Een onbegrijpelijke God
Bij ons in de kerk hoor ik steeds dat je niets aan je bekering kunt doen. Alle mensen zijn om Adams zonde van God verlaten. De mensen die uitverkoren zijn, worden zalig. Maar de mensen die niet uitverkoren zijn, gaan verloren. Maar zij hebben toch niet meer gezondigd? Waarom laat God dan de meeste mensen verloren gaan? Ik voel me zo machteloos. God kan met mij doen wat Hij wil en dan zal ik verloren gaan. Ook al doe ik nog zo m'n best, als God Zichzelf en de kennis van Hem niet aan mij wil openbaren, dan heeft het geen zin. Als God beslist dat mijn ogen pas in de hel opengaan, dan is het voor mij te laat. Ik weet dat ik met deze vragen God de schuld geef, maar toch blijven deze vragen in mijn hoofd spelen:
- Vindt u God niet wreed als Hij ons de wil niet geeft om naar Zijn beeld te leven?
- Bereikt God er nu echt iets mee, het is toch niet tot Zijn eer als er zoveel mensen verloren gaan?
- Hoe kan ik het met zo'n (voor mij onbegrijpelijke) God eens zijn.
Ik ben Maria en 1 8 jaar oud.
Dag Maria,
Indringende vragen stel je aan de orde. Ik hoop dat er over jouw schouder heen ook andere jongeren meelezen en hun eigen vraag over de bekering en over Gods verkiezing herkennen.
De kern van je vraag is waarom God zo onbegrijpelijk is. Waarom doet God zo met mensen? Jij kunt het met zo'n onbegrijpelijke God niet eens zijn. Dat begrijp ik. Want wie is het wel met God eens? Ik moet je eerlijk bekennen dat jouw vragen soms ook in mijn hart opkomen.
Weet je hoe dat komt? Het antwoord lees je in je Bijbel. In Romeinen 3 zegt Paulus: Zij hebben allen gezondigd en derven (dat betekent: missen) de heerlijkheid Gods (vers 23).
Zie je, daar ligt het probleem. Dat is het eerste wat we moeten vaststellen. Wij hebben allemaal gezondigd. Niet alleen Adam, maar ook jij en ik. En weet je wat het gevolg is? We denken daardoor verkeerd over God, onze Schepper. In Romeinen 3 zegt Paulus het zo: Er is niemand die
verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand die goed doet, ook niet tot een toe (vers 11 en 12).
Zo worden wij in de Bijbel beoordeeld. Sinds de zondeval is er niemand zo verstandig dat hij God op de juiste wijze kent. Wij hebben allemaal onze gedachten over God. En dat zijn zondige, verkeerde gedachten. Er is ook niemand op aarde die God zoekt om Hem op de juiste wijze te dienen. Dat is wat de Bijbel zegt en dus wat de Heere over ons zegt.
De eerlijke conclusie op grond van de Bijbel is dat wij daardoor de verkeerde vragen stellen. Wij zijn zo verduisterd in ons verstand dat we totaal niet meer zien wie God is, wie Hij wil zijn en wat Hij doet. We gaan zelfs zo ver dat wij - nietige, zondige, totaal verdorven mensen - het tegen God onze Schepper opnemen. We hebben niets in te brengen en we roepen Hem ter verantwoording. Wat is dat erg voor onze Schepper, vind je niet?
Ik wil het met een voorbeeld duidelijk maken. Stel jij bent een groot liefhebber van de natuur. Achter jullie huis ligt een stukje bos. Jij doet alles om dat netjes te houden. En als je er doorheen loopt, dan ruim je op wat er niet thuis hoort. In jouw bos is alles mooi en kleurrijk. Je ziet er een eekhoorntje tegen een boom klauteren. Je hoort vogels hun hoogste lied zingen. En dan zie je een mierenhoop. Je kijkt er naar. Interessant als je ziet wat die kleine beestjes allemaal sjouwen. Ze zijn heel klein en ze zijn beperkt bezig. Ze weten helemaal niet wat er allemaal gebeurt in hun bos. Ze weten ook niet wat jij allemaal voor hun bos doet. En wat gebeurt er? Terwijl jij staat te kijken, beginnen de mieren te praten. Ze gaan jou alles verwijten. Ze vinden het allemaal verkeerd wat je in het bos doet. Ze zijn boos en opstandig. Ze vinden het onbegrijpelijk wat je doet. Ze gaan zelfs zo ver dat ze lelijke dingen gaan zeggen en jouw naam vloeken.
Beste Maria, wat zou jij doen? Mag ik het zeggen? Na verloop van tijd zou mijn geduld op zijn. Ik zou die mierenhoop opruimen. Je begrijpt het voorbeeld. En weet je: zo groot is Gods geduld dat Hij dat niet doet. Hij laat jou en mij nog wonen, studeren en werken in Zijn wereld. Wij hebben nog steeds een plekje op de voetbank van Zijn voeten.
Om op jouw vragen terug te komen. Wij mogen niet met de verkiezing beginnen. En als je er al over nadenkt, zeg dan altijd tegen jezelf: e Bijbel spreekt over Gods genadige verkiezing (1 Korinthe 1:27 en 28).
Maar als we met Gods verkiezing beginnen, dan beginnen we toch verkeerd. En het is al helemaal verkeerd als je stelt dat God de meeste mensen verloren laat gaan. Waar heeft Hij dat tegen jou gezegd? Hij zal een grote schare behouden die niemand tellen kan. Denk je eens even in hoeveel dat er zijn! Wij zijn schuldige zondaren - en ondanks dat - wil God met jou en mij nog te doen hebben.
De HEERE spreekt in Zijn Woord ook tot jou: ekeert u, en gelooft het Evangelie (Markus 1:15) Hij belooft zelfs: idt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden (Lukas 11:10). Het is dus echt niet zo dat Hij ons niet wil leren om tot Zijn eer te leven. Juist wel!
De Heere heeft jou in je doop apart gezet. Hij zorgt voor je, elke dag. En uit bijzondere zorg voor jouw zaligheid heeft Hij jou Zijn Woord gegeven en roept Hij je 's zondags naar de kerk om daar Zijn Evangelieboodschap te horen. Gods Woord zegt het ons dat het niet tevergeefs is om God te zoeken. Zou Hij Zijn Heilige Geest niet geven degenen die Hem bidden (Lukas 11:13)?
Je schrijft dat je het niet met God eens bent. Dat kunnen we uit onszelf ook niet. God is God en wij zijn mensen. Wij zijn schuldenaar voor God.
Daarom, Maria, bidt tot God of je het door genade met Hem eens mag worden. Nog is het voor jou niet te laat. Nog is er een Zaligmaker. Bij Hem is veel ontferming. Belijd je zonden en vraag om vergeving en verzoening van je schuld.
En als Hij Zich bekend maakt in je leven, dan krijg je Hem onuitsprekelijk lief. Dan wordt het zo onbegrijpelijk dat God Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor goddelozen in de dood heeft overgegeven. En dat de Heere Jezus op de kruisheuvel het heeft uitgeroepen: Het is volbracht. Dat is het grootste, onbevattelijke wonder voor allen die Hem liefhebben. En omdat er een kruis gestaan heeft op Golgotha, kun jij nog zalig worden. Nog ben je niet in de hel. Je bent nog in het heden van de genade. Wend je dan tot Hem en wordt behouden.
J.H. Mauritz
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 maart 2006
Daniel | 32 Pagina's