JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kille cijfers krijgen een gezicht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kille cijfers krijgen een gezicht

5 minuten leestijd

Als ergens in de wereld een Boeing crasht, is dat voorpaginanieuws. Vorig jaar stierven meer dan 3 miljoen mensen aan Aids. Omgerekend zijn dat iedere dag 25 grote Boeings met Aids-patiënten! VJat aangrijpend. De wereld bloedt uit duizend wonden. Eind oktober maakten wij namens Bijzondere Noden en de Zending deel uit van een reisgezelschap naar Zuid-Afrika met predikanten uit diverse kerkgenootschappen en de politici mr. C.G. van der Staaij (SGP) en T. Huizinga (Christenunie). Het doel was om binnen de kerken meer bekendheid te geven aan de schrijnende nood die Aids teweegbrengt. Het was een reis vol indrukken. Teveel om in één artikel te beschrijven. Daarom willen we jullie één dagverslag doorgeven.

Het is al donker als we na een lange vliegreis veilig met de Boeing 747 in Johannesburg landen. Na anderhalf uur rijden komen we op de plaats van bestemming. Bij het opstaan zien we pas waar we zijn terechtgekomen. Een schitterende omgeving met rode zandwegen, paarse bomen, dorre grasvlakten met kudden zebra's. Na het ontbijt stappen we in twee gehuurde witte Volkswagenbusjes. De chauffeurs zijn zendelingen geweest. En dat is te

merken ook. Wat rijden we hard over de hobbelige zandwegen. De auto's veroorzaken grote stofwolken. Ons doel van vandaag is KwaMhalanga. Een gebied met een zeer arme bevolking waarvan 45 procent besmet is met HIV. Hier staat een Bijbelschool. Het geheel doet sterk denken aan 'onze' zendingsfoto's uit Nigeria. Na een korte kennismaking verdelen we ons in drie groepen. Samen met Rosa, een gezondheidsmedewerker, bezoeken we verschillende Aids-projecten.

Hospice

We beginnen in een hospice met ernstig zieke Aids-patiënten. Vol spanning stappen we naar binnen. Wat zullen we aantreffen? In het portaal zingen we een lied, want Afrikaners houden van zingen. Even later staan we oog in oog met Eunice en Winny, twee jonge vrouwen op één ziekenkamer. Wat zijn ze mager. Vooral Winny, die daar op bed stil ligt te kijken. "Ze wil niet eten, want dan wordt ze misselijk, " vertelt één van de verpleegkundigen. Toch wordt ze hiertoe aangemoedigd. Want Aids-remmers werken het best in combinatie met gezonde voeding. We houden hun handen vast en bidden samen met hen. Naast het hospice ligt een kleine groentetuin. Een jongen zet sla plantjes. De verpleegkundige vertelt: "Hij heeft ook Aids, maar door de Aids-remmers is hij zover opgeknapt dat hij kan werken in de tuin." We merken wel dat de medicijnen hun werk goed doen. Wat is het dan schrijnend om te weten dat miljoenen mensen deze medicijnen niet krijgen. Zij sterven zonder hulp. Aangrijpend.

Maria

Na dit indrukwekkende bezoek gaan we weer verder. We rijden langs armoedige huisjes. De vuilnis ligt overal verspreid. Bij een golfplaten schuurtje stoppen we. Rosa roept of iemand thuis is. Een jonge vrouw, Maria, stapt naar buiten. Op haar arm draagt ze Trudy, een meisje van acht maanden. Maria wil wel met ons praten en we gaan bij haar in het gras zitten. Ze vertelt ons haar verdrietige levensverhaal. Maria heeft ook nog een zoon van acht jaar. Zijn vader is weggelopen toen Maria zwanger was. Nu heeft ze weer een vriend, de vader van Trudy. Hij wil

niet trouwen, omdat hij geen werk heeft. Maria haalt haar schouders wat op. Zo gaat dat in Afrika. Het kan ook best dat hij haar weer verlaat. Mannen in Afrika zijn vaak niet trouw. Zij hebben veel wisselende seksuele contacten. Ook Maria is besmet met HIV.

Mamsie

Bij het volgende adres vraagt Rosa aan een vrouw op het erf hoe het met haar zus gaat. Tot onze verbazing gaat ze ons voor naar de zijkant van het huis. Afgescheiden van de rest van het woongedeelte, in een golfplaten gedeelte, ligt Mamsie. Zij heeft Aids en is sterk verzwakt door tuberculose. Van Rosa horen we dat zij door verschillende familieleden verstoten is. Ook de kerk weet geen raad met haar. Onder toezicht van Rosa slikt Mamsie Aids-remmers en pijnstillers. Zij belooft morgen eten mee te brengen.

Noreen

Vervolgens bezoeken we Noreen. Haar drie kinderen willen maar wat graag op de foto. Nóg leuker is de foto's bekijken. Noreen heeft haar vader nooit gekend. Haar moeder stierf op 50-jarige leeftijd. Aan Aids? Hierover zegt ze niets. De vader van haar oudste zoon is weggelopen. De jongste kinderen kreeg ze via seksueel contact met de supermarkteigenaar. Ze kon haar boodschappen niet betalen. We worden er stil van. Dit is overlevingsseksualiteit. Wat een onbeschrijfelijk leed! Noreen is Aidspatiënt. Ze maakt zich grote zorgen over hoe het later met haar kinderen zal gaan. Als we aan haar zus Lina, die er wat verlegen bij staat, vragen of ze ook Aids heeft, schudt ze ontkennend haar hoofd. Maar de wonden op haar onderbenen doen vermoeden dat ze wél Aids heeft. Inderdaad, later wordt dit door Rosa bevestigd.

Weeskinderen

In de middag vertelt Melanie Streicher over haar project. In vier huizen vangt ze 24 kinderen op. Ze ziet dit als roeping van God, nadat haar man haar verliet omdat hun huwelijk kinderloos bleef. Later in de week bezoeken we een van de opvanghuizen. De meeste kinderen zijn besmet met HIV. Wat kijken hun donkere ogen, die normaal zo kunnen twinkelen, dof en verdrietig. Onze ogen trekken naar Careltje. Toen hij op de vuilnishoop werd gevonden, woog hij 400 gram. En nog steeds zijn z'n onderbeentjes niet veel dikker dan een vinger.

Schokkende werkelijkheid

In Zuid-Afrika is één op de vier mensen besmet met HIV. De gemiddelde levensverwachting was 69 jaar en zal over enkele jaren 37 jaar zijn. Aids ontwricht Afrika. Veel jonge ouders sterven. Kinderen blijven vaak bij hun grootouders of zelfs alleen achter. In Zuid-Afrika zijn 900.000 weeskinderen. Meisjes worden door leraren gedwongen met hen naar bed te gaan om een voldoende te halen. Veertig procent van de meisjes is tot een eerste seksuele ervaring gedwongen door hun vriend of via verkrachting. En nog steeds rust er een geweldig taboe op HIV/Aids. Veel Afrikaners komen er niet voor uit wanneer ze besmet zijn! De nood is immens groot. Tijdens de reis werden we diep getroffen door de bewogenheid waarmee mensen als Rosa en Melanie Aids-patiënten omringen.

En wij?

Wat doet Aids ons? Heeft het al een plaats in ons gebed? Hoe kunnen wij de Aids-slachtoffers helpen? In Mattheüs 25 lezen we dat de hulpverlening heel eenvoudig mag zijn: het geven van eten, drinken en kleding, of het bezoeken van een zieke. De Heere Jezus was met ontferming bewogen over de armen, zieken en verdrukten in de samenleving. Hij vraagt het óók van ons. Voorwaar zeg ik u, voor zoveel gij dit één van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 2006

Daniel | 33 Pagina's

Kille cijfers krijgen een gezicht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 januari 2006

Daniel | 33 Pagina's