JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

profeten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

profeten

4 minuten leestijd

Een levende klacht

Het boek Klaagliederen is een lange klacht. Hoe zijn de bijbelse lofzangen te verenigen met deze klacht? De klacht zowel als de jubel maken deel uit van de geloofservaring van de levende Kerk. Voor beide is dan ook in de Heilige Schrift plaats. De klacht van Gods volk is een levende klacht...

Het boek Klaagliederen is in onze Bijbel een aanhangsel bij hec boek Jeremia. In de Griekse vercaling van hec Oude Testament werd hec erachCer geplaacsc en kreeg hec de titel: Klaagliederen. In de Hebreeuwse Bijbel behoort het niet tot de profeten, maar tot de geschriften. Het is één van de vijf feestrollen. Het werd gelezen op de gedenkdag van de verwoesting van Jeruzalem, op de negende van de maand Ab (juli-augustus).

De titel is in de Hebreeuwse Bijbel een zucht: ekha ('ach, hoe? '). Met dit woord beginnen de klaagliederen in de hoofdstukken 1, 2 en Ze hebben de vorm van een klaaglied over een overledene. De vorm van deze klaagliederen is prachtig. Ze hebben elk tweeëntwintig verzen en volgen de letters van het Hebreeuwse alfabet. Het klaaglied in hoofdstuk 3 heeft zesenzestig verzen; elke letter van het alfabet wordt driemaal gebruikt.

In het boek Klaagliederen vind je een aanhoudende klacht van de profeet Jeremia over de val van Jeruzalem en het lijden van haar inwoners. Ze zijn gedicht door de profeet tijdens en na de val van Jeruzalem en de wegvoering van de bevolking naar Babel. In schrille trekken wordt in vijf klaagliederen de ellende getekend die over Jeruzalem en haar inwoners gekomen is. De gebeurtenissen rond de val van Jeruzalem worden door de profeet beleefd als het oordeel van God over de zonden die het volk voor de ballingschap heeft bedreven. Temidden van de grote nood waarin het volk zich bevindt, mag de profeet echter zijn hoop vestigen op Gods trouw. Na alles wat er gebeurd is, blijkt herstel voor hem geen vanzelfsprekende zaak. Hij beseft dat dit alleen kan komen in de weg van de boetvaardigheid en de bekering. I/Vat klaagt dan een levend mens? Een ieder klage vanwege zijn zonden (3:39). Deze bekering moet wel, maar kan niet van de kant van het volk komen. De toestand van het volk is hopeloos. Het is in diep verval. Daarom eindigt het boek met de bede: EERE. bekeer ons tot U. zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als vanouds (5:21). Zo eindigt het boek niet in een uitzichtloze klacht over de droevige toestand van het volk, maar met een levende klacht.

Het is voor jou ook de grote vraag of je deze levende klacht kent. Je kunt wel klagen over moeite en verdriet dat je in het leven overkomt. Maar als je niet ziet dat dit is om der zonde wil, is het niet anders dan de droefheid naar de wereld die de dood brengt. Het is nodig dat je tot God leert klagen vanwege de zonden die je tegen Hem als een goeddoende en goedertieren God hebt bedreven. Dat is de droefheid naar God die de onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid. Je kunt het dan met de dichter zingen: Maar wat klaag ik, HEER' der heren? Mijn begeren is voor U, in al mijn leed, met mijn zuchten en mijn zorgen, niet verborgen; daar Gij alles ziet en weet' (Psalm 38:9, berijmd).

Informatie

Schrijver: eremia, die meer klaagliederen geschreven heeft. Vergelijk 2 Kronieken 35:25, Jeremia 20:7-18. Tijd: e val van Jeruzalem (586 v. Chr.). Thema: lacht over de val van Jeruzalem en het lijden van haar inwoners.

Inhoud

Jeruzalems lijden Gods oordelen over Jeruzalem Hoop op Gods ontferming temidden van de oordelen Jeruzalems ellendige toestand Smeekgebed

Kerntekst Klaagliederen 3:27-29

Het is goed voor een man, dat hij het juk in zijn jeugd draagt. Hij zitte eenzaam en zwijge stil, omdat Hij het hem opgelegd heeft. Hij steke zijn mond in het stof, zeggende: Misschien is er verwachting.

Leeswijzer

Gebrek aan troost 1:1 6-22 Droefheid over Jeruzalems breuk 2:11-16; 4:1-2 Klacht tot God 1:18-22; 2:20-22; 5:1-18 Hoop op God 3:18-33 Gebed om bekering 5:19-22

Aangehaald in het Nieuwe Testament

Het lijden van Jeruzalem en haar inwoners krijgt af en toe de trekken van het lijden van de Messias, 1:12, 2:1 5-1 6, 3:14. De Heere Jezus heft ook een klacht aan over Jeruzalem en haar inwoners, Lukas 13:34-35.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 2006

Daniel | 36 Pagina's

profeten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 2006

Daniel | 36 Pagina's