Evangelisatie: zoeken naar edelstenen
Een dame in het Amerikaanse Okiahoma City kreeg van haar artsen te horen dat ze waarschijnlijk binnen een jaar aan haar hartkwaal zou overlijden. Ze bezat 10.000 dollar en vroeg via een advertentie om tips hoe ze dat geld de komende maanden het best kon gebruiken. Van de 1200 brieven, telegrammen en telefoontjes die ze kreeg, luidde het overgrote deel dat ze het er maar eens goed van moest nemen. Anderen gaven aan dat ze wel een gift konden gebruiken...
De leegte die uit dit verhaal spreekt, is aangrijpend. Overigens, dit bericht dateert niet uit 2005, maar uit 1949. Het stond ook toen in het blad Daniël.
Sindsdien heeft de secularisatie steeds grotere verwoestingen aangericht. In Nederland wordt nog maar 25 procent van de kinderen gedoopt, slechts 22 procent van de Nederlanders gelooft in de opstanding van de Heere Jezus, nog maar 14 procent van de huwelijken wordt kerkelijk bevestigd. Droeve cijfers. Godsdienst ontbreekt in het leven van veel mensen, zónder dat ze het missen. F. Boerwinkel wees er dertig jaar geleden in zijn boek Einde of nieuw begin al op dat het constantijnse tijdperk ten einde is: de kerk is haar vanzelfsprekende plaats in het midden van de samenleving kwijt.
Op de fiets
De noodzaak van het evangelisatiewerk is dan ook steeds groter
geworden. Dit jaar wordt herdacht dat 75 jaar geleden de eerste evangelist van de Gereformeerde Gemeenten aan het werk
ging: J. van de Panne. Bijna dertig jaar trok hij erop uit om Gods Woord te brengen aan mensen die leefden in de duisternis van het ongeloof of het roomskatholicisme. Hoe ging dat in die tijd? Van de Panne woonde in Zierikzee. Met de boot voer hij over naar het vasteland en daarna trok hij op zijn fiets (later per auto) Brabant in. Daar ging hij van dorp tot dorp, van stad tot stad. Hij sprak mensen aan en verspreidde lectuur.
Tegenstand
Door gebrek aan mensen en middelen hadden de Gereformeerde Gemeenten aanvankelijk geen eigen zendingsen evangelisatiewerk gehad. "Onze schuld tegenover de arme blinde Heidenen wordt steeds groter, " schreven de zendingsdeputaten in 1925 aan de Generale Synode. Het duurde tot 1962 voordat het eerste zendingsteam kon worden uitgezonden. Binnenslands kon het werk echter in 1930 ter hand worden genomen, al was het op zeer bescheiden schaal.
Van de Panne ondervond veel tegenstand. De Roomse Kerk beheerste in Brabant, Limburg en België het dagelijks leven. Het werd "het rijke roomse leven" genoemd, maar het was straatarm. De kerk verbood de mensen in de Bijbel te lezen. Velen wisten dan ook bijna niets van Gods Woord af. Ze hadden er vaak ook geen interesse voor óf ze durfden geen lectuur aan te nemen. In de kerk waarschuwde de pastoor dat ze niets moesten aanpakken. En als ze het toch gedaan hadden, moesten ze de Bijbel maar verbranden...
Groei
Maar er was ook vrucht op het werk. Er waren mensen die in het geheim in hun Bijbel lazen, al moesten ze die soms voor de andere gezinsleden verstoppen. Er werden ogen geopend voor de dwaalleer waarin men was opgevoed. Hoeveel zaad er in de loop der jaren in goede aarde gevallen is, weet alleen de grote Landman. In 1959 werd Merksem (België) als eerste evangelisatiepost geopend. In 1969 werd ook het werk in Nederland weer ter hand genomen. Nu zijn er zes evangelisatieposten. Veel werk wordt ook door de plaatselijke en clas-
sicale evangelisatiecommissies en op de kinderclubs verzet.
Acties
Vanuit de jeugdverenigingen is altijd sterk meegeleefd met het evangelisatiewerk. Op 13 februari 1952 hield evangelist Van de Panne een lezing voor de jongelingsvereniging van Lisse. Dat bracht meerdere verenigingen op het idee om hem uit te nodigen.
Ook andere sprekers op de verenigingen bezonnen zich in die tijd op de zendings-en evangelisatieopdracht van de kerk. Ds. J. van den Berg behandelde het onderwerp in 1950 tijdens de eerste studentenconferentie. De Middelburgse onderwijzer M. Nijsse droeg vanachter zijn schrijftafel een steentje bij: met vele tientallen artikelen in Daniël en het zendingsblad Paulus bracht hij het zendingswerk onder de aandacht van de gemeenteleden.
Eind 1962 werden de verenigingen betrokken bij de lectuurverspreiding in Merksem. Later gebeurde dat ook op de andere evangelisatieposten. De jongeren zamelden ook geld in. Meermalen was de opbrengst van de tweejaarlijkse actie van de Jeugdbond bestemd voor de evangelisatie. Een voorloper hiervan was de actie 'Maak Merksem Mobiel'. Via de verenigingen brachten de jongeren geld bijeen om een Volkswagenbusje te kunnen kopen. Daarmee kon de evangelist 's zondags de bezoekers ophalen die ver bij de kerk vandaan woonden. De actie bracht meer dan 10.000 gulden op. "Een Zendingsvriend" leverde het busje tegen inkoopsprijs. Tijdens de zendingsdag in 1964 kreeg de evangelist het voertuig aangeboden.
Drempel
Onder jongeren leeft vaak sterk de vraag hoe ze, tijd en wijze wetend, aan andersdenkenden eenvoudig iets kunnen vertellen over de dienst des Heeren, over de godsdienstige identiteit die ze van huisuit hebben meegekregen. Vaak moet je daarbij toch wel een drempel over. Ik moest daaraan denken in de file, op de A12. De jongeman in de auto naast me maakte heftige op-en-neerbewegingen, en die waren niet bedoeld als ochtend gymnastiek. Vol overgave deinde hij mee op de maat van de muziek. De gesloten autoramen hielden het naargeestige gedreun niet tegen.
De wereld schaamt zich niet voor haar identiteit. De kerkmens soms wel. Maar toch: zaai het zaad; de Heere zorgt Zelf voor de vrucht. Wat stralen we uit? Of zwijgen we maar lie Soms is er onverwachts een opening, een gelegenheid om te spreken. Een kerkelijk gezin woonde in een straat waar verder nauwelijks iemand naar de kerk ging. Dat was weieens moeilijk. De godsdienst had er geen plaats en er leek jarenlang ook geen enkele belangstelling voor te bestaan. Totdat kort na elkaar enkele gezinnen met de dood werden geconfronteerd. Een buurvrouw kwam vragen of het kerkelijke gezin een langspeelplaat met Psalm 103 had, zodat ze die konden gebruiken tijdens de begrafenis. Een ander gezin, van oudsher rooms, vond dat er bij de uitvaartplechtigheid een Bijbel hoorde en kwam die lenen. De sterfgevallen boden onverwachts een gelegenheid om iets te zeggen over het enige dat houvast biedt in leven en sterven. Door de omstandigheden was er een luisterend oor.
Edelstenen
Het evangelisatiewerk heeft de steun van de gemeenten nodig. In het gebed, allereerst. Maar ook financieel. Daarover bestaan soms grote zorgen. Als iéts onze steun waard is, dan toch dit werk wel! Wat is de waarde ervan? De Engelse zendeling Robert Moffat keerde op de leeftijd van 76 jaar terug uit Zuid-Afrika. Tijdens een receptie memoreerde de burgemeester van Londen dat Moffat een halve eeuw in het land van de diamanten had gewerkt. "Ik heb geen verstand van diamanten, " reageerde de oude zendeling. "Ik heb die ook niet gezocht. Ik heb andere edelstenen gezocht te winnen, en wel de zielen der Beetsjoeanen, zodat ze mogen schitteren aan de kroon van de Verlosser."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 2005
Daniel | 32 Pagina's