Wat heeft sport met de Bijbel te maken?
"Joh, doe even een ander shirt aan!" N/et-begrijpend kijkt Daniël me aan: 'waar heeft die man het over? '. Ik wijs naar zijn borst, waar een witte leeuwenkop prijkt op, je raadt het al, een oranje achtergrond. Na enig protest van zijn kant en enige uitleg van mijn kant, gaat hij terug naar de kleedkamer, 't Zou me benieuwen wat voor plaatjes hij in zijn agenda heeft staan...
Voetbalshirts tijdens de gymles, plaatjes van topsporters in agenda's. Sportbijlagen en de bladen Voetbal en Sport international. Gesprekken over - vooral - voetbal op maandag-en donderdagmorgen: de UEFAcup en Champions League. Op school kom je het allemaal tegen. Als docent zeg ik er bijna iets van; soms ontstaat er een (goed) gesprek. Het valt me dan altijd op dat de leerlingen eigenlijk niet goed snappen wat er verkeerd aan zou zijn. Meestal is aan het einde van het gesprek de reactie dat 'er toch wel iets inzit wat die man zegt', maar of ze vanaf dat moment ook anders gaan doen...? Ik ben bang van niet.
Veel jongens en meisjes voelen wel aan dat het verkeerd is om zo in sport op te gaan, maar ze stoppen er niet mee: "Ik geloof wel dat het niet helemaal goed is, maar... ik vind het zo mooi!" Andere jongens en meisjes kijken me, net als Daniël, heel verbaasd aan: "Is dat verkeerd dan? "
"Is dat verkeerd dan? " Veel jongeren hebben moeite aan te geven wat we vanuit de Bijbel zouden kunnen zeggen over sport. Ik wil daarom kort vanuit Gods Woord met jullie kijken naar sport, in het besef dat er nog veel meer van gezegd zou kunnen worden.
Wat zégt de Bijbel eigenlijk? In de eerste plaats dat er een God is, die de mens heeft geschapen om te leven tot Zijn eer. Door de val in Adam is dat nu niet meer het geval; integendeel: daardoor zijn wij op weg om verloren te gaan. Toch roept God nog mensen: zalig worden kan nog. Elke dag roept de Heere me toe vanuit Zijn Woord dat ik behouden kan worden.
En nu komt het erge: ik laat Hem gewoon roepen. Als op maandagmorgen op school bij de dagopening uit de Bijbel gelezen wordt, denk ik aan FC Utrecht: "Ze hebben met een rouwband om gespeeld, omdat David Di Tommaso plotseling overleden was, 's nachts in zijn slaap, aan een hartstilstand. Hij was pas 2 7. Jammer, het was een goede speler." Als ik 's middags thuis kom, laat ik Hem tevergeefs wachten of ik misschien mijn knieën buig om Hem te danken voor Zijn bewaring deze dag. Ik heb geen tijd! Ik smijt mijn tas in de hoek, drink staande bij de koelkast gauw iets en ren weer weg naar het voetbalveld. Gelukkig, ik ben niet de laatste. Net voor etenstijd ben ik weer binnen en na het eten moet ik
opschieten, want vanavond moet ik trainen bij de volleybalvereniging. Het gaat goed! Misschien mag ik volgend seizoen wel een team hoger. Mijn moeder roept me nog na: "Heb je geen huiswerk? " Ik roep terug van niet, maar ik zou het eigenlijk niet eens weten. Ik besef niet dat ik helemaal niet denk aan het belangrijkste huiswerk; dat ik eigenlijk altijd vergeet... om God te zoeken. Is jouw leven hierin getekend? Als dat zo is, dan is dat heel erg, maar het is nog niet te laat. Dan is sport voor jou wel een verhindering om de Heere te zoeken, maar het kan nog veranderen! De Heere bekeert ook vandaag de dag nog jonge mensen. Maar wat heeft sport nu met de Bijbel te maken? Nou, heel veel. God zegt in Zijn Woord: Geef Mij je hart. En als je je hart aan sport gegeven hebt, kun je het niet ook nog eens aan de Heere geven. Hoeveel tijd besteed je aan sport; hoeveel aandacht geef je eraan? Dat zijn belangrijke vragen.
En nu sport zelf. Met bewegen is niets mis. Met elkaar ontspannen een uurtje aan sport doen, zonder dat je met je kleding of gedrag buiten de grenzen van Gods Woord gaat, dat mag.
Maar ga je naar een sportclub om daar te trainen en wedstrijden te spelen, dan ga je over de grenzen die Gods Woord ons stelt. Je komt dat in een omgeving, waar veel wordt gevloekt, waar de gesprekken tussen jongens en meisjes over popsterren, TV-series en allerlei andere lege en wereldse onderwerpen gaan. Is jouw hart - en jouw mond - beter? Nee, maar waarom zou je zo'n omgeving opzoeken? Blijf er vandaan en wees tevreden met een iets minder hoog niveau van spelen. En ook al zit jij op een 'nette' club, toch kom je ongemerkt al snel in aanraking met dingen, die tegen de Bijbel ingaan. Denk bijvoorbeeld aan de tegenstanders: die vloeken wel!
Als je lid bent van een sportvereniging ga je ook eerder topsport als iets normaals beschouwen, omdat ze op de club het er allemaal over hebben. Ongemerkt ben je mee gaan praten en je voelt eigenlijk niet meer dat dat een wereld is, waar je God echt niet kunt dienen. Het leven en het lichaam van een topsporter staat echt helemaal in dienst van zijn sport. Als je dat niet doet, kun je ook geen topsporter zijn. Zet daar Calvijn eens tegenover. Hij zegt over het dienen van de Heere: "Het geeft niet als ik verteerd wordt, als ik maar nuttig ben". We kunnen maar één God dienen, of God of de Mammon. Wie dien jij?
Geef je hart niet aan sport, voor je het weet heeft het je (hart) te pakken en kun je er niet meer van loskomen. Ik weet het: bij de val in het paradijs hebben we ons hart aan onszelf en aan de wereld gegeven, maar vraag dan aan de Heere of Hij je liefde tot de (sport)wereld op Hèm wil richten. Wat jij niet kunt, kan Hij voor je doen: "Neig mijn hart en voeg het saam, tot de vrees van Uwe Naam". Wat onmogelijk is bij jou en bij mij, is mogelijk bij God!
vervolg op pagina 20-21
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 2006
Daniel | 33 Pagina's