseculariseerde maatschappij staan onze jongeren en hoe vinden zij daarin de juiste weg? Heel terecht wijst ds. Visscher op het gemis van kerkjes in de kerk. Waar vindt de huisgodsdienst nog werkelijk plaats? Waar ontmoeten jongeren oprechte kinderen Gods? Maken de ambtsdragers de jongeren nog wel eens jaloers op het geluk van Gods kinderen? Opnieuw onderstreept hij het belang van kerkelijk gebonden jeugdwerk. Tot op vandaag zijn er nog veel ouders en ook wel kerkenraden die het belang er niet zo van in zien. Wie dit hoofdstuk goed op zich laat inwerken, weet dat zo'n positiestelling eigenlijk niet kan. Temidden van alle zorgen wijzen zowel Mauritz als ds. Visscher er indringend op, dat de zaak van de Koning haast heeft. De Heere zal werken, zolang het zonlicht schijnt. Dat alleen geeft moed en perspectief, ook in het jeugdwerk.

Achterin het boek bevindt zich een CD met toespraken van ds. C. Harinck en ds. J.J. Tanis, gehouden op de Bondsdag 1991.

Dit prachtige boek verder aanbevelen, lijkt me overbodig. leder gezin van onze gemeenten moet het maar aanschaffen en onderwerp van gesprek maken in het gezin. Er staan in de laatste twee hoofdstukken zoveel gesprekspunten in, die het hart raken van de kerk. Van harte aanbevolen!

W. Visser

J.H. Mauritz en S.J. van Leeuwen, Zolang het zonlicht schijnt. 75 jaar jeugdwerk in de Gereformeerde Gemeenten (Woerden: JBGG 2006) I5BN-10 907287174, ISBN-13 978 9072871749, 96 blz., prijs € 10 (via vereniging) of € 12, 50 (rechtstreeks).

ln rustige lange versregels (alexandrijnen) vertelt de dichteres hoe zij na jaren terug komt bij de ouderlijke woning. Het is een omgeving die Ida Gerhardt wel meer beschrijft: het Hollandse rivierenlandschap. Het wordt idyllisch beschreven: de zwaluw scheert rondom het huis en de roodborst heeft er haar nest, een zeilend schip komt voorbij. Zij herinnert zich een heerlijk verleden. Het beeld richt zich nu scherper op het kleine huis: daar is een vrouw (de moeder? ) aan het werk. Heel mooi klink het in regel 6: richt kórt zich óp. Het is alsof de beweging hoorbaar wordt. En je ziet haar vervolgens tegen het zonlicht in kijken naar de naderende ik-figuur. Ook dat roept herinneringen op: de dichteres kent dat vertrouwde gebaar. Mooi is het parallellisme

(gevarieerde herhaling) in regel 9: Hoe ken ik ... hoe is het mij vertrouwd. Strofe 2 en 3 lijken het weidse rivierlandschap nadrukkelijk te tekenen door de enjambementen: zinnen die niet eindigen aan het einde van de regel, maar in de volgende doorlopen. Let trouwens ook eens op de opvallende rijmen in regel 2, 10 en 13: gaat er tegenover water, lucht en tegenover vluchten, elkaar en naast jaren. De slotstrofe beschrijft de reactie van de oude vrouw: in een eerste impuls loopt ze de ik-figuur tegemoet. Maar het welkom moet nog hartelijker zijn: ze keert terug om ook de huisdeur open te zetten! Je hóórt het weer in de alliteratie: sfoot de stroeve... Heel nadrukkelijk schrijft de dichteres: Dit ogenblik... Zo'n welkom doet alle achterliggen-

de jaren, die kennelijk vol verdriet zijn geweest, vergeten. En toch... we zijn er nog niet met de verklaring van dit gedicht. Kijk nog eens naar de eerste woorden: Dit is mijn droom. Niet elke droom wordt werkelijkheid. De biografie van Ida Gerhardt doet vermoeden dat het bij een droom gebleven is. Hoe het echter ook zij, ze heeft ons een prachtig, beeldend gedicht nagelaten.

K. W. van Luik

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 2006

Daniel | 36 Pagina's

"Tijd voor een ernstig gesprek rr

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 2006

Daniel | 36 Pagina's