Liegen in alle
Anna - achterklap
Anna gaat uit school nog even bij Willeke langs. Op Anna's kamer gaat het gesprek al snel over Ard. Hij is gisteren betrapt bij het Kruidvat. Wat hij precies gestolen heeft, weet Anna niet. Dat doet er ook niet zo toe. Ze weet wel dat het niet de eerste keer is dat hij ergens steelt, 't Is eigenlijk wel eens goed dat hij nu met de politie in aanraking is gekomen. Laat hem maar een goede taakstraf krijgen. Misschien leren die ouders er dan ook wat van. Want weet je, die vader van Ard is ook niet zo'n beste. Hij staat erom bekend veel te drinken en dat kun je ook wel aan hem zien. Anna heeft van haar vader gehoord dat dat de reden is waarom hij een half jaar geleden ontslagen is. Zo gaat het gesprek op Anna's kamer nog even door. Ook Willeke weet nog dingen over dit gezin te melden. Een vriendin van haar moeder woont er namelijk naast.
Mogelijk zitten er veel ware dingen in het verhaal dat deze vriendinnen over Ard weten te vertellen. Maar, maken zij hiermee de naam van Ard en zijn familie niet onnodig zwart? Dit noemen we achterklap. Het hoeft nog geen liegen te zijn, omdat in achterklap ware dingen gezegd kunnen worden. Toch is het lichtvaardig geklets achter Ards rug om. Uitglijders van iemand, zijn fouten en gebreken worden in geuren en kleuren verteld. Van wat er verteld wordt, blijft altijd wel iets hangen. Luther zei het al: "Eer is snel geroofd, maar niet snel teruggegeven. " Ook dit verbiedt het negende gebod.
Leon - lichtvaardig oordelen
Onder het avondeten vertelt Leon het verhaal opnieuw, met veel smeuïge details. Meneer De Groot van Duits is weg. Het ging vanaf het begin van het schooljaar al niet echt goed. Maar afgelopen maandag is het helemaal uit de hand gelopen. Toen heeft hij een leerling geslagen. Die jongen heeft het er niet bij laten zitten. Hij zou een klacht tegen De Groot indienen. Vanaf volgende week krijgt de klas een nieuwe docent. Nou, De Groot zal vast ontslagen zijn. Maar goed ook, want aan zo'n slappe vent voor de klas heb je niets. Geen orde, alleen maar dreigen, slijmen bij de meisjes. Leon heeft geen goed woord voor hem over. Hij geeft de school groot gelijk met deze stap.
Lichtvaardig oordelen is een andere zonde tegen het negende gebod. Niet dat je nooit over iets of iemand mag oordelen. Het gaat erom hoe je het doet en met welke bedoeling. Het is zondig als je de naam van de ander ermee beschadigt. Leon oordeelt zonder dat hij voldoende weet van de situatie rondom meneer De Groot. Bovendien doet hij het zonder dat het nodig is dat hij zulke harde dingen over hem zegt. Misschien herken je zo 'n situatie wel. Ook jouw moorden branden op je tong. Ze kunnen voor honderd procent waar zijn. Maar wie geeft jou het recht ze uit te spreken? De Heere Jezus zegt: ordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke maat gij meet, zal u gemeten worden (Mattheüs 7:1).
Vincent - Verdraaien
Vincent heeft Robert er eindelijk eens flink van langs gegeven. Altijd dat gezeur over allochtonen. Omdat hij zelf uit Sri Lanka komt kan hij erg weinig hebben als het hierover gaat. Toen het bij maatschappijleer over terrorisme ging, viel Robert erg uit over zwarten en allochtonen. Opzettelijk keek hij Vincents kant op. In een onbewaakt ogenblik heeft hij Robert een flinke trap in zijn buik gegeven. Dat liep natuurlijk verkeerd
af. De conrector nam het hoog op. De jongens mochten allebei hun verhaal doen. Opnieuw werd Vincent woest: "Ja maar, jij riep: Weg met die allochtonen." Hier springt Robert direct op in: "Dat is niet waar, meneer. Ik heb alleen gezegd: 'Pas op met die allochtonen'. Daar is toch niet zoveel mis mee? "
Ook het verdraaien van wat iemand gezegd heeft valt onder dit gebod. Het net iets anders zeggen van wat iemand zei kan het omgekeerde opleveren. Misschien heb je tijdens een ruzie met iemand ook wel eens geroepen: Dat heb ik niet gezegd. De waarheid luistert nauw, maar hoe vaak komt het ons niet uit iemands woorden een beetje om te buigen. Het negende gebod vraagt van ons dat we de ander recht doen. Of het nu gaat over personen of gebeurtenissen, vroeger of nu. Het beeld dat wij geven moet betrouwbaar zijn.
Laura - liegen tegen beter weten in
Laura is helemaal van slag. Ze begrijpt er niets meer van. Jeannet heeft tegen de mentor gezegd dat Laura over haar geroddeld heeft. Ze beschuldigde Laura ervan dat zij anderen tegen haar opstookte en zo probeerde haar vriendinnen af te pakken. Laura heeft zich nog een keer verweerd. Bovendien heeft ze het bij de anderen nagevraagd en ook deze ontkenden de beschuldiging. Maar het hielp niet; Jeannet hield vol. Laura is boos en verdrietig tegelijk. Ze had er juist zo op gelet dat ze niet met de ene vriendin over de andere zou praten. Jeannet heeft gewoon gelogen. Hoe durfde ze dit tegen de mentor te zeggen? Laura is de volgende dag direct naar de mentor gegaan en heeft het hele verhaal verteld. Ze merkte dat hij haar vertrouwde. Toch doet het diep van binnen pijn. Ze voelt zich gekwetst in haar vertrouwen.
Bij het liegen over iemand (met een moeilijk woord heet dit lasteren) probeer je expres een ander van zijn eer te beroven. Natuurlijk probeert iemand die liegt altijd te doen alsof hij de waarheid spreekt. Woorden worden vaak verdraaid. Liegen tegen beter weten in is erger dan kwaadspreken achter iemands rug. Ook erger dan het lichtvaardig oordelen dat vaak snel en vluchtig gebeurt. Je kunt er iemand tot in het diepst mee kwetsen.
Niet liegen maar loven
Zomaar vier situaties. Vier verschillende vormen van liegen, van een 'vals getuige' zijn. Zijn de vier voorbeelden niet heel herkenbaar? Wie durft te zeggen dat hij zich nog nooit aan het negende gebod heeft schuldig gemaakt? Wat een zonde doen we en leeft er in ons. Wat kunnen we dan met onze tong veel kwaad aanrichten. Jakobus zegt het heel scherp: nze tong is als een vuur dat wordt ontstoken door de hel (Jakobus 3:6). We zouden geen dag moeten overslaan om de Heere te vragen: Zet een wacht voor mijn lippen en behoed de deuren van mijn mond." Maar ook: Laat mijn mond Uw lof vertellen."
Want dan hoeven we niet bij onze zondige tong en bij ons boze hart te eindigen. In de Heere Jezus Christus is God machtig om ons van onze zonde te reinigen. Om ons een mond te geven waarmee we de goede naam van de ander zoveel mogelijk verdedigen en bevorderen. Maar bovenal wil Hij ons uit genade schenken dat we met diezelfde mond de Naam van de Heere groot maken. Dan verlangen we niet te liegen, maar te loven. Zodat we vredestichters zullen zijn (Jakobus 3:18).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 2005
Daniel | 33 Pagina's