De zekerheid van de volharding
Er is ooit eens een boekje verschenen over de 'wedergeborene op z'n slechtst' en 'de onwedergeborene op z'n best'. Die twee werden met elkaar vergeleken. En wat bleek toen? Dat zij ontzaglijk veel op elkaar kunnen lijken! Althans aan de buitenkant... Want kijk, die onwedergeborene heeft wel een verdorven bestaan, maar in zijn levenswandel kan hij toch een deugdzaam mens zijn, een mens die zich zelfs inzet voor zijn naaste. En die wedergeborene? Jazeker, die heeft een nieuw hart van de Heere gekregen, maar die is soms heel niet wat hij zijn moest. Die kan soms héél ver van het pad af zijn. En als je dan die twee met elkaar vergelijkt: enerzijds die onwedergeborene, die er toch zo aantrekkelijk uitziet, en anderzijds die wedergeborene met zijn ziekelijk gelaat, dan wordt het wel moeilijk om te zeggen wie van beiden nu een kind van God is. De Dordtse vaderen hebben dat goed aangevoeld. Het kan ver gaan, ook met een kind van God!
In hoofdstuk 5 van de Dordtse Leerregels gaat het in paragraaf 4 over de val van Gods kinderen. Gods kinderen struikelen dagelijks in veie. Erger nog, ze kunnen ook vallen in de zonde. Je voelt wel, dat gaat nog dieper!
Hoe kan dat nu? Ze zijn toch bekeerd? Ze worden toch door God bewaard? Hoe komt het dan dat Gods kinderen soms zó diep kunnen vallen dat je moet zeggen: is dat nu een kind van God...? Nee, het ligt niet aan God of aan de macht van God "waardoor Hij de ware gelovigen in de genade bevestigt en bewaart..." Die macht is immers groter "dan dat zij van het vlees zou kunnen overwonnen worden."
Dus daar ligt het niet aan. Alleen, Gods kind kan wel eens afwijken van de Heere! God leidt hem niet zo alsof hij een robot is! Een mens heeft zijn verantwoordelijkheid. Dat geldt ieder mens, maar juist ook een kind van God. En daarom moeten de bekeerden geen lauwerkrans van hun bekering maken, maar "zij moeten gestadig waken en bidden dat zij niet in verzoeking geleid worden."
De satan komt nooit als wij er klaar voor zijn. En hij kent de zwakke plekken in ons leven. Wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle!
Wederkeren
Wanneer Gods kinderen in zonde gevallen zijn, kunnen de gevolgen niet uitblijven. Dat kun je lezen in paragraaf 5. Er staat letterlijk: "Met zodanige grove zonden vertoornen zij God zeer, vervallen in schuld des doods en bedroeven de Heilige Geest..." Let op dat woord 'vervallen'. Vallen is erg, maar vérvallen grijpt nog dieper in. Het wijst op de verwoestende uitwerking van de zonde. Ais onze verhouding met de Heere is verbroken, dan gaat onze ziel eronder kwijnen. Dat kan niet anders. Het gebedsleven droogt op. Er komt een toegeven aan de wereld en de zonde. Dat zijn dorre tijden in het leven van Gods kinderen! Toch hebben zij geen rust van binnen. Als hun stand zo droevig is, gaan ze twijfelen aan hun staat. Ze gaan denken: ben ik wel een kind van God? De duivel doet er nog een schepje bovenop: kijk nou eens naar je leven...! En antwoord kunnen zij niet geven. Benauwde ogenblikken zijn dat, als wordt ingeleefd dat de Heere toornt tegen de zonde van de Zijnen! Hoelang dat duurt? Totdat zij "door ernstige boetvaardigheid op de weg wederkeren"! Dan zal "het vaderlijk aanschijn Gods opnieuw aan hen verschijnen." Want Hij blijft tóch getrouw! Wat van God is, blijft in eeuwigheid. Hij is die God Die nooit laat varen de werken Zijner handen. De Heere kan Zich wel eens terugtrekken in het leven van
Zijn kinderen, zodat het lijkt alsof Hij voorgoed is heengegaan. Maar Hij neemt Zijn Geest niet weg. Het kan ver gaan in hun leven. Nogmaals, ze kunnen vallen en vervallen. Maar verder kan het niet. Daar staat God voor in.
Nee, dat ligt niet aan hen. Als dat zo was, zouden ze ook werkelijk afvallen en neerstorten in het eeuwig verderf.
Maar de Heere houdt hen vast. Hij heeft Zijn Geest gegeven... En ééns gegeven blijft gegeven! Die God wil van Zijn volk niet af, en daarom kan Hij van Zijn volk niet af!
Alles-overwinnend
Gods raad kan niet veranderd worden. Wat is Gods raad? Het eeuwig voornemen van God de Vader! De Heere zegt: ijn raad zal bestaan, Ik zal al Mijn welbehagen doen. God heeft Zich niet vergist, toen Hij de namen van de Zijnen in het boek des levens schreef. Hij is de Onveranderlijke! Hij heeft ze niet verkoren om hun deugden, daarom zal Hij ze ook niet verwerpen om hun zonden. Ze kunnen de Heere nooit meer tegenvallen. Want bergen zullen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere uw Ontfermer (Jesaja 54:10). Wat een troost voor dat volk van doorbrengers en albedervers!
Gods belofte kan niet gebroken worden. Zou Hij het zeggen en niet doen, spreken en niet bestendig maken? Dat zou Zijn eer tekort doen! Al Zijn beloften zijn in Christus 'ja' en 'amen'. Wat heeft de Heere dan beloofd? Je zou het in twee zinnen kunnen samenvatten: a) Hij zal Zijn kinderen nooit verlaten; b) Hij zal er ook voor zorgen dat ze Hem nooit zullen verlaten! In paragraaf 8 wordt ook gesproken van de roeping.
Daarmee wordt de inwendige roeping bedoeld. Die is krachtdadig, levenwekkend en alles-overwinnend. Wie zo geroepen wordt, zal luisteren en komen. Die kan geen 'nee' meer zeggen. Kan zo iemand nooit meer afdwalen? Helaas wel! We hebben al gezien hoe ver het gaan kan met Gods liefste kinderen. Maar gelukkig blijft de Heere trouw. Zijn roeping en genadegiften zijn onberouwelijk.
Hij zegt: Ik ben de Alfa en de Omega, Einde! het Begin en het Einde!
Gebed
De volharding der heiligen ligt niet alleen vast in het welbehagen van God de Vader, ze heeft ook grond gekregen in het werk van Christus. Rechtsgrond! Immers, Hij heeft de zaligheid verdiend. Hij heeft de prijs betaald! Door de wet volmaakt te gehoorzamen en de straf te dragen, heeft Hij genade verworven voor al de Zijnen. De genade van verzoening met God, maar ook de genade van het geloof en de volharding. Het is door Hem verdiend. Dat is de vaste grond. Niets is er wat Zijn verdienste krachteloos kan maken. Daar komt nog iets bij. De Heere Jezus heeft niet alleen Zijn leven afgelegd voor de schapen.
Hij is ook opgestaan en ten hemel gevaren. Als de grote Hogepriester is Hij het heiligdom binnengegaan om Zijn offer voor te stellen aan de Vader. Hij is de Voorspraak voor de Zijnen.
Zichzelf kunnen ze niet bewaren, maar ze liggen vast in de doorboorde handen van Christus. Dat zijn biddende handen, maar ook beschermende handen. Hoor hoe Hij bidt in het hogepriesterlijk gebed: ader, Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen... (Johannes 1 7:24). Nee, Hij bidt niet dat de Vader hen onmiddellijk wegneemt uit de wereld, wel dat Hij hen bewaart voor de boze (vers 1 5). Zou de Heere dat gebed niet horen?
En zoals het graf van Christus verzegeld was met het zegel van de keizer, zo zijn Gods kinderen verzegeld met de Heilige Geest. De wereld kan dat zegel niet verbreken. De duivel moet erkennen dat hij geen recht meer op hen heeft. En zelf kunnen zij die Geest nooit meer uitblussen. Ze kunnen Hem wel bedroeven, maar ze kunnen niet zondigen tegen de Heilige Geest. Daarvoor worden zij bewaard.
Volharden
De Dordtse vaderen hebben met overtuiging gesproken van de zekerheid der volharding! Paragraaf 9 laat er geen twijfel over bestaan: "Van deze bewaring der uitverkorenen tot de zaligheid en van de volharding der ware gelovigen in het geloof kunnen de gelovigen zelf verzekerd zijn..."!
Onze vaderen hebben dit beleden op grond van Gods woord in een tijd van grote verwarring. Het 'ruime Evangelie' van de Remonstranten bracht geen zekerheid, net zo min als het 'wettische Evangelie van de Roomsen." De vastheid ligt alleen in God. Dat wordt hier beleden. Er is een zekerheid der volharding, want er is een zekerheid der bewaring. Daar heb je de keerzijde van de medaille.
Wat God doet, is bepalend. Hij is de Eerste en de Laatste. Omdat Hij verkiest, bewaart en zaligmaakt, daarom zullen de Zijnen volharden tot het einde toe! De Heere legt Zijn kinderen niet teveel op. Met de verzoeking geeft Hij ook de uitkomst (1 Korinthe 10:13). De strijd kan hevig zijn, de twijfel groot, maar "God wekt in hen de verzekerdheid der volharding weer op." Zo eindigt paragraaf 11. God blijft Dezelfde in het leven van Zijn kinderen. Dat is hun troost. Is dat ook de onze? Bid of God daar plaats voor maken wil in jouw hart!
Dit artikel is een bewerking van (een deel van) de Jeugdbond-uitgave Om het hart van de kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 2006
Daniel | 32 Pagina's