JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

"Elizabeth wordt wiccan"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Elizabeth wordt wiccan"

11 minuten leestijd

Ik wist echt niet wat ik zag. Misschien kan ik beter zeggen: meemaakte, ervoer. Ik stond op de overloop en niet in Elizabeths slaapkamer. Toch was het net of ik daar wel was, of ik er middenin stond. Midden in haar kamer en in de sfeer die er hing, vol vreemde krachten die me dreigden in te sluiten, te omsingelen voor ik er erg in had. Even leunde ik tegen een deurpost en sloot mijn ogen. "Weg!" flitste het toen plotseling door me heen. "Ik moet hier vandaan." Ik draaide me om, rende de trap af, hal en keuken door. Buiten. Weg.

Vandaag ben ik voor het eerst blij dat Elizabeths huis elf kilometer van het onze afligt. Dat ik elf kilometer lang de wind door mijn haren voel suizen, de zon op mijn huid voel branden. Hard asfalt onder mijn banden, tegenliggers die me dwingen op te letten.

Mijn linnen jasje heb ik tussen de snelbinders gefrommeld, de mouwen van mijn shirt opgestroopt. Gestrekte armen, vochtige handen die het stuur omklemmen. Ik trap of mijn leven ervan afhangt, alsof die sfeer me achtervolgt, met het bizarre doel me van mijn fiets af te sleuren en mee te zuigen, terug haar kamer in.

Toen we in havo 3 zaten, veranderde haar kledingstijl langzamerhand. Ze ging meer zwart dragen. Haar rokken en haren werden langer. "Mijn moeder is er blij mee, " vertrouwde ze me eens toe met een scheef lachje. "Een stuk beter dan die felgekleurde korte rokjes, vindt ze."

Op een vrijdagavond in november zou ik mijn verjaardag voor ons vriendengroepje vieren. Toen ik rond achten in de keuken verwoede pogingen deed om een kwarktaart in acht mooie stukken te verdelen en mijn moeder bezig was glazen, pakken fris en flessen prik op een dienblad te zetten, ging de achterdeur piepend open. Daar stond ze.

Op de mat. Haar hoofd iets naar beneden gebogen. In een zwartfluwelen jurk met wijd uitlopende rok. Op het strakke lijfje waren auberginekleurige kanten ruches gestikt. Toen ze haar armen traag optilde om haar kraag recht te trekken, zag ik dat haar met tule opgesierde mouwen ook wijd uitliepen, als de vleugels van een vleermuis. Haar, in hoge zwarte rijglaarsjes gehulde voeten schoven langzaam een paar centimeter naar voren. Plotsklaps hief ze haar kin op. Gitzwart geverfde haren omkransten een wit gepoederd gezicht, met daarin zwartomrande ogen en zwart gestifte lippen. Ze slingerde haar blik eerst naar mij, toen naar mijn moeder, van mijn moeder naar mij, van mij naar mijn moeder. Brutaal. Uitdagend.

Ik probeerde uit alle macht een schreeuw te onderdrukken. Ik kneep mijn ogen half dicht. Wat was er met haar gebeurd? Ze leek wel betoverd. "Gothic, " vloog het door me heen. Wat bezielde haar? Hoe dacht ze? Wie was ze geworden?

"Elizabeth..., " fluisterde mijn moeder. Haar eigen moeder begon te huilen, toen ze het hoorde. Haar vader maakte verwijten. Daarna hebben ze allebei met haar gepraat. Heel indringend duidelijk gemaakt dat dit echt niet kon. Zelf vond ze dat haar ouders een tikje overspannen reageerden, vertelde ze me een paar dagen later. Ze begreep echt niet dat ze zich zo druk maakten over haar uiterlijk. Er zat heus niets verkeerds achter. Ze wilde gewoon even een beetje anders zijn, een beetje durven, een beetje griezelen. Onder druk van haar ouders verdween het zwart wel uit haar kledingkast en toilettas. En uit haar leven, dacht ik.

De zon vonkt op het metaal van mijn stuur en vlamt goudgeel over het korenveld naast het fietspad. Al fietsend wurm ik een flesje Spa uit mijn rugtas. Dop eraf. Ik giet het lauwe water in mijn mond en in mijn tot een kommetje gevormde hand. Ik klets het tegen mijn gezicht, laat het langs mijn polsen druipen. Leeg. Terug in mijn tas. Mijn moeder is niet thuis vanmiddag. Een leeg stil huis zie ik op dit moment even niet zitten. Opa is vast wel thuis. Heb ik de laatste maanden wel genoeg tegen Elizabeth gezegd? Wat een warboel in mijn hoofd. Een beetje nuchter blijven graag. Het korenveld ben ik voorbij. Weilanden, verlegen om een frisse regenbui, strekken zich aan beide zijden van het fietspad uit. Zwartbonte koeien liggen gemoedelijk en loom te herkauwen. Heb ik eigenlijk wel voor haar gebeden? Ik bijt op mijn lip. "Heere, verlos haar van de boze." Ik zucht. "Red ook mij."

Elizabeth gedroeg zich de rest van dat schooljaar zo ongeveer als voorheen. Toch was er iets geknakt in de verhouding tussen haar en mij. Ik kan het niet goed een

naam geven. Onze vriendschap was anders. Er hing iets tussen ons. We hadden het niet meer over haar gothic hype. We hadden het ook niet over andere belangrijke zaken. Totdat ze me in havo 4, tijdens een tussenuur die hanger liet zien. Ze had hem van haar verjaardagsgeld gekocht: een pentagram in een cirkel. Aan een zwart koord. "Zie je dat één van de vijf punten naar boven wijst? " vroeg ze. "Is dat beter dan een punt die naar beneden wijst? " reageerde ik sceptisch.

"Natuurlijk, " legde ze uit. "Als de punt naar beneden zou wijzen, was hij aan zwarte magie verbonden. Nu aan witte magie." "Magie...? " Ik slikte.

"Ja, de vijf punten van deze ster staan voor de vijf elementen licht, lucht, wind, vuur en water, " legde ze uit.

"Heeft magie met wicca te maken? " Ze knikte. "Bij mij wel. Ik hou van de mensen om me heen en van de natuur. De natuur heeft iets goddelijks." Bloosde ze een beetje of verbeeldde ik het me maar? "Dat goddelijke wil ik gebruiken om de wereld mooier te maken." Haar ogen hielden de mijne vast. "Goed hè? " zei ze met zachte stem. "Ik ben een wiccan."

Verward deed ik een stap naar achteren. Wiccan, wicca, witte magie, natuur, goddelijke natuur... Als golven spoelden de begrippen over me heen. Wat moest ik hier allemaal mee? Hoe moest ik hierop reageren? "Is de natuur jouw god? " stootte ik eruit. Ze hief haar kin op en keek over me heen, alsof ze zich tot iemand die achter me stond, richtte. "Zo zwart-wit moet je dat niet zien, " zei ze.

"Zo zwart-wit is het wel." Helder zag ik het ineens voor me. "De bron van wicca is niet God, maar duistere machten, die maar één doel hebben: jou van God afhouden. Jou kapot maken. Jou met je gedoopte voorhoofd." De kleur van haar ogen verhardde tot ijsblauw. "Bij de doop heeft jouw naam samen met Gods naam geklonken, " probeerde ik verder. "Hoe kun je dan nu zo openlijk en grof Hem verloochenen en een andere god dienen? "

"Stop, " snauwde ze. "Stop hiermee." Demonstratief duwde ze haar handen tegen haar oren. Haar lichaam trilde van verzet. "Ik heb een nieuwe naam gekozen, " beet ze me toe. "Een Keltische: Darcy. Dat betekent duister. Ik heet Darcy." Met een ruk draaide ze zich om en liep weg.

Verbijsterd bleef ik achter. Elizabeth, betekende dat niet zoiets als: God is mijn eed of aanbidster van God? En heette Elizabeth nu Darcy? What's in a name? Achteraf bekeken had ik toen al iemand in vertrouwen

moeten nemen over dit alles. Ik besefte eigenlijk niet hoe diep en vast het zat en hoe het zijn angels ook naar mij uitstak. Ik dacht dat ik het allemaal wel alleen afkon en aankon...

Een nieuwe woonwijk sluimert stil en verlaten tussen een ring van pas aangeplante boompjes. Het lijkt wel of iedereen binnen zit of buitenshuis werkt of misschien wel het water heeft opgezocht. Even een beetje vaart minderen voor het geval er toch plotseling een kind oversteekt. Het zweet prikt op mijn rug. Ik wil straks echt met opa praten. Misschien kan hij zijn licht eens op dit alles laten schijnen. Ik hoop dat er nog een ijsje in zijn vriezer op me ligt te wachten. En ik ga niet meer naar Elizabeth. Nooit meer. Nou ja. niet meer als ze zo doet. Met mijn arm veeg ik mijn voorhoofd wat droger. Ik zie opa's flat nu boven de huizen uitsteken. Trappen maar. Richting binnenstad.

"Loop maar verder, " zei haar moeder vriendelijk, terwijl ze met haar fietswiel voorzichtig het tuinhek openduwde. "Je weet de weg naar haar kamer. Ik ga even ergens op bezoek." Ik liep de woonkeuken en hal door. sloop de trap op en bleef op de ruime overloop staan. Elizabeth wist niet dat ik kwam. Flauw misschien, maar ik wilde haar een beetje laten schrikken.

Zij liet mij schrikken.

Een blauwe walm kringelde om de iets openstaande deur, mij tegemoet. De geur die ik rook, kwam ook wel eens uit een macaber winkeltje dat ik passeerde, als ik op weg was naar de muziekschool. Ik hoorde wat gerommel. Verder was het stil. Dreigend stil. Aarzelend schoof ik een paar stapjes naar voren. Mijn hoofd een beetje schuin. Door de kier zag ik de oude houten dekenkist staan, die ze van haar oma had gekregen. Er lag een auberginekleurig kleedje op. Daarop stonden twee metalen kaarsenstandaards met brandende kaarsen en er stond een klein metalen vat, waaruit die walm dampte. Wierook was dat natuurlijk, besefte ik toen. Ik sloeg mijn handen tegen mijn mond en kneep mijn ogen half dicht. Een altaar. Warempel. Het leek wel een altaar daar midden in die kamer. Door mijn wimpers zag ik er ook nog een veer op liggen, een takje, een kelk en een steentje, geloof ik. Wat had deze dwaasheid te betekenen? Waar was ze mee bezig? Toen verscheen zij in mijn wazig blauwe blikveld. Lege ogen staarden de ruimte in. Haar wijsvinger richtte ze schuin naar beneden. In een cirkel liep ze om haar altaar. Een ritueel. Het duizelde me.

Haar stem ruiste in mijn oren. Rauw rijmend. Deed ze een spreuk? Even leunde ik tegen een deurpost en sloot mijn ogen. "Weg!" flitste het toen plotseling door me heen. "Ik moet hier vandaan." Ik draaide me om, rende de trap af, hal en keuken door. Buiten. Weg.

"Veeg je mond maar af voordat het ijs van je kin op je shirt druipt, " grinnikt opa, terwijl hij me een tissue toeschuift. "En nogmaals: dit probleem is te groot voor een meisje van vijftien. Hier moeten anderen voor ingeschakeld worden. Allereerst haar ouders. Bovendien moeten we natuurlijk vooral vragen of de Héére haar wil verlossen uit de strikken van satan. Neem jij alsjeblieft afstand, mijn kind." Zijn wijze oude ogen kijken me vol liefde aan. Ik dep het ijs van mijn kin en neem een laatste lik. "Grote afstand, " voegt hij er ernstig aan toe. "Geef de duivel geen ruimte."

Ik knik en loop naar de keuken om mijn plakkerige handen te wassen. Lekker, dat koude water. Terwijl ik mijn handen droog wrijf met de handdoek, tuur ik door het open keukenraam naar buiten. Wat kun je ver kijken vanaf de tiende verdieping en wat is alles pietepeuterig. Bij de parkeergarage is het een wirwar van komende en gaande autootjes. Op het plein voor het stadhuis zie ik een zwart en een wit poppetje met een hele stoet achter hen aan. Ondanks de warmte ontwaar ik ook in de lange winkelstraat aardig wat mensjes. En daar in dat zijstraatje, staat daar niet mijn muziekschool? Mijn blik glijdt zoekend het straatje in. Ja, ik zie hem. En dat rare winkeltje met die wierooklucht? Ik hang de handdoek aan het haakje en zet mijn ellebogen naast elkaar op het aanrechtblad. Mijn kin steunt op mijn handen. Dan zie ik het winkeltje. Het is gelukkig te ver weg om de geur ervan te kunnen ruiken of de sfeer te proeven. Mijn blik glijdt terug, langs het stadhuis naar het binnenste van het centrum. Daar staat de grote kerk te schitteren in de middagzon. Vanaf deze hoogte kun je goed zien dat het een kruiskerk is. Wat ligt er toch een grote rijkdom in de betekenis van die vorm, mijmer ik. En wat een ellendige narigheid verbeeldt die vorm rond Elizabeths hals. Dag tegenover nacht. Licht tegenover duisternis. Wit. Zwart. Dan voel ik opa's hand op mijn schouder. "Mooi hè, die kruiskerk als een lichtbaken in deze grote stad, " zegt hij. Ik zucht en probeer mijn tranen weg te knipperen.

"Zullen we samen proberen te bidden, kind? " fluistert hij.

"Ja, opa. Om Licht."

A.5. Bout-Monteau

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 2005

Daniel | 32 Pagina's

"Elizabeth wordt wiccan"

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 2005

Daniel | 32 Pagina's