Kinderen moeten eerbiedig leren bidden
"Het gebed is geen preek. Maar vragen, vragen!" Op 17 september 2005 sprak ds. G.J. van Aalst op de jaarvergadering van de Bond van Zondagsscholen der Gereformeerde Gemeenten over 'Samen bidden'. "We mogen vragen om het allerkleinste, want niets is voor de Heere te klein." Fragmenten uit zijn referaat.
Fragmenten uit referaat ds. G.J. van Aalst
"Bidden is even noodzakelijk als ademhalen. Maar beleeft u dat ook zo? We móéten bidden, dat is Gods opdracht; we mógen bidden, dat is een voorrecht. De Heere roept er toe op. De satan is nergens banger voor dan voor het gebed. Daarom komt hij ook met schijnvrome redeneringen om ons er van af te houden. Ik wil u eens vragen: Wanneer wij in alle eenvoudigheid met onze kinderen bidden, beleven wij dan iets van het: "Al wat u ontbreekt, schenk Ik, zo gij 't smeekt, mild en overvloedig"? Vraagt u wel eens: Verlos ons toch van onze beschrijvende gebeden? Want daarin kunnen we de Heere zoveel voorschrijven, maar dan spatten onze gebedswoorden als mooie zeepbellen tegen het plafond uiteen. Bidden is maar niet het uitspreken van godsdienstige woorden. Daar wordt de ander moe van. Maar ais we iets beleven van: '"k Hef mijn ziel, o God der goden tot U op", dan is dat voelbaar.
Bidden met onze kinderen dient eenvoudig te gebeuren. Dat is wat anders dan platvloers of oppervlakkig. Bidden... Wie zal van zichzelf durven zegen dat hij kan bidden? Paulus zegt in Romeinen 8: 'Wij weten niet te bidden gelijk het behoort.' Nehemia zuchtte zelfs tijdens zijn werk. Vroeger noemde men dat wel 'bidden met de pet op'."
Liefdedienst
"In Zondag 45 wordt gevraagd: 'Wat behoort ioi .zulk een gebed daf Gode (niet de mensen of onszelf) aangenaam is en van Hem verhoord wordt? ' Lees het eens na: Godskennis (antwoord 117a), zelfkennis (antwoord 117b) en Christuskennis (antwoord 117c) zijn alledrie zo noodzakelijk.
Een andere vraag is: Wat doet u na het amen van het gebed? Ziet u uit naar verhoring?
De heidenen van Athene offerden voor een onbekende god. Dat was een beeld van eigen fantasie. Wat is het Godsbeeld dat blijkt uit ons gebed? Is dat naar de bevinding der heiligen en de Kerk der eeuwen, of is ons Godsbeeld eigentijds, oppervlakkig, tiranniek of zoetsappig?
Wat hebben we toch nodig dat we gefundeerd zijn in de Schrift en persoonlijk door de Heere worden onderwezen, blijkend in onze gedachten, woorden en gevoelens. Is ons Godsbeeld liefelijker dan in de Schrift? Dat komt tegenwoordig veel voor. Óf is het uit een goedbedoelde reactiehouding strenger dan in de Schrift?
Beide manieren zijn verkeerd. Gods Woord leert ons het evenwicht. Enerzijds is er Gods majesteit, die kinderlijk doet beven, buigen en beminnen en anderzijds roept de Heere ons toe: Nader tot Mij. Aan de ene kant is het: Wee mij, ik verga en toch vervolgt de ware bidder: Zie, hier ben ik, Hij doe mij zoals het goed is in Zijn ogen. De Soevereine handelt 'recht in al Zijn weg en werk' en 'Hij schenkt boven bidden en denken'. Hij is de Hoorder van het gebed. Welk gerucht over de Heere en Zijn liefdedienst brengen we voort? "
Ontferming
"Ik herinner me dat de tekst: 'Die Mij vroeg zoeken', mij altijd bijzonder aansprak. De meester zei het vaak op school. Omgaan met kinderen is een verantwoordelijk werk. Ziet u hen in eeuwigheidslicht? Voelt u het gewicht dat zij eenmaal van uw hand geëist zuilen worden? We herkennen vast allen het beeld van het ongedurige kind, dat in onze tijd getraind wordt in zién en steeds minder in hóren. Bedenk dat de beeldcultuur een satanische aanval is op de eenvoud van 'het geloof is uit het gehoor'. De concentratie op de eenvoudige
verkondiging (en dus ook van de vertelling) wordt bedreigd. Wat bidden we samen? We mogen vragen om het allerkleinste, want niets is voor de Heere te klein. De Catechismus (118) spreekt over alle geestelijke en lichamelijke nooddruft. Het geestelijke voorop, daarna het natuurlijke. We mogen eerbiedig en vrijmoedig vragen voor het eeuwige én het tijdelijke leven. Ook kinderen moeten eerbiedig leren bidden. Bovendien moet u hen leren dat vrijmoedig vragen iets anders is dan vrijpostig vragen of brutaal zijn. Horen ze ook in jullie vertelling doorklinken, dat voor de Heere niets verborgen is? Zijn heiligheid, recht en Zijn ontferming in Christus Jezus? "
Leeftijdsniveau
"Onze kinderen zijn overwegend weeldekinderen. Bijna alles is voor hen haalbaar en maakbaar. Ze weten eigenlijk niet (meer) wat afhankelijkheid is. Toch wordt van u verwacht dat u met deze kinderen in afhankelijkheid smeekt om al het nodige. Laat de eenvoud van het Woord het mogen doen. En laat daarvan in een eenvoudig gebed onze verwachting zijn, ondanks alles wat ons veroordeelt. Wij mogen zaaien op de zondagschool én vragen om vruchten."
"Wanneer je met kinderen bidt, stem dan de woorden van je gebed af op hun leeftijdsniveau. Ik heb een aantal jaren dovendiensten geleid. Dan ben je zo beperkt in je uitdrukkingsmogelijkheden, omdat de doven het moeten hebben van het zien van ondersteunende gebaren en 'lippen lezen'. Alle franje moet er dan af. Daar is veel van te leren. Het is een moeilijke opdracht om te vereenvoudigen zonder de kern aan te tasten, maar we dienen wel te zorgen dat we met de verwoording van het gebed niet over de hoofden heen spreken. En zeg zeker niet via het gebed tegen de kinderen, wat je eigenlijk met open ogen tegen ze moet zeggen. Houd geen beschrijvende gebeden, maar vragende gebeden. Niet spreken over de Heere, maar met de Heere in het gebed. Het gebed is geen preek. Maar vragen, vragen! Niet preken."
Blinde
"Kinderen kunnen wel eens gemakkelijk denken: Ik heb er om gevraagd, dus... zal ik het ook wel krijgen. Ds. Ledeboer zegt in z'n vragenboekje: 'Hebben we grond om de Heere te vragen om wedergeboorte? Ja, in onze doop.' Het genadeverbond wordt in een veel kringen overschat, zodat wedergeboorte overbodig schijnt. Maar laten we in het zelfonderzoek eerlijk tegen elkaar zeggen dat we niet naar een ander uiterste gaan. Je móét wedergeboren worden (noodzaak) en je kunt nog wedergeboren worden (mogelijkheid). Dat moet beide duidelijk gezegd worden op de zondagschool. Ds. Fraanje zei dan: 'Laat je gedoopte voorhoofd maar aan de Heere zien'.
Je merkt dat ook onder ons de Vadernaam steeds gemakkelijker gebruikt wordt. Weten we wel tot Wie we bidden? Anders spreken we als een blinde die over kleuren spreekt. Wat kunnen we veel leren van Abraham en Daniël in hun aanspraak tot de Heere. Blijkt dat ook in de aanspraak en het begin van óns gebed? In beleving, houding en verwoording?
In de formuliergebeden die bij verschillende gelegenheden in het kerkelijk leven uitgesproken worden, kunnen we het gebed van onze vaderen horen. We luisteren bij hun binnenkamer. Zij leefden en baden trinitarisch. Naderen tot de heilige Vader van de Heere Jezus Christus, op grond van de verdiensten van de Middelaar, door de werking van de Heilige Geest. Laten we dat vooral niet van elkaar losmaken. We kunnen wel trinitarisch praten, terwijl we het niet doorléven, maar dan is het gebruik van de Vadernaam als een zaag die over een spijker gaat. Onderzoek de gebeden van onze vaderen in onze formuliergebeden. Daaruit kunnen we leren hoe wij die Vadernaam mogen gebruiken. In het gebedsonderwijs van de Zaligmaker is 'Onze Vader' onlosmakelijk verbonden met 'Die in de hemelen zijt'. Voor ons is dat enerzijds dat nabije, in de Zoon van Zijn welbehagen, en anderzijds dat verre, vanwege onze schuld en zonden. Bij het gebruik van de Vadernaam mag dat schuldbesef niet ontbreken. En als we iets mogen beleven van het 'Vaderlijke mededogen', dan vervolgt ons gebed: 'Milde handen, vriend'lijk ogen zijn bij U van eeuwigheid. Sla de zonden nimmer ga, die mijn jonkheid heeft bedreven.' En wat 'om Jezus wil' nu eigenlijk inhoudt. Geen andere grond en geen andere naam! De rijkdom en de diepte daarvan, is niet uit te drukken. De volheid van Zijn verdiensten, ook voor kinderen die niet bidden kunnen. Laten we dat toch bij elkaar houden. Oppervlakkig de Vadernaam gebruiken heeft te maken met een totaal andere geloofsbeleving."
Gewetensvorming
"Begin met de kleintjes maar met een vrij gebed. Op latere leeftijd mogen de kinderen zelf het Onze Vader bidden. Maar wel in het kader van wat we er zojuist over gezegd hebben: 'Leer ons bidden', en: 'Laat U mijn tong en mond, en 's harten diepsten grond, toch welbehaaglijk wezen.'
De gewetensvorming bij een kind is rondom het twaalfde jaar voltooid. Dit onderstreept nog eens het belang en de verantwoordelijkheid van het zondagschoolwerk!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 maart 2006
Daniel | 32 Pagina's