Een eigen plaats in de gemeente
"Zeg Jos, wat vind jij van onze kerk? Ik zou het best leuk vinden als je eens mee zou gaan naar mijn kerk. Bij ons gaan niet zoveel jongelui naar de kerk als bij jullie. Maar ik probeer mijn vrienden van school wel mee te krijgen.
Ze zijn daar niet zo tuk op. Ze geloven wel. maar ze zeggen dan: daar heb je de kerk niet voor nodig. Ik zie dat niet zo. Als je bij God wil horen, moet je ook naar de kerk gaan. Want waar geloof je anders in? Bij jullie is dat anders. Daar wil iedereen bij God horen. Nou, ik wel best een keer met jou mee."
Jos kijkt wat bedenkelijk als Hans deze vraag stelt. Dat zullen zijn ouders niet zo'n geweldig idee vinden. Hans is nota bene katholiek en Jos ziet het al gebeuren. Ze geloven daar in de paus, ze bidden tot Maria en ze hebben de mis en dat is volgens de catechismus afgoderij.
Maar ja, wat moet hij zeggen? Jos aarzelt: "Ja. joh, ik zou dat best eens willen, maar ik denk dat mijn ouders daar tegen zijn." Hans: "Nou ja, daar kun je toch over praten.
Dan ga ik eerst een keer met jou mee en dan gaan met je ouders praten."
Jos krijgt het er warm van. Hans met hem naar de Gereformeerde Gemeente? Wat zullen zijn vrienden daar wel van denken? "'s Zaterdagsavonds in de bar en 's zondags in de kerk. Leg dat eens uit."
Twee weken later zit Hans toch naast Jos in de kerk. Jos heeft hem al een beetje voorbereid: '"t Duurt anderhalf uur. De dominee bidt en preekt, 't Is niet zo boeiend en hij gebruikt nogal wat ouderwetse woorden. Wij zingen uit een psalmboek, vrouwen en meisjes hebben een hoed op. Nou ja en voor de rest merk je het wel."
Het is een doopdienst die zondagmorgen. Jos luistert die zondagmorgen anders dan anders. De dominee vertelt iets over de doop. Hij betrekt er speciaal de jongeren bij: "Het is een voorrecht als je gedoopt bent. God heeft Zijn Naam aan jouw naam verbonden. Dat wil zeggen dat Hij met jou te maken wil hebben. Maar het betekent ook dat je apart gezet bent. En dat God van je vraagt dat je tot Zijn eer zult leven. Jos denkt aan Hans. Hij zal ook wel gedoopt zijn. Maar... eh... apart gezet? En is hij Jos apart gezet door God? Zo leeft hij intussen niet.
Na de doop preekt de dominee over Mozes aan het hof in
Egypte, 't Lijkt wel of de dominee het vanmorgen speciaal op de jongelui heeft gemunt. "Mozes koos er voor om bij de Kerk te horen. Hij wilde liever met Gods kinderen gesmaad worden, dan voor een tijd te genieten van de zonde. Hoe is dat bij jullie jongelui? Waar was je gisteravond? Als je in de zonde blijft leven ben je niet gelukkig. Er blijft altijd onrust in je hart. Als je een avond bent uit geweest, ben je dan echt blij in je hart? En hoe zal dat moeten als je straks voor de Heere moet verschijnen?
Mozes achtte de smaad van Christus veel meer rijkdom, dan de schatten in Egypte. Hij voelde in zijn hart dat alle plezier in het paleis van de Farao geen echte blijdschap geeft. Jongelui: alleen het dienen van Christus geeft echte blijdschap in het hart. Alles wat aan Hem is, is zo begeerlijk. Bij Hem is liefde en vrede en blijdschap door
het geloof. En nog zoekt koning Jezus jonge dienaren in Zijn dienst. Zou je er geen zin in hebben? Breek met de zonde en wend je tot de Heere." Na de dienst gaat Hans mee naar Jos. Onder de koffie begint hij telkens over de dienst: "Joh, dat heb ik nog nooit gehoord. Die pastoor van jullie weet er wat van, zeg. Zo iets hoor je bij ons niet. Maar dat van de zaterdagavond, dat is niet mis. Hij keurt het niet goed als wij in de bar zitten.
Ik denk dat die man echt vindt dat we moeten kiezen. De bar uit en de kerk in. Nou, hij meent het wel. Hoe moet je dat zeggen, zo ernstig, 't Lijkt wel of het niet goed komt met ons als we zo blijven leven. Ik vond het ook gaaf dat hij zo vol van God is. Dat heb ik nog nooit gehoord. Hij keek zo blij toen hij vertelde dat God alles voor hem is."
Hans is katholiek. Hij ziet wel wat in zijn kerk: Als je bij God wil horen, moet je ook naar de kerk gaan." En hij heeft helemaal gelijk. Gelukkig weten veel refo-jongeren best dat je als jongere bij de kerk hoort. God heeft je daar immers een plaats gegeven. De Heere vraagt dat we Hem dienen. Hij is onze Schepper. Hij zegt het heel concreet in de Bijbel: edenk aan je Schepper, in de dagen van je jeugd (Prediker 12:1).
Om je Schepper te gedenken, daar is bekering voor nodig. Dat zoeken we uit onszelf niet. Maar daar staat in de Bijbel geen punt. De Bijbel zegt dat we de middelen die God geeft moeten gebruiken. Daar hoort bidden en bijbellezen bij. Maar daar hoort ook de kerk bij. In de eerste plaats de 's zondagse kerkdienst. Dat is de werkplaats van de Heilige Geest. Daar wil de Heere door Zijn Woord tot zondaren spreken. Je mag dus de kerkdienst niet verzuimen. Als de deuren van de kerk open gaan hoor je er te zijn. Paulus zegt dat je de onderlinge bijeenkomsten niet moet nalaten (Hebreeën 10:25).
Bedenk ook dat de kerk niet zomaar een gebouw is. waar je komt en weer weggaat. Aan de kerk is het Woord van God toevertrouwd. En als je bij de kerk hoort, dan heb je daar ook een taak. In de eerste plaats om het Woord te bewaren. Paulus zegt: eb acht op uzelf en op de leer: olhard daarin: ant dat doende, zult gij en uzelf behouden, en die u horen (1 Timotheüs 4:16).
Vasthouden?
Kun je jongeren vasthouden? Kun jij er voor zorgen dat jongeren betrokken raken bij de kerk? Ik denk dat je met mij eens bent dat wij dat niet kunnen. Het hart van de kerk klopt in de bijbelse leer van zonde en genade. Wie kan daar een ander van overtuigen?
Gelukkig kan de Heere dat wel. Hij kan iets in het hart leggen waardoor een jongere toch belangstelling krijgt voor het Woord. En dan zijn twee dingen heel belangrijk. In de eerste plaats ernst en in de tweede plaats blijdschap. Dat kwam ook in het verhaal van Jos en Hans naar voren.
Jongeren moeten kunnen merken dat het om leven en dood gaat. Zo sprak de jonge dominee Robert Murray M'Cheyne tot jongeren: als een stervende tot stervenden. Als je nog onbekeerd bent, dan ben je in groot gevaar. Dat mag en moet doorklinken in de preek en in de catechisatie en in het persoonlijk gesprek. Bij deze ernst zullen jongeren opgevoed worden. Dat begint in het gezin. Zo zal hun geweten worden gevormd. Als dat er niet is, raakt de ernst weg en worden jongeren meegezogen met de wereld.
In de tweede plaats moeten jongeren merken dat het goed is om de Heere te dienen. Daarom: voor alles een goed woord van de Heere spreken. Daar kunnen jongeren jaloers op worden. Ook dat begint in het gezin. Zien jongeren bij hun ouders wat de dienst van de Heere hen waard is? De dominee waarbij ik op catechisatie heb gezeten, zei weieens: Je moet net doen als een winkelier. Hij legt het mooiste wat hij heeft in de etalage. Als de mensen dat zien, wekt het hun belangstelling. Ze staan stil en gaan eens binnen kijken.
Zo mogen we jongeren jaloers maken!
Blijf moed houden
Jongeren worden soms moedeloos. Ze zeggen dan: "Ik heb het al zo vaak geprobeerd. Maar het lukt niet. Mijn broer krijg ik gewoon niet mee." Of: "Bij mijn vriendin thuis is het vaak geruzie over de kerk. D'r moeder maakt zich grote zorgen over haar twee broers. Haar vader denkt dat het wel weer goed komt."
Duidelijk is dat ruzie geen jongere bij de kerk houdt. En als we als marsmannetjes de jongeren in de gemeente voorbij lopen, dan is er ook iets mis. Het jeugdwerk is een prachtig middel om jongeren erbij te betrekken.
Soms gaan jongeren naar een keet of een café voor refo-jongeren. Jammer, zeker als je daarvoor de mogelijkheid van het jeugdwerk laat liggen. In het jeugdwerk kun je met belangrijke onderwerpen bezig zijn. Je kunt elkaar vasthouden. Straks sta je als kerkelijke jongere in een wereld waar ze weinig meer van God en Zijn dienst weten. En hoe ga je dan in gesprek? Je hebt toerusting nodig. Daarbij kan het ook gezellig en ontspannen zijn.
Tieners moeten worden vastgehouden op de club om zo de doorstroming naar +1 6 te bevorderen. Probeer jongeren die veel naar de keet of het café gaan een aantal keren mee te krijgen naar de JeV. Probeer ze zover te krijgen dat ze dat om de twee weken een tijdlang doen. Praat er ook over hoe ze het vinden op JeV. Ga de vergelijking tussen de JeV en de keet met zo'n jongeren na een aantal verenigingsbezoeken niet uit de weg. Betrek ze erbij. Daag ze uit. Schrijf die jongeren ook niet te snel af. Laat ze niet links liggen als ze na een paar pogingen niet naar de vereniging komen. Je interesse moet wel oprecht zijn!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 2005
Daniel | 32 Pagina's