JEREMIA. De profeet van Gods Woord (1)
Jeremia behoort tot de grote profeten. Hij is door de - 1 HEERE geroepen om hét volk leiding te geven in een van •V* de moeilijkste perioden zijn bestaan. Over enkele tientalzien jaren zal het volk in ballingschap morden gevoerd. «Lk Jeremia spreekt zijn profetie uit op een kritiek moment J in de geschiedenis. Het zijn ook niet zijn woorden waarmee hij komt, maar Gods Woord. Het Woord des HEEREN geschiedt tot Jeremia...
S2H Hoewel nog maar jong, de HEERE stelt hem voor een immense L.' '-taak. Hij spreekt tot hem: er dat Ik u in moeders buik formeerde, heb Ik u gekend, en eer ik dat gij uit de baarmoeder voortkwam, heb Ik u geheiligd (1:5).
Jeremia beseft heel goed welke grote en verantwoordelijke taak de HEERE hem geeft. De bezwaren komen bij hem op: Ach, Heere HEERE, zie ik kan niet spreken, want ik ben jong (vers 6). Jeremia weet zich onbekwaam om de boodschap van God aan Zijn volk te vertolken. Bovendien voelt hij zich vanwege zijn jeugdige leeftijd niet opgewassen tegen deze grote taak. Als hij naar zichzelf en zijn eigen mogelijkheden kijkt, kan hij nooit aan die hoge roeping voldoen.
Maar dat hoeft ook niet. De HEERE antwoordt: Zeg niet: ik ben jong: want overal, waarheen Ik u zenden zal, zult gij gaan, en alles wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken (vers 7). Voor niemand wie dan ook van zijn eigen volk behoeft hij te vrezen noch voor de koningen van de volkeren. De HEERE zal met hem zijn om hem te redden uit de nood.
Dan raakt de HEERE op symbolische manier met Zijn hand de lippen van Jeremia aan. Hij zegt daarbij: Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond (vers 9). Bij zijn roeping ontvangt Jeremia evenals Jesaja zijn hemelse lastbrief. De HEERE stelt hem aan tot profeet over volkeren en koninkrijken. Hij zal eerst en vooral oordeelsprediker zijn. Maar in die weg zal de HEERE ook Zijn genade tonen: ook om te bouwen en te planten.
De HEERE geeft Jeremia nog een tweede visioen. Hij vraagt: Wat ziet gij, Jeremia? De HEERE toont hem dan een prachtige uitlopende tak van de amandelboom ('saked'). De amandelboom vertoont al tegen het einde van de winter witte en roze bloesems en is al wakker als de andere bomen nog slapen. Zo zal de HEERE ook over de woorden die Hij door Jeremia spreekt wakker zijn ('soked') om die te vervullen. In dit visioen is er sprake van een woordspeling! Haast niemand zal Jeremia's boodschap nu nog geloven. De HEERE zal echter de oordeels-en de heilswoorden die Hij door de dienst van Jeremia spreekt spoedig waarmaken.
Nog een derde visioen volgt. De HEERE laat het zijn profeet al zien, dat de oordelen van God over het volk zullen komen uit het Noorden. De macht van Babel zal daar tot ontwikkeling komen. In een gezicht ziet Jeremia een kokende pot in het land van de Eufraat en de Tigris staan en de hete vloeistof daaruit van het Noorden naar het land Syrië en Palestina stromen.
De HEERE zal de geschiedenis van Zijn volk, maar ook van de volkeren door oordelen en gerichten leiden tot Zijn Goddelijke doel. Door Zijn Woord leidt en troost Hij ook Zijn volk op de soms moeilijke wegen die ze gaan moeten en doet Hij hen delen in het heil van de Messias. Dat Woord dat is vast en zeker: HEER'. Uw Woord bestaat in eeuwigheid. Daar 't hemelheir zich schikt naar Uw bevelen; In Uwe trouw, zo gunstig toegezeid, zal elk geslacht, ja 't eind der eeuwen delen (Psalm 119:45, berijmd).
Informatie
Schrijver: Jeremia, zoon van Hilkia, uit het priestergeslacht van Anathoth ten noordoosten van Jeruzalem, is van priesterlijke afkomst. Hij blijft ongetrouwd.
Tijd: Jeremia is geroepen in 627 v. Chr., het dertiende jaar van de regering van koning Josia. Hij werkt meer dan veertig jaar als profeet en wordt na de val van Jeruzalem (586 v. Chr.) door zijn volksgenoten meegevoerd naar Egypte. Zijn prediking staat in het teken van de opkomst van de macht van Babel. Hij confronteert vooral de koningen Jojakim en Zedekia met de dreiging die van Babel uitgaat en het oordeel van de komende ballingschap.
Werkterrein: Jeremia wordt tot profeet geroepen als alleen het zuidelijke rijk nog bestaat. De bewoners van het noordelijke rijk zijn door de Assyriërs in ballingschap gevoerd. Zijn dienst strekt zich echter ook uit de volkeren.
Tijdgenoten: De profetie is opgeschreven door Jeremia's secretaris Baruch (36, 45). Jeremia werkt voor een deel gelijktijdig met Ezechiël. Habakuk en Zefanja. Thema: God maakt Zijn Woord waar.
Inhoud
1 2-6 7-36 37-45 46-51 52 De roeping van de profeet Profetie tegen Juda ten tijde van koning Josia Profetieën tijdens de laatste koningen van Juda Jeremia's lijden Profetieën tegen verschillende volkeren De verwoesting van Jeruzalem en de wegvoering
Kerntekst Jeremia 1:11-12
Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij. zeggende: Wat ziet gij, Jeremia? En ik zeide: Ik zie een amandelroede. En de HEERE zeide tot mij: Gij hebt wel gezien; want ik zal wakker zijn over Mijn Woord om dat te doen.
Aangehaald in het Nieuwe Testament
Het profetie van Jeremia wordt in het Nieuwe Testament op verschillende plaatsen aangehaald. Denk aan de profetie van de kindermoord in Bethlehem, Mattheüs 2:18, en van het nieuwe ver-f 4 ^awr" Ê* bond, Hebreeen 8:8-12, 10:16-17.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 2006
Daniel | 36 Pagina's