Profeet van Gods huis
De profeten Haggaï, Zacharia en Maleachi profeteren na de Babylonische ballingschap. Als gezant van God wekt de profeet Haggaï het volk op tot het voortzetten de herbouw van de tempel, waarmee kort na de terugkeer een begin was gemaakt. Hij roept het volk daartoe op in Naam van zijn Zender: Alzo spreekt de HEERE der heirscharen...
Koning Kores heeft de Joden toestemming gegeven om terug te keren naar het land. Onder leiding van Zerubbabel en Jósua zijn duizenden teruggekeerd. Het brandofferaltaar is kort daarna herbouwd. De fundamenten voor de tempel zijn gelegd. Maar door de felle tegenstand van de Samaritanen is dit werk stil komen liggen. In plaats van nieuwe plannen tot herbouw van de tempel te maken en het desnoods op eigen kosten te doen, hebben de teruggekeerden zich hierbij neergelegd. Daarentegen hebben ze zich wel ingespannen om voor zichzelf comfortabele huizen te bouwen. De profeet Haggaï roept de teruggekeerden op tot bezinning. Waar zijn ze mee bezig? Zien ze dan niet dat dit de reden is waarom de Heere Zijn zegen inhoudt? Het volk is diep onder de indruk van zijn prediking. Onder leiding van Zerubbabel en Jósua wordt de herbouw van de tempel achttien jaar na de terugkeer hervat. De profeet bemoedigt leidslieden en volk bij het werk. Hij verkondigt dat de heerlijkheid van de nieuwe tempel groter zal zijn dan die van de eerste. Een tweespraak met de priesters is bedoeld om de teruggekeerden tot nadenken te stemmen over hun godsdienst. Het wordt duidelijk dat het onreine meer verontreinigt dan dat het heilige wijdt. De Heere beschouwt hen, al hun werk en offers ten spijt, als een onrein volk. Ze moeten zichzelf leren zien zoals God hen ziet. Alleen dan kunnen ze verstaan waarom God Zijn zegen onthoudt en hen kastijdt. Maar er is een keer ten goede. Nu het volk de herbouw van de tempel weer ter hand genomen heeft, zal de Heere Zijn volk weer Zijn zegen geven.
Boven deze zegen uit stijgt de belofte die de Heere aan Zerubbabel doet. De HEERE zal hem stellen als een zegelring, omdat Hij hem verkoren heeft. Deze profetie wijst op de komende Messias. In Zijn komst zal de heerlijkheid van de nieuwe tempel bestaan. De Heere heeft deze belofte vervuld. Als twaalfjarige jongen is de Heere Jezus in de tempel geweest. Tijdens Zijn aardse loopbaan heeft Hij in de tempel gepreekt. Hij heeft het huis van Zijn Vader gereinigd. Hij is door God gesteld tot een Zegelring. In Hem als Gods Uitverkorene zijn al Gods beloften ja en amen. Daarom ligt er ook nu nog een heerlijke glans op de dienst van God.
Waarin de heerlijkheid van God huis en Zijn dienst ligt? Nee, niet in de mensen die daar samen komen. Ze zijn in zichzelf onrein. Waarin dan wel? Waarin anders dan in de verkondiging Zijn Naam? De heerlijkheid van het huis van God ligt ook vandaag de dag nog in de verkondiging van het eeuwige Evangelie. Maakt de hoogachting daarvoor ons trouw in het opgaan naar Gods huis? 'De heiligheid is voor Uw huis, o HEER', eeuw uit, eeuw in, tot sieraad en tot eer' (Psalm 93:4, berijmd).
Informatie
Schrijver: Werkterrein: Tijd: Tijdgenoten: Thema: Over de persoon van Haggaï is niets bekend. Haggaï werkt onder degenen die onder leiding van Zerubbabel en Jósua uit de ballingschap zijn teruggekeerd (ca. 538 v. Chr.). Hij werkt in het tweede jaar van de Perzische koning Darius Hystaspes (520 v. Chr.). Zijn profetieën zijn nauwkeurig gedateerd. Hij preekt ongeveer vier maanden. Hij werkt korte tijd naast Zacharia, die twee maanden later zijn werk begint. De herbouw van Gods huis.
Inhoud
1:1-2:1 God houdt Zijn zegeningen in vanwege de nalatigheid van het volk. 2:2-10 De heerlijkheid van de nieuwe tempel. 2:11-20 Gods zegen beloofd tijdens de herbouw van de tempel. 2:21-24 De belofte aan Zerubbabel.
Kerntekst Haggaï 2:10
De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden dan van het eerste, zegt de HEERE der heirscharen; en in deze plaats zal Ik vrede geven, spreekt de HEERE der heirscharen.
Leeswijzer
Oproep tot overdenken van zijn weg 1:5 en 7; 2:16 en 19 God onthoudt en schenkt Zijn zegen 1:6 en 9-11; 2:16-20 Bemoedigingen voor het volk en de leiders 1:13; 2:5-6 Heilsbeloften m.b.t. de tempel en de Messias 2:7-10 en 22-24
Aangehaald in het Nieuwe Testament
De belofte dat de heerlijkheid van de laatste tempel groter zal zijn dan die van de eerste gaat in vervulling in de komst en de prediking van de Heere Jezus in de tempel, Lukas 2:41-50, 19:45-48; Johannes 2:13-25, 7:10-53.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 2005
Daniel | 36 Pagina's