JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Meegaan met de tijd?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meegaan met de tijd?

6 minuten leestijd

Moet de kerk niet meer rekening houden met de eisen van de tijd? Meer dan anderhalf uur in de kerk zitten is erg lang. Eerlijk gezegd kan ik mijn aandacht vaak niet goed bij de preek houden. Op school wordt ook anders lesgegeven dan dertig jaar geleden: video en beamer. Het gaat er toch om dat de boodschap goed moet zijn. En dan moet die toch zo goed mogelijk bij de mensen gebracht worden?

Inderdaad moet de boodschap goed zijn. Het hele Woord van God moet gepredikt worden. Wet en evangelie, zegen en vloek. Het moet gaan over twee wegen, de ene Naam en de drie stukken. Daarin mag geen aanpassing plaatsvinden.

Ook is het waar dat die goede boodschap zo goed mogelijk bij de mensen gebracht moet worden. Maar wat is nu goed? Wie bepaalt dat? Dat bepalen niet de mensen, maar dat bepaalt de Heere. Vaak denken we misschien dat de Heere Jezus graag door de mensen beluisterd werd. Dat Hij zo fijn en vriendelijk sprak zodat iedereen graag naar Hem luisterde. In de begintijd van Zijn openbare optreden leek dat ook wel zo. Maar later merken we een heel andere houding. Toen bleken de mensen kritisch. Wat deed de Heere toen? Paste Hij Zijn boodschap aan? Veranderde Hij de manier van brengen?

In Johannes 6 lezen we daar over. De vorige dag waren de mensen erg enthousiast over de Heere Jezus. Sommigen zeiden: Hij is de Profeet. Anderen wilden Hem wel Koning maken. Maar Hij ontweek hen. De volgende dag zoeken ze Hem. Je zou zeggen: de Heere Jezus zoeken, dat is toch goed. Maar de Heere Jezus is er niet zo enthousiast over. Hij gaat met hen in gesprek over de reden waarom ze Hem zoeken. Hij is niet met een algemeen zoeken van Hem en oppervlakkig geloven in Hem tevreden. Hij houdt de mensen de waarheid van hun onmacht voor: niemand kan tot Mij komen tenzij de Vader hem trekke. Hij leert het eenzijdige Godswerk: die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij.

Als de Heere zo over het geestelijke leven gaat spreken, zeggen sommigen: deze rede is hard. We lezen dan dac velen Hem verlaten. En wat doet de Heere dan? Past Hij Zijn werkwijze aan? Nee. Je zou haast zeggen: integendeel. Hij vraagt aan de discipelen: wilt gijlieden ook niet weggaan? Is het niet een verbazingwekkende vraag? En dat op zo'n moment.

Maar let er op wat Petrus antwoordt: waar zullen wij anders heen gaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. Dat moet onze aandacht hebben: het gaat Petrus om de woorden die de Heere Jezus gesproken had. De geestelijke kracht daarvan kende hij; die had hij nodig. En die geestelijke kracht ging uit van het spreken van deze woorden door de Heere.

Het Woord prediken

Het Woord prediken Dit is een belangrijke kerngedachte in de Bijbel: et geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods (Romeinen 10:17). Het gaat in de Bijbel om de prediking van het Woord en het beluisteren van dat Woord. Dat is ook de opdracht

van de Heere aan Zijn dienaren: aat heen, predikt het Evangelie (Markus 16:15). Predik het Woord (2 Timotheüs 4:2). Paulus schrijft in 1 Korinthe 1:17 dat Christus hem gezonden heeft om het evangelie te verkondigen.

Sommigen vonden de manier van preken van Paulus niet zo geweldig. Ze zeiden wel van zijn preken: "de rede is verachtelijk". Hoe reageert Paulus op zulke kritiek? Hij geeft er niet aan toe, maar stelt er nadrukkelijk tegenover dat God hem geroepen heeft juist tot het werk van prediken. In de oudtestamentische tijd waren er ook wel die een andere manier van uitvoering van de bediening der verzoening wilden. Ze vonden het maar te abstract. Ze wilden graag meer zien. Een beeld bijvoorbeeld. Denk aan de gouden kalf geschiedenis. Deze houding komen we bij het volk van Israël vaker tegen. Men wil de vormgeving van de godsdienst graag wat concreter, zichtbaarder en niet zo afstandelijk volgens de regels van Mozes. Maar steeds weer keurt de Heere elke vorm om op een eigen manier God te willen dienen af. (We noemen dat: eigenwillige godsdienst.) Het is zonde tegen het tweede gebod. Steeds weer wordt door de profeten benadrukt dat de Heere gediend moet en wil worden op de manier die Hijzelf heeft voorgeschreven.

Prediken en horen

Zo kunnen wij leren uit Gods Eigen Woord. Ook als het gaat over de beste manier om de mensen te bereiken. Dan moeten we niet te rade gaan bij wat mensen daarvan denken. Maar bij de Heere Zelf en Zijn Woord. En dan leren we dat de Heere de prediking van het Woord centraal stelt. Dat deed Johannes de Doper; de Heere Jezus Zelf; dat was de werkwijze van de profeten en de apostelen. De Heere maakt duidelijk dat Hij het geloof werkt door het gehoor van het gepredikte woord. De Heere opende het hart van Lydia onder de prediking van Paulus. Niet door de tekenen van wind, vuur en vreemde talen, maar door de Woordverkondiging van Petrus werkt de Heilige Geest in de harten van de drieduizend Pinksterlingen. En tijdens de zendingsreizen van Paulus gaat het steeds om de vrucht op de prediking.

Prediken en horen dat zijn de twee zaken waar het omgaat. De Bijbel legt die norm aan. De rooms-katholieke kerk week daarvan af met allerlei vormen, ceremoniën en beeldendienst. Het was de kracht van de reformatie dat weer de prediking van het Woord centraal gesteld werd. Zo moet het ook vandaag. Niet het beeld, niet het beeldscherm, maar het gesproken, het verkondigde Woord. Want het gaat niet zomaar over een gesproken woord, maar het gaat over het verkondigde woord door een van God geroepen dienaar des Woords. De Heere wil dat woord van Zijn knechten gebruiken.

De vertelling van de bijbelse geschiedenis moet centraal blijven staan bij het godsdienstonderwijs aan jonge leerlingen. Bij oudere leerlingen moet bij de godsdienstles het Woord in het centrum blijven. Ook in het gezin en op de vereniging. En zeker op de catechisatie. Deze geledingen moeten dicht bij de prediking blijven. Ook in de vormgeving in onze tijd van de beeldcultuur. We moeten in deze thuis, op school en in de kerkelijke activiteiten niet naar de benaderingswijze van deze tijd opschuiven, maar dicht bij het Woord blijven. Jongeren moeten leren naar de preek te luisteren. Uitleg, training en toerusting zijn daartoe nuttig en nodig. Vandaag misschien wel meer dan vroeger vanwege de oprukkende invloed van de beeldcultuur. De Heere blijft tot ons komen vanuit het gesproken en verkondigde Woord. En het horen daarvan is ook voor jongeren van zo wezenlijk belang.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 2006

Daniel | 36 Pagina's

Meegaan met de tijd?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 september 2006

Daniel | 36 Pagina's