Praten over pop
"Luisteren naar popmuziek begint vaak onschuldig, maar gaat van kwaad tot erger. Ervan los komen is moeilijk. 'Ik zou dat nooit erkend hebben als je dat tegen me gezegd zou hebben toen ik nog een popfan was. Maar achteraf moet ik zeggen dat het een worsteling is geweest om ervan klos te komen. Soms heb ik er nog moeite mee'." Zomaar een citaat uit een boekje van zo'n tien jaar geleden en dat nog steeds actueel is.
Dat reformatorische jongeren popmuziek luisteren, is geen nieuws. In het onderzoek dat het Reformatorisch Dagblad in 2003 onder jongeren hield, gaf een groot deel van de jongeren aan regelmatig naar pop te luisteren. Die cijfers lijken inmiddels verouderd. Recente onderzoekjes suggereren dat steeds meer jongeren pop luisteren. In de enquête van 2003 luisterde nog geen 50 procent van de jongeren van de Gereformeerde Gemeenten popmuziek. Recente enquêtes van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten lijken erop te wijzen dat tegenwoordig 60, bijna 70 procent van de catechisanten regelmatig naar pop luistert.
Die stijging kon wel eens te maken hebben met nieuwe geluidsdragers: internet, mp3-spelers en telefoons bieden jongeren de mogelijkheid altijd en overal muziek te luisteren en te kijken. Jongeren gebruiken die mogelijkheden volop. Uit een van de gehouden enquêtes blijkt bijvoorbeeld dat meer dan de helft van de jongeren een mp3-speler heeft. Door die nieuwe geluidsdragers is popmuziek nog meer gemeengoed geworden. Dat blijkt niet alleen uit de enquêtes, maar ook uit het feit dat op veel reformatorische middelbare scholen een levendige ruilhandel plaats heeft in gekopieerde popmuziek.
Refojongeren luisteren naar alle soorten popmuziek. Het meest populair zijn 'gematigde' muziekzenders als SkyRadio. Radio 538 is eveneens populair, ook al is de muziek die daar wordt gedraaid heftiger en zijn de praatjes van de programmamakers vunzig. Ook 'relaxte' muziek, zoals de Latijns-Amerikaans getinte muziek 'Mas que nada' (vrij vertaald: Mooi niet dus), is populair. Een deel van de jongeren gaat dat nog niet ver genoeg. Muziek van rappers als 50cent en Eminem en dance van DJ Tiësto - een 'remix' van de filmmuziek 'Pirate of the Carribean' - doen het onder de reformatorische jongeren goed. Een enkeling is zelfs fan van bijvoorbeeld de metalband Nightwish. In het liedje "Devil & The Deep
Dark Ocean" zingt de Finse zanger van Nightwish: "From cradle to coffin, shall my wickedness be your passion" (Van de wieg tot het graf zal mijn verdorvenheid jouw passie zijn). Hoewel slechts de enkeling zo ver gaat, is er genoeg reden voor ouders en opvoeders zich grote zorgen te maken.
'Rood'
Wat opvalt, is dat steeds meer videoclips worden bekeken. In 'de wereld' is dat fenomeen al langer bekend. In de jaren zeventig was het de popgroep Queen die het lied 'Bohemian Rhapsody' vergezeld liet gaan van een promotie-video, de eerste videoclip. Het lied stond wereldwijd wekenlang op nummer 1. Sinds die tijd is het aantal clips explosief toegenomen en tegenwoordig kan een nummer niet meer 'scoren' zonder een goede clip. In de clips wordt dan ook flink geïnvesteerd: een slordige 100.000 euro voor een clip van drie
minuten is niet ongewoon. De aanval die satan al jarenlang op de oorpoort doet, wordt door de mogelijkheden van internet en andere media nu ondersteund door aanslagen op de oogpoort. Een populaire ster als Robbie Williams gebruikt het medium video intensief. In 2001 schokte de Engelse zanger de wereld met het liedje 'Rock DJ'. In de clip kleedt Williams zich uit, om de aandacht te trekken van een vrouwelijke discjockey. Met het nieuwe liedje 'Sin, sin, sin' lijkt de zanger opnieuw onderweg naar een hoge score in de Top 40. De clip is opnieuw schokkend. Zwangere nonnen die uitgebreid tongzoenen; de videoclip van het liedje 'Sin, sin, sin' (Zonde, zonde, zonde) windt er geen doekjes om. Popster Robbie Williams heeft weer een hit. De boodschap: "En niemand van ons heeft redding nodig. Ontspan maar, dat is watjezus zou doen." De tekst is on-Bijbels, de beelden zijn soms erotisch, soms godslasterlijk. Afwisselend vermomd als een oosterse geestelijke of een roomse priester, bezingt Williams de zonde. Als hij over Jezus zingt, spreidt hij zelfs zijn armen en neemt een kruishouding aan. Zo overduidelijk als in de nieuwe clip van Williams ligt het niet altijd. Soms is het zelfs lastig om zo een-twee-drie een duidelijke mening te hebben over een bepaald liedje. Marco Borsato is een voorbeeld waarmee veel jongeren aankomen. Niets mis mee, is het algemene oordeel van jongeren.
Borsato's liedje 'Rood', al weken hoog in de Top 40, is voor veel jongeren een 'gewoon' liefdeslied. "Vandaag is rood de kleur van jouw lippen. Vandaag is rood wat rood hoort te zijn. Vandaag is rood van rood-wit-blauw. [...] Vandaag is rood gewoon weer liefde tussen jou en mij." Dat Borsato tegelijk een on-Bijbelse boodschap heeft, wordt door veel jongeren niet opgepikt. "Pluk de dag, want het kan zo ineens de laatste zijn."
Het is belangrijk om in de discussie over popmuziek terug te grijpen op Gods Woord. Ook anno 2006 gelden Zijn geboden als norm. Oproepen tot haat en geweld? Zesde gebod. Drugsgebruik? Idem dito. Ongehoorzaamheid? Vijfde gebod. Vrije sex? Zevende gebod. Duivelse invloeden? De eerste twee geboden.
Madonna
Alle ontwikkelingen op het terrein van de popmuziek zijn reden tot grote zorg. De duivel oefent zijn macht uit door de muziek en vervuilt de gedachtewereld van veel jongeren met zijn satanische boodschap. Dat de duivel daarmee aansluit bij het zondige hart, is in het gesprek met jongeren soms duidelijk merkbaar.
Die discussie maakt duidelijk dat voor een deel van de jongeren Gods Woord niet het hoogste gezag heeft. Letterlijk zei een jongen over muziek van de rapper 50cent: "Ik vind dat jullie veel te serieus zijn. Dat is toch niet verkeerd? Goeie muziek juist." Een ander deel vindt dat popmuziek wel strijdig is met Gods Woord, maar kan het toch niet laten popmuziek te luisteren. De sociale druk is daarvoor te groot, het zondige hart zit te vast aan de muziek. Misschien is de geest gewillig, maar het vlees is vaak te zwak. En terecht stelt Koos de Jong in het interview van vorige week dat popmuziek meeslepend is. Of dat nu een stevige rockballade is van de Red Hot Chili Peppers of Bon Jovi, een lovesong van Madonna, of een rap van Ali B. Het ritme van de muziek geeft een kick, en de naïviteit is groot.
Veel jongeren onderschatten namelijk het gevaar van popmuziek. Luisteren naar muziek van de duivel zorgt voor een levenslange last. Een seconde, soms een paar maten van een liedje van 'vroeger' zijn vaak voldoende om het hele nummer in herinnering te brengen. Een predikant vertelde dat hij op de meest heilige momenten last kreeg van de popmuziek die hij vroeger had geluisterd. Tijdens de bediening van het Heilig Avondmaal hoorde hij fragmenten van oude liedjes. Een andere predikant vergeleek popmuziek met verf. "Voor je het weet, zit je er helemaal onder. Je handen, je kleren, je haar, alles. En het gaat er niet meer af."
Streep
Tegelijk met de onderschatting van het gevaar van popmuziek, is er ook het risico van onder-
schatting van goede muziek. Niet voor niets zei Augustinus dat zingen twee keer bidden is. Niet voor niets gingen martelaren zingend de brandstapel op. Maar als de gemeentezang niet meer dan een gewoonte is, als thuis niet meer gezongen wordt, als goede, klassieke muziek niet meer geluisterd kan worden, dan wordt het terrein van de muziek aan de duivel overgelaten.
In een reactie op de reeks artikelen in een recente Daniël schreef een meisje: "Hou wel in de gaten dat het voor een doorsnee jongere heel moeilijk is om te stoppen met popmuziek. Je ligt uit de groep omdat je de hits van het moment niet meer kent, en je moet een alternatief zoeken. Misschien kunnen jullie daar ook iets meer aandacht aan besteden. Je kunt wel zeggen hoe het niet moet, maar een alternatief is belangrijk. Het lijkt mij duidelijk dat zo'n jongere niet meer snel naar koren gaat luisteren."
Daar ligt nu juist een groot probleem: alternatieven zijn er in de ogen van jongeren niet of nauwelijks. Geestelijke muziek en klassieke muziek zijn voor een deel van de jongeren geen alternatief. Een goede bezinning op muziek is daarom dringend gewenst. Wat kan wel, wat kan niet? Kan geestelijke muziek samengaan met bijvoorbeeld slagwerk of gitaar? Jongeren beroepen zich in discussies vaak op Psalm 1 50 of verwijzen naar een CD met kerkmuziek uit Nigeria, waar trommels een grote rol spelen. Maar al te vaak wordt gevoelsmatig - en op zich begrijpelijk - een streep getrokken, waar de Bijbel dat niet lijkt te doen. Gesprek tussen jongeren, ouders, opvoeders en ambtsdragers over muziek is daarom noodzakelijk. Die noodzaak wordt onderstreept door het feit dat opvoeders vaak van niets weten. Op opvoedingsavonden, die de Jeugdbond organiseert, staan ouders vaak verbaasd van wat jongeren luisteren en kijken. Catecheten zijn regelmatig verbijsterd dat hun catechisanten "deze herrie" luisteren.
Dat opvoeders jongeren verbieden popmuziek te luisteren, is terecht. In de praktijk blijkt dit echter niet voldoende, gelet op het feit dat ondanks de jarenlange strijd tegen pop, alleen maar meer jongeren die muziek zijn gaan luisteren. Het kan nodig zijn samen te luisteren. Niet alleen naar wat de Bijbel zegt - natuurlijk is dat het belangrijkste - maar ook naar popmuziek. "Joh, wat vind je hier dan mooi aan? " Samen de muziek luisteren, samen de tekst lezen, bespreken. "Maar wat hij net zong, dat is toch in strijd met Gods Woord? " Zeker als het gaat over de tekst - die in maar al te veel gevallen echt niet door de beugel kan-is een deel van de jongeren bereid te luisteren naar wat opvoeders daarover zeggen op grond van Gods Woord.
Voor dat gesprek is bewogenheid en betrokkenheid nodig. Jongeren merken of een opvoeder iets zegt 'omdat het moet' of omdat dat uit de grond van het hart komt. Verder blijken jongeren keer op keer inventief in het vinden van uitvluchten. "Ja, maar..." Kennis van de popwereld vergemakkelijkt daarom het gesprek, evenals inlevingsvermogen. Tegelijkertijd zullen ouders en opvoeders moeten investeren in muzikale opvoeding. Samen van jongs af aan naar concerten gaan. Samen zingen na de maaltijd of op zondag. Zo is de scheppingsgave van muziek bedoeld. Dat bedoelde Bach ook, als hij op zijn partituren schreef: "Soli Deo Gloria".
Veel jongeren vinden de discussie over popmuziek overdreven. Dat was een jaar of tien geleden niet anders. J.J. de Jong schreef toen: "Wat overdreven, het valt best wel mee... Maar dat is een vergissing. Laten we toch eerlijk tegenover elkaar zijn. De wereld van de popmuziek staat lijnrecht tegenover de boodschap van Gods Woord. Het ligt heel scherp: Je kunt géén twee heren dienen. De kerk wat en de wereld wat - dat hou je niet vol. Er wordt een keuze van je gevraagd: 'kiest u heden wie gij dienen zult...' Vraag de Heere of je de goede keus mag maken. Een keus waar je nooit spijt van zult hebben."
Dit artikel is een bewerking van een recente publicatie in het Reformatorisch Dagblad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 2006
Daniel | 35 Pagina's