Midzomer
Nu vieren wij het hoogtijd der getijden. Alom is 't licht, en nauwlijks wordt het nacht. De akkers juichen onder voller dracht en bossen onbewust Gods Naam belijden.
De zomerspringvloed wast aan alle zijden en heeft haar volle hoogte haast volbracht. In 't brandend westen talmt de zon en wacht, zij kan van onze landen amper scheiden.
Eenmaal zal 't zonnelicht niet ondergaan, wanneer Gods Rijk zijn volheid heeft verkregen, Zijn vaste troon in eeuwigheid zal staan.
Dan striemt geen stormwind meer of slaande regen. Dan juicht het al van louter zomerzegen. Het Jubeljaar in Sion vangt dan aan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 juli 2006
Daniel | 32 Pagina's