Bekering moet wel echt zijn
Wij lopen al een tijdje met de vraag over het geloof van evangelische jongeren (en ouderen). In onze kringen wordt de bekering heel anders gezien als in de evangelische gemeenten. Wij mogen als mensen niet oordelen over de ware bekering van een ander, maar we vragen ons wel af of de evangelischen wel een waar geloof kunnen hebben op de manier waarop ze dat uitdragen (bijvoorbeeld EO-jongerendagen). Wij komen ook met zulke jongeren in aanraking. Hoe kun je daar het beste mee omgaan? Want soms kunnen wij wel leren van hun bijbelkennis en de schaamteloosheid waarmee ze hun geloof uitdragen. Maar het is wel moeilijk dat er vaak durven maar één kant belicht wordt. We hopen dat u ons hier verder in kunt helpen.
Hartelijke groetjes, twee meisjes van 1 5 en 16 jaar.
Geloof en bekering zoals jullie hier aanduiden, komen vaak zo blij over. Het is vooral niet ingewikkeld maar heel eenvoudig: je moet en mag geloven. Want we worden er toch toe opgeroepen?
Toch is het terecht dat jullie het niet zomaar vertrouwen. De Heere Jezus zegt immers Zelf dat er bij de oordeelsdag velen zullen zijn die zullen menen in te gaan, maar die niet kunnen ingaan. Zij zullen wel zeggen dat ze zelfs in Jezus' Naam hebben geprofeteerd en duivelen uitgeworpen, maar Hij zal zeggen: k heb u nooit gekend (Mattheüs 7:13-23 en Lukas 1 3:22-30). Het is dus heel belangrijk dat we echt het goede geloof hebben. Maar stellen we bij ons de ellendekennis niet teveel op de voorgrond? Als je kijkt naar Zacheüs.... In de geschiedenis van Zacheüs (Lukas 19:1-10) gaat het vooral over wat de Heere Jezus doet en spreekt. Hij houdt stil bij de boom waarin Zacheüs zit. Dat is een wonder dat de Heere stil houdt bij een mens? De Heere roept Zacheüs. En Hij weerlegt de boze omstanders en zegt ook waartoe Hijzelf gekomen is. En wat doet Zacheüs? Hij gehoorzaamt de Heere en zegt hoe hij nu tegenover zijn zonden staat. Let erop:
Zacheüs getuigt niet van zijn geloof, maar spreekt over zijn breken met de zonde. Verder lees je niets over wat Zacheüs doet en voelt. Het gaat hier niet over wat Zacheüs van binnen ervaart, maar over wat de Heere doet. Over het eenzijdige Godswerk in de bekering van een mens.
Overgeslagen Dat is een belangrijk punt: rop letten waar het over gaat in een bepaald bijbelgedeelte. In Markus 1:15 staat de oproep tot bekering en geloof. Wij worden verantwoordelijk gesteld. Maar dat betekent niet dat je dus ook kunt geloven. Dat is helaas wel vaak een beetje de redenering: e wordt opgeroepen tot geloven, dus moet je het ook doen. Maar dat er wonder van God nodig is (Johannes 3:1-8) in ons leven wordt overgeslagen. In de gelijkenis van de verloren zoon (Lukas 15:11) kun je lezen wat
een mens innerlijk ervaart als hij tot bekering komt. Daarop valt het accent. Dat is weer anders dan in de gelijkenissen over verloren schaap en verloren penning. In die gelijkenissen ligt de nadruk weer helemaal op wat de Heere doet: het verlorene Zelf opzoeken. Maar in de gelijkenis van de verloren ligt de nadruk op wat er in het hart en leven gebeurt als we tot bekering komen. Pak het gedeelte er maar bij.
Eerst is die jongen hoogmoedig en opstandig. Hij wil weg bij vader en zelf zijn leven regelen. Hij krijgt zijn zin en geniet van het leven. Met zijn vrienden. Dat is een beeld van ons allemaal. Wij hebben het eigenlijk best naar ons zin in de wereld en missen vader (de Heere) niet echt. Dat kan ook zo zijn als we kerkelijk goed meeleven. Zelfs als we veel met de Bijbel omgaan en van Jezus getuigen. Hoe is dat bij zogenaamd evangelisch gelovigen? Is er zoals bij Zacheüs de breuk met de zonde en het gehoorzamen aan de Heere? En dat in alle dingen die het Woord ons leert? Of is er soms een spreken over geloof zonder de droefheid over de zonde en het afscheid nemen van de wereld? Gij kunt geen twee heren dienen, zegt de Heere Jezus. En de boom wordt aan de vrucht gekend.
Ellendekennis
Hoe ging het verder met die verloren zoon? Zijn geld raakt op; zijn vrienden verdwijnen en hij komt in de armoe en ellende terecht. Hij zit wel in de ellende (vers 14-16), maar toch heeft hij nog niet de echte ellendekennis. Hij is nog niet tot zichzelf gekomen. Hij denkt nog niet echt aan zijn vader; hij heeft nog geen berouw en schuldbesef. Dat komt in vers 17. Dan wordt alles anders. Dan wordt hij zondaar in zijn eigen ogen, juist tegenover zijn goede vader. Dan gaat hij echt over zonde en schuld nadenken. Hij gaat ook belijden dat hij het helemaal niet meer waard is dat zijn vader nog goed voor hem is. Toch gaat hij terug want hij wil naar zijn vader toe en hem eerlijk gaan vertellen hoe slecht hij wel is. Dit gedeelte - trouwens heel de gelijkenis - kun je geestelijk toepassen. Zo gaat het in de echte bekering. Niet vluchtig en oppervlakkig. Maar hartelijk en innerlijk. Als de Heilige Geest in ons hart gaat werken de hartelijke droefheid over de zonde naar God, dan ga je David begrijpen, zoals hij spreekt in de Psalmen 6, 38 of 51. Dan ga je worstelen met je zonden voor Gods Aangezicht. En met smeking en geween terugkeren naar de Heere. Lees ook maar Jeremia 31:1-3,
8, 9 en18-20. De verloren zoon ging niet vertellen: Nu zijn mijn zonden vergeven en ben ik een kind van God. Ik denk dat hij heel bescheiden en beschaamd, en ook diep verwonderd en verootmoedigd geweest zal zijn. Wel lezen we van geweldige dingen die de vader deed.
Wonder van ontferming
We moeten bekeringen maar toetsen aan het geheel van de Bijbel. En dan is deze gelijkenis heel belangrijk als het gaat over de manier van de bekering. Het geldt iedereen dat we onszelf nauwkeurig moeten onderzoeken want we zullen allemaal eens voor de Rechterstoel gesteld worden. En dan hebben we het ware geloof en de oprechte bekering nodig. Dan moeten we door een wonder van de Heilige Geest deel hebben aan de Heere Jezus. Sommigen getuigen heel makkelijk en spreken schaamteloos van hun geloof. Maar het is terecht jullie vraag of dat het ware geloof is. Armen worden door de Heere met goederen vervuld, maar rijken ledig weggezonden. Het is nodig dat we onze geestelijke armoe echt leren kennen. Opdat we de Heere Jezus echt nodig zullen krijgen. Dan wordt het ook echt een wonder dat de Heere naar zo een omziet. Tenslotte: jullie weten zelf ook wel
dat het niet genoeg is als je weet wat het niet is. We hebben persoonlijk de Heere nodig. Laat dat je uitdrijven tot de Heere. Door Woord en Geest, door vermaningen, onderwijzingen, beloften wil Hij het geloof werken. Wees biddend met deze dingen bezig. Zoekt de Heere terwijl Hij te vinden. Blijft maar weg bij de wereld. Want degene die echt de Heere zoeken, zullen met de wereld en het werelds vermaak niet mee kunnen doen. Want hun hart en liefde gaan uit naar de Heere en Zijn heiligheid. Vraagt maar naar Hem en Zijne sterkte. De Heere werkt nog. In de stilte gebeurt dat vaak. Op de knieën wordt dat geleerd. Hij is nabij de ziel die tot Hem zucht. Hij zoekt het verlorene.
Heb je vragen? Over geloof, over de maatschappij, over vriendschap: mail dan naar steljevragen@jbgg.nl. Schrijven kan ook: Postbus 79, 3440 AB Woerden. Ds. P. Mulder en de heer J.H. Mauritz beantwoorden deze vragen om de beurt. Je naam hoef je niet te vermelden. Met je vraag wordt vertrouwelijk omgegaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 oktober 2005
Daniel | 40 Pagina's