JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vakantie en armoede

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vakantie en armoede

5 minuten leestijd

Bij de laatste Daniël van vorig jaar zat de kampfolder. Ontzettend leuke vakanties en het lijkt me ook echt geweldig om mee te gaan. Maar ik vraag me wel af: ag ik dat wel? Als ik op vakantie ga doe ik dat puur voor mezelf. En ik kan ook best zonder vakantie. Stel dat ik niet op vakantie ga, maar het geld dat ik hier voor zou uitgeven, weggeef. Ik denk dat van dat geld zeker één kind een jaar naar school kan. En als ik dat besef, ga ik liever niet op vakantie. Ik heb het al erg goed, zou ik dan nog meer leuke dingen mogen doen, terwijl anderen sterven van de honger? En dan kan ik wel naar Malawi gaan, maar dan help ik één week, terwijl ik twee weken ga genieten in een land waar de mensen het veel slechter hebben als ik. Als je kijkt naar de geschiedenis van de twee penningen van de weduwe, dan zegt de Heere Jezus dat ze uit haar gebrek heeft gegeven (Markus 12:41-44). Zou dat niet betekenen dat we pas echt met de goede houding geven als we door te geven echt iets missen?

Een persoonlijke vraag, waarop ik de vraagsteller per mail een kort antwoord zou kunnen geven; zoiets als: 'Als jij het niet verantwoord vindt om op vakantie te gaan, moet je het niet doen'. Ik heb wel even geaarzeld of ik deze vraag in Daniël aan de orde zou stellen, maar met dat korte antwoord zou niet alles zijn gezegd. Daarvoor is de vraag mij te sympathiek. Ik herken de vraag: mag ik wel genieten in een wereld in nood? Kan dat wel als anderen sterven van de honger?

Als het goed is zijn dat vragen die ook jongeren bezig houden. Ik herinner me dat ik eens een boekje in handen kreeg met de veelzeggende titel: 'Rijke christenen in een tijd van honger'. Ik vond het beschamend in dat boekje te lezen hoe de eerste christenen niet alleen de eigen armen te eten gaven, maar ook hulp boden aan niet-christenen. Ze getuigden met hun levenshouding. De mensen in de wereld van toen stelden hen de vraag, waaróm ze dat deden!

Hoe dan?

Het gebod van God is voor ons - als het goed is-richtinggevend. Het achtste gebod heeft niet alleen te maken met de vraag hoe ik mijn

geld verdien, maar ook te maken met mijn geldbesteding. In vraag 111 van de catechismus kun je lezen dat God ons de opdracht geeft om 'mijns naasten nut, waar ik kan en mag, bevordere (...) en dat ik trouwelijk arbeide, opdat ik de nooddruftige helpe moge'. En eerlijk gezegd valt dat niet mee. Het materialisme heeft ons allemaal te pakken. Als je eenmaal een mobieltje hebt, dan moet de volgende iets meer mogelijkheden hebben. Dat geldt ook zo ongeveer voor onze computer of laptop. En voor ouderen geldt dat onze auto, ons huis, onze vakantie toch wel heel belangrijk is. Soms gaan de gesprekken in onze gezinnen meer over het materiële, dan over het dienen van de Heere. Wat zijn wij dan? Rijke christenen? Of mag het door genade zo zijn dat je mag belijden: iets hebbende en nochtans alles bezittende (2 Korinthe 6:10)?

Bijbelse lijn

In de Bijbel gaat het in de eerste plaats om de rechte verhouding tot God (Mattheüs 6:33).

Alleen de herstelde gemeenschap met God, door wedergeboorte, bekering en het geloof in Christus, biedt een echt fundament voor een christelijk leven. Als we dat missen kunnen we wel proberen om ons hele bezit weg te geven, maar dan beantwoorden we niet aan het doel waartoe God ons schiep. De Heere vraagt van ons rekenschap van ons rentmeesterschap.

Hoe besteed ik de gaven die ik van de Heere in bruikleen heb?

Calvijn zegt in zijn Institutie dat 'rekenschap wordt geeist door Hem die onthouding, soberheid, matigheid en ingetogenheid heeft aangeprezen'. De reformator bedoelt hier niet soberheid als poging tot zelfheiliging, maar als vrucht van de Geest. De vrucht des Geestes is liefde...én matigheid (Galaten 5:22). Ik ben er van overtuigd dat een kind van God de innerlijke begeerte kent om in afhankelijkheid en eenvoud voor de Heere te leven en ook weet van persoonlijke strijd tegen de begeerte van het hart en de begeerlijkheden van deze tegenwoordige wereld. De vrucht is ook liefde. De liefde dringt tot geven. En dan is de weduwe met haar twee penningen ons tot een voorbeeld. De kanttekening zegt dat ze geeft van hetgeen zij zelf gebrek had. De liefde tot de dienst van de Heere drong haar. En daarin is ze ons een voorbeeld. Laten wij de hand eens in eigen boezem steken!

1. Zou het kunnen dat je maar eenmaal in de twee jaar op zo'n fijne vakantie gaat?

2. Zou je ook iets kunnen betekenen voor dat grote gezin in je gemeente dat de middelen mist om op vakantie te gaan?

3. Zou je tijdens je jeugdkamp een deel van je vakantiegeld voor een kampproject - bijvoorbeeld kinderen in Afrika of Zuid-Amerika - willen besteden?

4. Hoe staat het met jouw bijdrage voor je plaatselijke gemeente. Hoeveel draag je als jongere bij? Als je twee weken op vakantie gaat, zul je - denk ik - voor je weggaat toch zo'n € 100, - extra afdragen?

5. Hoe staat het met jouw (en mijn) bijdrage voor evangelisatie, jeugdwerk, zending c.q. evangelieverkondiging en hulpverlening?

Je mag van mij wel weten dat ik na een zangavond weieens teleurgesteld naar huis ga. "De collecte voor het jeugdwerk bracht het mooie bedrag van € 1050 op." Er waren zeshonderd jongeren en ouderen. Dat is gemiddeld € 1, 75 terwijl iedere jongere € 5, - had kunnen geven als hij één keer de Mac over zou slaan.

Genieten mag...

We mogen genieten van de gaven die de Heere ons in Zijn goedheid schenkt (1 Timotheüs 6:17). De Heere Jezus wist ook van de ellende van armen en wezen in Zijn dagen, toch kon hij ook op een bruiloft zijn en bij rijken zijn maaltijden gebruiken (Lukas 7:36, 11:37 en 14:1 en 12). Een verantwoord gebruik van de middelen mag, ook tijdens onze vakantie. Ik zou er niet voor zijn om de jeugdkampen af te schaffen. Het is voor veel jongeren een verantwoorde manier van ontspanning, waar ook Gods Woord mag opengaan en de zorg voor onze naaste aandacht krijgt. Je mag je verblijden in je jeugd en je mag genieten van Gods goede gaven, maar weet, dat God je voor al deze dingen zal doen komen voor het gericht (Prediker 11:9). En dan? Mag je dan wéten van de allergrootste gave van God? Alleen als je in Hem geborgen bent, kun je rechtvaardig verschijnen voor God en mag je genieten door genade.

Heb je vragen? Over geloof, over de maatschappij, over vriendschap: mail dan naar steljevragen@jbgg.nl. Schrijven kan ook: Postbus 79, 3440 AB Woerden. Ds. R Mulder en de heer J.H. Mauritz beantwoorden deze vragen om de beurt. Je naam hoef je niet te vermelden. Met je vraag wordt vertrouwelijk omgegaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 2006

Daniel | 32 Pagina's

Vakantie en armoede

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 januari 2006

Daniel | 32 Pagina's