”Er moet natuur jk wel iets instorten!”
In de kantine van het Reformatorisch Dagblad zit Johannes Visscher eerst wat ongemakkelijk achter zijn koffie. Normaal is hij degene die vragen stelt en interviews afneemt: als journalist van de krant is dat zijndagelijks werk. Vandaag zijn de rollen omgedraaid: wij stellen de vragen en de jeugdboekenschrijver, want dat is hij ook, vertelt over het schrijven van zijn boeken.
De 32-jarige Urker is in zijn vrije tijd bezig met het schrijven van het zevende deel over de drie kinderen Freek, Dick en Ilse de Ruiter. Vanwege hun haarkleur worden zij 'de Rode Ruiters' genoemd. In elk deel steken deze broers en zus hun speurneus in allerlei zaken die niet pluis zijn, wat hun altijd spannende momenten bezorgt. En de lezers ook, trouwens.
Journalist Johannes Visscher komt zulke gebeurtenissen regelmatig op zijn werk tegen. Rechtszaken, criminele zaakjes, rampen, dingen die in het Iand gebeuren en met politie of justitie te maken hebben: het hoort bij zijn werk. Dat leverde meer dan eens stof op voor een spannend jeugdboek, vertelt hij.
"Toen ik net bij de krant werkte, was er de rechtszaak tegen de 'Geldnet-bende'. Die had een geldbunker overvallen met hulp van een medewerker van het bedrijf. Deze handlanger had zichzelf in de schouder geschoten om niet verdacht te worden. Het idee dat een bende samenwerkt met een werknemer van een bedrijf, heb ik gebruikt in een boek. Een ander voorbeeld is het mistkanon dat in deel 1 vóórkomt. Juweliers gebruiken dit om inbrekers te verblinden. Jk ben bij een verkoper geweest waar ze die dingen maken.
Zodoende weet ik daar iets van en kan ik het gebruiken in een verhaal."
Palmbomenbos
Welke ongelooflijk spannende belevenissen van de Rode Ruiters de schrijver ook uit zijn duim zuigt, het beginpunt van zijn ideeën ligt eigenlijk altijd in een echt bestaande situatie of plaats. De schrijver doet aardig wat onderzoek voordat hij een boek schrijft. Hij vindt dat de details in een boek belangrijk zijn voor de geloofwaardigheid ervan. "Je kunt niet zeggen dat er in Friesland een palmbomenbos staat, of dat iemand met de trein naar Urk gaat. Ik kies voor werkelijk bestaande locaties.
Het voordeel daarvan is, dat lezers zo'n plaats herkennen en dat je de geschiedenis ervan kunt verwerken. Je geeft dan meteen wat kennis mee."
"Ik had een presentatie voor kinderen op een school in Rotterdam. Het ging over de Rotterdamse Pelgrimsvaderskerk, dat in deel 4 een rol speelt. De koster had ik in het boek echter een andere naam gegeven en dat was voor de kinderen een teleurstelling. In deel 4 verstopt Ilse zich onder een grote kerkklok die daar in het echt ook op de vloer staat. De echte kinderen bleken ook onder die klok te kunnen kruipen. Dat vinden ze leuk, dat het klopt."
"Ik ben nu met een verhaal bezig dat zich afspeelt in een kasteel in Lim-
burg, kasteel Schaloen in de heuvels bij Valkenburg. Daar ben ik geweest: het is apart, mysterieus. Bij het kasteel is een groeve met een gangenstelsel. Daar kun je iets mee! Daarop heb ik contact gezocht met een grottendeskundige en die heeft me rondgeleid onder de grond. Dat is heel leerzaam: waaraan kun je zien dat de boel dreigt in te storten? Want er moet natuurlijk wel iets instorten; er moet actie in een boek zitten!"
Problemen
In 2000 kwam het eerste deel van de Rode Ruiters uit en inmiddels werkt de schrijver aan deel zeven. Visscher heeft ervoor gekozen om alleen spannende boeken te schrijven. "Er zijn ook boeken over kinderen met problemen. Dat is goed hoor, maar ik kies er niet voor. Voor mijn werk ben ik al vaak met problemen bezig.
Boeken schrijven is mijn vrije tijdsbesteding. Ik vind het leuk om een plot - de loop van het verhaal - te verzinnen en er een kop en een staart aan te schrijven."
Johannes Visscher doet er ongeveer een week over om een plot te bedenken. "Het is belangrijk dat je weet wat er gaat gebeuren, zodat je daar naartoe kunt schrijven. Als er een auto ontploft, moet er wel een auto zijn!"
Je hebt een idee, je weet wat er gaat gebeuren, hoe vul je die ideeën dan in tot een echt verhaal? "Je moet je verplaatsen in hoe iemand reageert.
Doe het vooral niet ingewikkeld." Hoe de kinderen in het boek zich gedragen, heeft natuurlijk te maken met het karakter dat de schrijver hun gegeven heeft. "Van de Rode Ruiters heeft Freek het meeste lef, Dick is wat bedachtzamer en over Ilse heb ik wel eens de kritiek gekregen dat ze te timide is. Maar de actie is belangrijker dan de karakters."
Politie bellen
Zijn Visschers boeken door alle actie die de kinderen ondernemen nog wel geloofwaardig? "De eerste maal dat de kinderen in aanraking komen, kan toevallig zijn. Maar je moet oppassen voor te veel toevalligheden. Het is ook leuk om hen listen te laten bedenken. Toch moet je oppassen voor teveel toevalligheden. Een punt voor de kinderen is: moeten ze de politie bellen? Je moet iets bedenken waardoor het logisch is dat ze die niet bellen. Of me dat gelukt is, moet een ander maar beoordelen."
"Aan het eind van het boek moet alles voor de lezer wel duidelijk zijn. Anders denkt de lezer: hoe zit het nu precies? Soms weet de lezer alles, het kan ook dat je het verhaal vanuit de kinderen beleeft, zodat je niet direct weet wie het gedaan heeft. En ik denk dat ook wel aardig is om eens achter het vestje van een boef te kijken."
De schrijver doet er een paar maanden over om het verhaal te schrijven. Op zaterdag en in de vakantie werkt hij er aan. Dan laat hij het aan een paar mensen lezen die commentaar geven en vervolgens stuurt hij het bijgewerkte verhaal naar de uitgever. Die noemt weer van alles wat de schrijver moet veranderen: dingen die te heftig zijn moeten eruit of sommige uitspraken van de kinderen moeten 'natuurlijker'. Als een kind bijvoorbeeld zegt: "Wat een toestand, " moet dat veranderd worden, anders klinkt het veel te ouwelijk.
Warm
De boeken over de Rode Ruiters hebben geen nadrukkelijke boodschap. "Ik probeer iets van de kern van het evangelie erin te zetten. Dat blijkt in het nieuwste boek uit de brief van de kasteelheer aan zijn dochter. Ik ben er terughoudend in om de kinderen in bizarre situaties, die ik zelf verzonnen heb, te laten bidden. Dat wordt snel een christelijk sausje.
In de meeste van mijn boeken vind je wel iets van een christelijke levenssfeer. Een jongetje dat op het orgel speelt, dat is onder meer mijn beeld van een huiskamer. Misschien doen de meeste jongeren dat nu niet meer, maar dat zij dan zo. Mijn ouders staan altijd voor ons klaar. Die geborgenheid wil ik subtiel laten blijken.
In veel gezinnen is natuurlijk iets mis, maar ik vind het belangrijk dat kinderen in mijn boeken iets warms meekrijgen."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 2006
Daniel | 32 Pagina's