Regioavonden Sprang-Capelle en Amsterdam Noord
Naast de regiodagen die dit voorjaar gehouden werden in Nieuwerkerk, Krimpen aan den IJssel en Rijssen, zijn er ook enkele regioavonden georganiseerd.
Drs. J.J. Grandia heeft voor ons gesproken op donderdag 23 maart in de Gereformeerde Gemeente te Sprang-Capelle over het onderwerp Apologetiek. Het was een bijzonder fijne en leerzame avond. Omdat de heer Grandia deze lezing al eerder heeft gehouden op de regioavond in Amersfoort, en daarvan een verslag is geplaatst in Daniël, wordt deze dit keer niet opgenomen.
In het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente te Amsterdam-Noord was een regioavond belegd op dinsdagavond 28 maart. De avond werd geopend door ouderling F. Elshout. Hij mediteerde over de woorden: ij hebt mijn rechterhand gevat. Psalm 73:23b.
Ik las eens de opmerking van een niet-christen. Hij schreef: "Het leven speelt zich af tussen luchtkastelen en ruïnes". Ook de wéreld denkt na over het Godsbestuur. Men vraagt zich af: Hoe kan het kwaad bestaan? Is er wel een God? Deze vraag komt echter ook voor bij kerkmensen, zélfs bij Gods kinderen. Wat hebben ook wij menselijke gedachten van het Godsbestuur. Ons verstand is zo beperkt.
We zien Asaf in Psalm 73 in diepe nood. Hij geloofde vast dat God goed is (vs 1). Asaf was geen oppervlakkig christen (zie vs. 1 3). Hij was wel een zondig mens, maar wenste toch voor de Heere te leven. Maar er was iets in zijn leven, waar hij niet mee onder God kon komen. De Heere verhoorde zijn gebeden niet, en dat gaf opstand in het hart van Asaf. Hij was bijna van het spoor der godsvrucht afgegleden. Onverenigd zijn met Gods weg, gaat hand in hand met afwijken van het rechte spoor. Dat zijn gevaarlijke momenten in ons leven. Dan zoekt de boze ons tot struikelen te brengen!
Maar Asafs leven speelde zich af onder Gods wakend oog. Hij kon het niet meer geloven, maar God vatte zijn rechterhand. En dat doet de Heere nog. Soms door licht te geven over één enkel woord uit de Bijbel. Johannes de Doper werd bijvoorbeeld in de gevangenis zo liefdevol onderwezen vanuit Gods Woord toen hij in grote vertwijfeling verkeerde. Maar de Heere doet het op Zijn tijd: als de nood het hoogst is en wij uitgewerkt zijn. De omstandigheden werden niet anders toen de Heere hem opzocht, (vs. 26), maar de angel was eruit. Zo komen er door verdriet, vertwijfeling en zondekennis heen, toch vruchten van geloof en bekering, en roept hij het uit: Ik zet mijn betrouwen op de Heere HEERE. om al Uw werken te vertellen!
Na de samenzang hield de heer G.J. van Pijkeren uit Enkhuizen een referaat over het onderwerp De Bijbel voor ons en onze naaste.
Hij stond achtereenvolgens stil bij: - een algemene inleiding op de Bijbel; - de indeling van de Bijbel; - enkele vertalingen van de Bijbel.
Daarnaast stelde hij de vragen: - hoe spreken de belijdenisgeschriften over Gods Woord? - waartoe en voor wie is de Bijbel gegeven?
Hoewel de eerste vier aandachtspunten meer dan de moeite waard waren, moeten we ons in verband met beperkte ruimte helaas beperken tot de laatste vraag: 'Waartoe en voor wie is de Bijbel gegeven? '
Guido de Brés schreef in artikel 3 NGB dat God een bijzondere zorg draagt voor ons en onze zaligheid. Daartoe heeft Hij de Bijbel gegeven. Om mensen bekend te maken wie zij van nature zijn, maar ook dat de Heere een weg heeft uitgedacht, waardoor gevallen mensen weer in Zijn gemeenschap gaan delen.
Op de vraag voor wie de Bijbel is gegeven, luisteren wij naar het antwoord van de apostel Paulus. Hij vraagt in Romeinen 3 vers 1: Welk is dan het voordeel van de Jood? Of welke is de nuttigheid der besnijdenis? Het antwoord luidt: Veel in alle manier. Want dit is wel het eerste, dat hun de woorden Gods zijn toebetrouwd. In Mattheüs 28 vers 19 krijgen de discipelen de opdracht: Gaat dan henen, onderwijst al dc volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geesfes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb.
Het Woord is onder Gods voorzienig bestel ook in ons land gekomen. Ons land kon een christelijke natie genoemd worden. Zowel in de Reformatie als in de afscheiding heeft de Heere Zijn Woord steeds weer zuiver laten klinken. Gods Woord is ons toebetrouwd. Daar moeten wij zorgvuldig mee omgaan. Persoonlijk, in onze gezinnen, op de verenigingen, in de gemeenten, maar ook naar buiten. Leest u wel eens tussendoor in de Bijbel? Onderzoekt en bestudeert u Gods Woord? De nieuwste uitgave van de Gereformeerde Bijbelstichting, de Bijbel met kanttekeningen in een handzaam formaat, is hier heel goed voor te gebruiken.
Hoe is het in onze gezinnen? Grootmoeders en moeders, wijst u uw (klein)kinderen op het grote voorrecht dat de Heere óns Zijn woord gegeven heeft? Kennen onze jongeren de taal van de Bijbel nog? Horen onze kinderen nog hoe de Heere een mens bekeert? Kunnen we dat aan ze vertellen uit eigen ervaring? Weegt het, dat onze jongeren de ambtsdragers van de toekomst zijn als de Heere dat geeft?
Welke plaats heeft de Bijbel op onze verenigingen? Het werken voor zending en evangelisatie is nodig. Maar laten we op de vereniging ook tijd inruimen om Gods Woord te onderzoeken.
De Bijbel voor ons en onze naaste hebben we dit referaat genoemd. We lezen meerdere malen dat de Heere Jezus innerlijk met ontferming bewogen was over de schare. Wenende stond Hij voor de poorten van Jeruzalem. Kennen wij iets van die bewogenheid met het zielenheil van onze naaste? Van rooms katholiek tot evangelisch, van moslim tot atheïst? Er zijn niet altijd pasklare antwoorden te geven op alle vragen die in gesprekken met deze mensen naar voren komen, maar dan geldt het: Indien iemand wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere. Die mildelijk geeft en nooit verwijt.'
Na enkele praktische raadgevingen voor de gesprekken met andersdenkenden, besloot de heer Van Pijkeren zijn referaat met het mooie gedicht Een bladwijzer in de Bijbel van de Isaac da Costa:
Bij 't openslaan van 't Boek der Boeken Gedenk, o Christen! dag aan dag Dat wie dat Woord wil onderzoeken, Geen eigen licht vertrouwen mag. Geen mensen wijsheid zou hier baten, Geen vlijtige arbeid hier volstaan; Alle eigenwijsheid dient verlaten, Een ander oog moet opengaan.
Voordat ge u dan begeeft tot lezen, Val, Christen! Val uw God te voet! En dat een heilig, heilzaam vrezen Zich meester maak' van uw gemoed! Vraag, eer gij verder gaat, een zegen! Vraag ogen, oren en een hart; En Jezus Zelve kome u tegen In dit Zijn Woord bij vreugd' en smart.
Na de pauze werd het gedicht Wat betekent Gods Woord voor ons van Chr. De Priester voorgedragen. Aansluitend beantwoordde de heer Van Pijkeren de ingediende vragen.
We mogen terugzien op een zinvolle en goede avond!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 april 2006
Daniel | 31 Pagina's