Dichtbij de wederkomst
In zijn eerste brief aan de gemeente van Thessalonica ging de apostel Paulus indringend in op de wederkomst van Christus. In hoofdstuk 4 blijkt dat de Thessalonicenzen dat moment zó sterk verwachtten, dat ze het in eerste instantie niet goed konden verwerken dat broeders en zusters overleden zonder die dag te hebben gezien. Paulus vertroost hen: de Heere komt spoedig terug, zowel voor de levende als voor de gestorven gelovigen. Ook Petrus is op de wederkomst ingegaan. Hij had het te stellen met mensen die met het uitblijven van de wederkomst meenden te kunnen spotten. De Heere vertraagt de belofte niet, schrijft hij in de verzen 8 tot en met 10 van zijn tweede algemene brief. Eén dag is bij Hem als duizend jaren en duizend jaren als één dag (...) Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in de nacht. Zo had Petrus voor de spotters een waarschuwing, voor de gelovigen een troostboodschap.
Hoor je Petrus hier trouwens zijn grote Meester naspreken? Christus zei het zo (zie Markus 14): Van die dag en die ure weet niemand. En Hij gaf het ons mee, tot vertroosting, tot waarschuwing ook: Leert van de vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt, en de bladeren uitspruiten, zo weet gij dat de zomer nabij is. Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet gij, dat de zomer nabij is.
Het is niet mijn bedoeling hier een bijbelstudie te plaatsen. Ik schrijf deze dingen, omdat er om ons heen zoveel redenen zijn aan te wijzen om te zeggen: de zomer is nabij. Met nóg meer stelligheid dan Paulus en Petrus zouden we in onze dagen dat grote moment kunnen verwachten. Met vrees en met beven, of met hoop en verlangen - dat laat ik nu maar even terzijde. Het gaat me erom dat de tak teder is geworden en de bladeren uitspruiten.
Natuurgeweld
We leven in een jaar dat begon in de chaos van de verschrikkelijke tsunami (spreekt Markus 14:8 niet van aardbevingen in verscheidene plaatsen!). Tienduizenden verdronken, tienduizenden werden ontheemd, ziekten braken uit, armen werden teruggeslingerd in een nog veel grotere armoede. In het westen raasden wrede orkanen met eigenaardig mooie namen - Rita veranderde zelfs de metropool New Orleans in een spookstad. In Pakistan beefde de aarde en moesten opnieuw duizenden het tijdelijke met het eeuwige verwisselen. In Afrika raasde de honger maar door - we zouden het haast vergeten. We leven in een decennium van ongekend snelle veranderingen. Door alle moderne high tech is de wereld in hoog tempo een dorp aan het worden - global village, zo noemen de geleerden het. Handelsstromen schieten de wereld over, net als andere goederen-en mensenstromen. Met alle gevolgen van dien voor samenlevingen en culturen. Breekt er in Azië vogelgriep uit, dan moet Europa onmiddellijk op het hoogste niveau maatregelen nemen. De gruwelijke Aids-epidemie, tot eind jaren zeventig nog beperkt tot een enkele aap, slaat in Afrika nu ongekende gaten in de beroepsbevolking. Waarmee het straatarme continent verder van hoop wordt beroofd.
We leven in een eeuw, de twintigste even inbegrepen, die getypeerd wordt door oorlogen en geruchten van oorlogen. Nog niet eerder in de geschiedenis werd er in een eeuw tijd zoveel bloed vergoten. Van Eerste-Wereldoorlog tot Balkanconflict, van Hiroshima tot Midden-Oostendrama. Om nog maar niet te spreken over de toename van openlijk geweldgebruik in 'vredestijd', criminaliteit, zinloos geweld, terrorisme.
Uitzien en verlangen
Hoe staan wij in zo'n wereld? Doet het ons nog iets, het nieuws uit Pakistan of uit de landen rond de Golf van Mexico? Om maar eerlijk te zijn: ik ben nog wel eens geneigd me wat af te sluiten voor dit soort onheilstijdingen. Vanuit het gevoel dat je er toch niets aan kunt doen, dat je het toch niet in de handhebt. Velen in onze nog zo gezegende samenleving maken er maar het beste van voor zichzelf. Maar ze doen dat wel in een ondergaande wereld.
Een christelijke houding valt dat niet te noemen. Zonder nu gelijk in het tegendeel te vervallen en heel de wereld op onze nek te nemen, mogen we al die schokkende zaken toch niet zomaar aan ons voorbij laten gaan. Ze moeten een plaats krijgen in ons gebed voor mensen in nood; dat is één. Maar ze moeten ons ook dringen tot een leven met Christus.
Want Hij komt. Je moet wel blind zijn om het niet te zien. Hoe lang het nog zal duren, weet niemand. Maar de vijgeboom staat zwaar in het blad. En de brieven van Paulus en Petrus zijn volop actueel. Vertroost elkander, schreef Paulus, met deze woorden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 2005
Daniel | 32 Pagina's