Fraude voor leerlingen erg verleidelijk
Kant en klare voldoendes
"Mag ik dat uittreksel van je lenen? " "Kan ik jouw werkstuk daarvoor gebruiken? " Menig leerling in het voorgezet onderwijs is er erg handig in om zonder veel inspanning goede cijfers te halen. Hij ruilt uittreksels, boekverslagen, werkstukken en opstellen en maakt zich daarbij regelmatig schuldig aan spieken, voorzeggen, afkijken en overschrijven.
Hoewel er geen aantallen bekend zijn, is het waarschijnlijk dat veel middelbare scholieren knoeien. Ze moeten zoveel opdrachten inleveren, dat ze soms geen tijd (denken te) hebben om alles zelf te maken. En als je niet alleen je medeleerlingen maar ook het internet tot je beschikking hebt, wordt fraude wel erg verleidelijk. Je knipt en plakt snel een werkstuk in elkaar. No time to waste? Copypaste!
Afgelopen zomer bleek uit het onderzoek onder universitaire studenten "Citaat of plagiaat? " dat bijna 80 procent van de ondervraagden teksten van internet gebruikt. Een kwart van de ondervraagden misbruikt deze of andere bronnen zelfs.
Ook voor een scholier in nood is op internet veel te vinden: antwoorden van het leerboek, uittreksels, boekverslagen, complete werkstukken en scripties. Een site als www.scholieren.com is bekend en berucht. Van de leerlingen op het voortgezet onderwijs gebruikt 85 tot 90 procent uittreksels van internet. Daar is niets mis mee, zolang deze informatie niet overgeschreven, maar op de een of andere manier verwerkt wordt. Een halve pagina citeren is al misbruik. Het gebeurt zelfs regelmatig dat leerlingen een opdracht kant en klaar van het 'net' halen en inleveren. Willem Hoogendam (niet zijn echte naam) is bekend met deze methode. Hij weet van medeleerlingen die zelfs de hyperlinks niet uit het stuk hadden verwijderd. De VWO-6 leerling van het Wartburgcollege, locatie Revius te Rotterdam heeft zelf ook wel eens een compleet werkstuk van internet gehaald en ingeleverd. Het ging daarbij volgens hem om een onzinnige opdracht. "Als het voor een belangrijk vak is, doe ik zoiets niet, maar nu had ik er geen moeite mee."
Verdachte zinnen
Natuurlijk proberen docenten tegen deze mogelijkheden tot fraude op te treden, maar dat blijkt lastig. Als ze een werkstuk niet vertrouwen, kunnen ze verdachte zinnen intikken op zoekmachine Google. De kans is aanwezig dat ze de gekopieerde tekst, soms letterlijk, op internet vinden. Willem ondervangt dit door alles in eigen zinnen te herschrijven.
Mevrouw C. Castro Mata-Verburg, docente Engels en Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) op locatie Revius, geeft aan dat dit bij bepaalde vakken moeilijker te controleren is dan bij andere. Haar vakken zijn beide nogal fraudegevoelig. Mede om die reden hoeven de leerlingen op haar school bij het vak Engels geen boekverslagen meer in te leveren. Nu moeten ze in groepjes van vier een aantal boeken lezen en die voor de klas presenteren. Bij de beoordeling hiervan tellen ook presentatie, spreekvaardigheid en de eigen mening van de leerlingen mee. Zij moeten dus meer presteren dan het inleveren van een paar pagina's. Hoe specifieker de opdrachten en hoe meer de leerlingen daar op school aan moeten werken, hoe meer ze gedwongen worden om het werk zelf te doen.
Grenzen
Willem stelt zo zijn eigen grenzen tussen wat kan en wat niet kan. Afkijken en spieken doet hij absoluut niet meer, daar is hij ooit mee gestopt. Als iemand hem bij een woordjestoets iets vraagt, zal hij wel antwoord geven, maar hij zal niets vragen, want dan bedrieg je jezelf volgens hem. Daarentegen vindt de eindexamenkandidaat het geen punt om de meerkeuze-antwoorden bij oefenexamens van anderen over te nemen. Zijn criterium is dan dat hij het vak niet belangrijk vindt, omdat hij er later niets mee wil gaan doen.
"Natuurlijk word ik daar niet wijzer van, maar ik heb er ook geen behoefte aan om hier wijzer in te worden." Ook wat betreft internetgebruik is zijn ethiek selectief. "Puur uitprinten of doorsturen vind ik te ver gaan. Een hele opdracht van internet afhalen en in eigen woorden overnemen, vind ik echter geen fraude meer: ik gebruik de site gewoon als bron, net als een boek, al is een boek betrouwbaarder."
Hoewel hij weet dat zijn cijfer niet hoog zal zijn als hij maar één bron gebruikt, vindt hij het bij kleine werkstukken de moeite niet om meerdere bronnen te zoeken en daaruit zelfstandig een product samen te stellen. "Ik besteed mijn tijd liever aan andere, nuttiger dingen." Docenten trekken andere grenzen. Mevrouw Castro Mata vindt het herschrijven van een stuk van internet duidelijk te ver gaan. "Leerlingen hebben vaak geen idee van wat diefstal is. Ze denken: als ik niet gesnapt word, dan is het dus prima. Ze zien niet dat dit met ethiek te maken heeft, laat staan dat ze aan de Tien Geboden denken." Als hem ernaar gevraagd wordt, geeft Willem direct toe dat frauderen een vorm van stelen is, maar aan liegen denkt hij niet direct. "Als een leraar aan mij zou vragen of ik iets van internet heb, zou ik er niet om liegen." Na even denken geeft hij toch toe, dat onder je eigen naam inleveren wat je niet zelf gemaakt hebt, in feite wel een leugen is. En die leugen heeft een naam: plagiaat.
Sancties
Onder schrijvers en andere kunstenaars is plagiaat strafbaar. Ook op universiteiten kunnen studenten een jaar geschorst worden en staatssecretaris M. Rutte van Onderwijs wilde zelfs dat frauderende studenten nooit meer in hun vakgebied mogen afstuderen. Maar op middelbare scholen lijken fraudeurs niet door heldere straffen te worden afgeschrikt. De lerares weet wel waar dat aan ligt. "Het probleem is natuurlijk dat wij er nauwelijks sancties op zetten. Er vallen wel eens onvoldoendes, maar ik heb nog nooit meegemaakt dat een leerling vanwege fraude is blijven zitten of van het examen is uitgesloten. Je haalt ze echt wel uit de problemen en dat
weten ze. Daarom proberen ze toch wel eens iets."
Niet alle docenten zijn gespitst op mogelijk plagiaat. Castro Mata vindt het uiteindelijk de eigen verantwoordelijkheid van iedere leerling. Daarnaast is strenge controle behalve moeilijk uitvoerbaar, volgens haar ook niet altijd de moeite waard. Willem vertelt dat de verslagen van de CKV-excursie naar de St.-Jan te Gouda bijna allemaal in de eerste zin dezelfde taalfout bevatten. Tot zijn grote verbazing is op dit overduidelijke kopieerwerk echter geen enkele sanctie gevolgd. Zijn docente legt uit dat zij over die taalfout in de klassen wel degelijk een opmerking heeft gemaakt. Ze is met deze 'samenwerking' van de leerlingen echter coulant omgegaan, omdat CKV een ervaringsvak is: het verslag is eigenlijk vooral een stimulans om te kijken. Ook is het, zo beseffen docente en leerling beiden, ondoenlijk voor een docent om bij elke opdracht zo'n tachtig verslagen te checken.
Op de Revius blijken, voor zover bekend, de docenten weinig met hun leerlingen te praten over de grenzen van fraude met internet. De lerares CKV/Engels ontdekt dat het voor alle vakken nuttig zou zijn als er bijvoorbeeld in het tweede en het vierde leerjaar een aantal studielessen aan dit probleem besteed zouden worden. Leerlingen moeten weten dat je best een site mag gebruiken, maar dat je daar dan iets mee moet doen: de informatie beoordelen, er je eigen reactie op geven en natuurlijk de vindplaats vermelden. Een kant en klare voldoende lijkt leuk, maar met een eigen werkstuk scoor je altijd beter.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 2006
Daniel | 32 Pagina's