Een vluchtende kerk
woord van Zacharia wordt vervuld: Sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden.
En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden (Markus 14:50)
Wie had dat ooit kunnen denken? En zij: dat zijn de discipelen. Mannen die met liefdesbanden aan hun Meester verbonden waren. Leerlingen die ruim drie jaar Zijn gezegend onderwijs hadden ontvangen. Die geroepen waren uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht, maar ook geroepen en afgezonderd om Zijn apostelen, dienaars van het Evangelie te zijn. Ze waren onderwezen in de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen. Door genade hadden ze de onberouwelijke keus mogen doen.
En ze waren vast van plan om eeuwig bij Hem te blijven. Toen de schare heenging omdat het woord van Christus ergernis en vijandschap opwekte, hadden zij gezegd: Tot Wien zullen me anders heengaan, Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. Hoe goed was Zijn tegenwoordigheid; hoe aangenaam waren zijn Woorden! Zeker, er was wel verzet in hun binnenste, toen de Heere sprak van lijden en dood, gevangenschap en kruis. Dat was volgens hen niet nodig. Maar aan verlaten hadden ze nooit gedacht. Dat kon niet meer. De brug naar hun vroegere leven en wereld was opgehaald. Thomas had naar aanleiding van Christus' spreken over Zijn naderende dood gezegd: dan zullen we met Hem gaan en met Hem sterven. En een paar uur geleden had Petrus namens allen gezegd dat ze Hem nimmer zouden verlaten. Ze waren met tere liefdesbanden aan Hem verbonden.
Maar in de hof van Gethsemane ging het al spoedig mis. Christus vroeg hen om te waken, maar er kwam niets van terecht. Ze vielen in slaap. Terwijl Hij Zijn bittere strijd streed, sliepen zij.Daarna kwamen de soldaten om hun geliefde Meester te binden en als een misdadiger af te voeren. En Jezus verweerde Zich niet. Hij liet Zich binden. Wat een teleurstelling voor hen. Wat een onbegrijpelijke weg. Waarom verzette Hij Zich niet? Waarom toonde Hij Zijn koninklijke macht niet? En toen kwam de ergernis en de angst. Petrus greep in blinde woede zijn zwaard, maar ook dat kon de goedkeuring van de Meester niet wegdragen. Hij heelde het oor van Malchus en wees Petrus terug. En dan lezen we de ontroerende woorden: En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden. Op welk woord moet de klemtoon vallen? Moet het niet op alle woorden zijn?
En zij allen, schrijft Marcus. Niemand uitgezonderd. En dan te bedenken dat zij allen kinderen Gods waren. Hier is sprake van een vluchtende Kerk! Daar gaat Simon, die zulk een kostelijke naam ontvangen had: Petrus, de rotsman. Daar gaat Nathanaël, van wie de Heere gezegd had: Zie, waarlijk een Israëliet, in welke geen bedrog is. Daar gaat Levi, die als een vuurbrand uit het vuur gerukt was. Daar gaat Filippus, die Nathanaël opwekte tot Christus te komen. Daar gaat Andreas, die zijn broer Simon tot Jezus leidde. Daar gaan ze allen! Allen verlaten, niet in de eerste plaats de hof van Gethsemane, maar Hem! Hij blijft alleen over. Het
Hoe komt toch dit alles? Hadden ze Hem dan niet echt lief? Was die rijke belijdenis: Gij zijt de Christus de Zoon des levenden Gods, dan niet oprecht geweest? Jongelui, om dit alles te begrijpen, moet je discipel van Christus zijn. Op de school van de Heilige Geest ga je leren dat hierin Gods Kerk getekend wordt. Als de Heere in ons leven komt, wordt een onberouwelijke keus in het hart gelegd om de Heere te dienen. Dan word je een schuldig, ellendig en verloren mens voor God. De wereld verliest haar glans, duivel en zonde worden je vijanden. In het hart wordt een oprechte begeerte gelegd om God te vrezen. Hij is het immers zo eeuwig waard! En in liefde en verbondenheid ga je belijden: Heere, tot Wien zullen we anders heengaan. Misschien heb je met Asaf wel eens in verwondering gezongen: Wien heb ik nevens U omhoog? Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog, Op aarde nevens U toch lusten? niets is er waar ik in kan rusten. Maar de weg bij de discipelen ging zo anders dan ze gedacht hadden. Jezus' weg liep niet naar de kroon, maar naar het kruis... En toen Christus daarover sprak, kwam er tegenstand en verzet, maar de liefde bleef. Ze wilden wel voor Hem vechten, maar nu werden ze aan de kant gezet. Hun liefde en goede werken en alles wat ze wilden aanbieden, was te kort. Dat kon de Heere niet gebruiken. En dat begrepen ze niet. Ze hadden wel oog voor Zijn koninklijk en profetisch werk, maar nog zo weinig zicht op Zijn priesterlijk werk
Zo is er nog een volk dat de Heere lief heeft, maar nog weinig oog heeft voor Gods heilig Recht, voor de noodzaak van Christus' Borgschap. Ze menen zalig te kunnen worden op grond van hun keus, hun liefde, hun bekering, hun betrekking op de Heere. Uit de volheid van het gemoed mag de Heere beleden worden, als Zijn liefde het hart vervult: Ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat. Maar de diepte van dat woord wordt nog te weinig gepeild. Heb jij al geleerd een wegloper te zijn? Maar ook hoe vaak dat nog gebeurt, ook al heeft de Heere Zijn liefde in je hart uitgestort?
Van de Heere vandaan lopen om zelf de man of de vrouw te worden, om zelf in het middelpunt te staan. Wie aan deze zaken ontdekt wordt, gaat begrijpen dat mijn weglopen het lijden van Christus heeft verzwaard. Nee, dan kom je niet meer boven de discipelen uit, maar ga je je eigen naam in deze tekst invullen. Dan behoren jij en ik bij die 'allen'.
Wat een wonder dat Christus niet weggelopen is. Hij bleef, om voor weglopers de weg naar de eeuwige zaligheid te banen. Gods kind kan als het op betaling aankomt, niets voor Jezus doen. Hij doet alles voor hen. Wat een diepe les! Je komt er nooit in uitgeleerd. Zo wordt het lijden van Christus al meer aanbiddelijk!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 2006
Daniel | 32 Pagina's