Een vereniging eider in het verzet
Reis door de nacht, Bert en Wim, Snuf de hond, van Hoilandsche jongens in Duitsche tijd, Engelandvaarders: allemaal verhalen over verzetshelden. De meeste van deze verhalen zijn verzonnen. In werkelijkheid was maar een heel klein deel van de Nederlandse bevolking lid van het verzet. Een van hen was Johannes Post, één van de bekendste verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog.
Het verzet in ons land was er vooral opgericht om Nederland te bevrijden van de Duitsers. Maar er waren verschillende redenen waarom mensen bij het verzet gingen.
Veel verzetsstrijders waren communisten. Verder waren er mensen die vanuit een bepaalde levensovertuiging het niet eens waren met de Nazi's. Anderen waren uit op avontuur en gingen daarom bij het verzet.
Straf van God
Er was ook een groep mensen die in het verzet ging omdat ze Hitler's ideeën in strijd vonden met Gods geboden. Het was eigenlijk maar een kleine groep die echt in het verzet ging. De meeste christenen in ons land stonden wel aan de kant van Oranje, maar een deel ervoer de komst van de Duitsers als straf van God en droeg daarom die straf zonder er tegenin te gaan. Anderen zagen de Duitsers als de wettige overheid en zij gehoorzaamden die naar het gebod van de Heere Jezus.
De protestantse christenen in het verzet kwamen vooral uit de Gereformeerde kerk. Eén van hen was zelfs een dominee, die actief deelnam aan het verzet. Zijn naam was ds. Frits Slomp. Omdat hij gedurende de oorlog telkens moest verwisselen van onderduikadres kreeg hij de bijnaam Frits de Zwerver. Ook Johannes Post kwam uit de Gereformeerde kerk.
Johannes Post werd geboren op 4 oktober 1906 in Hollandscheveld in de provincie Drenthe. Hij kwam uit een groot gezin van elf kinderen. Zijn vader was boer. Johannes Post groeide op en ging naar school. Op zijn zestiende ging hij naar de jongelingsvereniging van de gereformeerde kerk van Hollandscheveld. Hij bleek een serieuze jongen te zijn. Hij zette zich erg in voor het verenigingswerk. In zijn tijd was het jeugdverenigingswerk een manier om buitenkerkelijke mensen bij de kerk te betrekken. Johannes deed hier zijn uiterste best voor. Toen hij twintig jaar was, werd hij de voorzitter van de jeugdvereniging.
Post was ook politiek betrokken. In 1935 werd hij gekozen als wethouder van de gemeente Oosterhesselen in Drenthe. Johannes vond de politiek eigenlijk maar niks. Hij was een man van daadkrachtig optreden en de politiek vond hij vaak te traag werken. Toen uiteindelijk in mei 1940 de oorlog uitbrak werd Post al direct betroken bij kleinschalig verzet. Dit was allemaal nog ongeorganiseerd.
Weinig Nederlanders zagen hét grote kwaad van Hitier in. Johannes wel. Hij kreeg daarom al snel na het begin van de oorlog onderduikers in huis. Van lieverlee werden ook de verzetsdaden uitgebreid. Deze 'kraken' zoals ze toen werden genoemd leverden vaak niets op. Ze staken boerderijen van NSB-leden in de brand en probeerden om aan bonkaarten te komen. Johannes werkte in die tijd samen met zijn broer Marinus.
Grote kraak
Johannes ging echt over op het gewapende verzet toen de Duitsers in 1943 besloten om de Ausweise in te voeren. Post had direct in de gaten wat het doel was van de Ausweise. De mannen moesten naar Duitsland om te gaan werken. Op een stencilmachine produceerde hij tienduizenden folders waarin hij de mensen opriep niet aan de Ausweise mee te werken. Al snel daarna ging hij over om de eerste grote kraak voor te bereiden.
De plaatselijke bureauhouders moesten toezien op de voedselverdeling en zij beslisten wie er wel of niet naar Duitsland moest om te werken. Zij hadden papieren in hun kantoren waarmee je kon aantonen dat je een vrijstelling had. Op 23 juni 1943 besloot Johannes samen met zijn verzetsgroep overvallen te plegen op de PHB kantoren in Sleen, Zweeloo,
Oosterhesselen en Nieuweroord. Dat waren dus vier kantoren, verspreid over Drenthe, op één dag. Vanaf die dag hield Johannes zich met zijn verzetsgroep intensief bezig met het gewapende verzet.
Het werd wel steeds gevaarlijker om in Drenthe werkzaam te zijn. Vooral door de slecht voorbereide acties in het begin van de oorlog was er een duidelijk vermoeden dat Johannes Post wel eens betrokken zou kunnen zijn bij het verzet. Hij werd gearresteerd en in Apeldoorn opgesloten. Gelukkig wist hij te ontsnappen door de hulp van een 'goede' politieman. Johannes besloot om Drenthe te verlaten en ging naar Rijnsburg in Zuid-Holland. Daar was zijn broer Henk dominee van de Gereformeerde kerk.
Knokploeg
In Rijnsburg aangekomen begon hij direct met het organiseren van een knokploeg (K.P.). Zo ontstond de Knokploeg-Johannes. Vanuit Rijnsburg organiseerde hij kraken door heel Zuid-Holland en het westen van Noord-Brabant. Eerst verliep het allemaal nog wat moeizaam maar later slaagden zijn kraken. Posts meest geslaagde kraak is de overval die hij uitvoerde op 19 februari 1944 op het politiebureau in de Archimedesstraat in Den Haag. De buit bestond uit een zestigtal pistolen, patroonhouders en scherpe munitie.
Het is natuurlijk niet zo verwonderlijk dat de Duitsers hem constant op de hielen zaten. Hij moest heel goed opletten voor verraders.
Toen de K.P.'s in Nederland zich gingen organiseren in één organisatie, de Landelijke Knokploeg (L.K.P), kreeg Johannes de leiding van alle K.P.'s in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe.
In mei en juni van 1944 kreeg de L.K.P. zware slagen te verduren door de arrestaties van een paar belangrijke mensen in de top van de L.K.P. Voor Post was dit één van de redenen om in de laatste week van mei naar Amsterdam te gaan voor nader overleg. Want in Amsterdam zat de top van de L.K.P. Begin juni arresteerde de Sicherheitspolizei een aantal leden van de knokploegen in Groningen en Drenthe, waardoor een terugkeer naar het noorden voor hem te gevaarlijk werd. Hij zat dus vast in het westen. Dit kwam eigenlijk wel goed uit. Door de arrestaties waren er vacatures ontstaan in de top van de L.K.P. Zo kreeg Post uiteindelijk het bevel over alle knokploegen in het westen van Nederland. Hij vestigde zijn hoofdkwartier in Amsterdam.
Verraad
Een zware slag voor Post was het mislukken van de overval op het distributiekantoor in Haarlem op 23 juni 1944, waarbij zijn beste vriend Wildschut gevangen werd genomen. Onder grote druk trof hij voorbereidingen om zijn vriend uit de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam te bevrijden. Een Nederlandse SS-bewaker had contact met de K.P. gehad en had beloofd om te helpen. Maar deze man verraadde alles aan de Siecherheidspolizei. Toen in de nacht van 14 op 15 juli de knokploeg de gevangenis binnendrong, viel deze in een hinderlaag. Na een vuurgevecht werden zes overvallers gevangengenomen. Post was niet bij deze overval betrokken. Dat zou te gevaarlijk zijn geweest want als hij ook wegviel zou dat een nog grotere klap betekenen voor de L.K.P. De volgende dag werd hij toch gearresteerd. Op 16 juli 1944 werd hij samen met nog twaalf anderen naar de duinen van Overveen gebracht en daar werd hij door de Duitsers doodgeschoten. Na de bevrijding is het stoffelijk overschot van Johannes Post herbegraven op de Erebegraafplaats Overveen in Bloemendaal.
Post wist heel goed dat het verzetswerk levengevaarlijk was. Maar vanuit zijn christelijke levensovertuiging vond hij dat Nederland bevrijd moest worden van het juk van Hitiers onderdrukking. Johannes Post werd 38 jaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 mei 2006
Daniel | 33 Pagina's