'Gewone'huzen
Het laatste uur zit erop! ledereen verlaat het klaslokaal. Wat een dag. Gelukkig! Fijn naar huis, dat denkt elke leerling. Tenminste, als je een fijn thuis hebt. Niet iedereen heeft dat. Misschien heb jij dat wel. Wees daar maar blij mee, want er zijn leeftijdgenootjes, die liever niet thuis zijn. Er zijn jongens en meisjes, die ouders hebben, die niet goed voor hen (kunnen) zorgen. Wat dan?
Melanie is twaalf jaar. Haar moeder is heel aardig, maar ze kan niet goed voor Melanie en haar broertje en zusjes zorgen. Ze vergeet bijvoorbeeld boodschappen te doen en dus hebben ze 's avonds geen eten op tafel. Of ze vergeet de kleren van de kinderen te wassen. En zo zijn er nog meer dingen, die jij misschien heel gewoon vindt, maar die in het gezin van Melanie steeds weer verkeerd gaan.
De ouders van Jochem hebben elke dag ruzie. Dat komt ook doordat Jochems vader geen werk heeft en teveel alcohol drinkt. Als Jochem 's avonds in bed ligt, hoort hij de ruzie van zijn ouders. Als hij zijn moeder hoort gillen, dan weet hij het al: ze krijgt er weer van langs. Vroeger sloeg zijn vader Jochem ook wel eens, maar dat durft hij niet meer, want Jochem is al veertien en slaat misschien terug. Carola moet een geheim bewaren. Ze mag het tegen niemand zeggen. Dat heeft haar broer van 18 jaar tegen haar gezegd. Carola vond het niet fijn wat haar broer met haar gedaan had, maar ze durft het echt aan niemand te vertellen. Dat is ook moeilijk als je nog maar negen jaar bent. Misschien vergeet ze het wel een keer. Maar elke keer als ze haar broer ziet, moet ze er toch weer aan denken en is ze bang dat het weer een keer gebeurd.
Kun jij je voorstellen dat Melanie, Jochem en Carola er tegenop zien om uit school vandaan weer naar huis te gaan?
Gelukkig zijn er instanties, die Melanie, Jochem en Carola kunnen helpen. Zo'n instantie is de Stichting Gereformeerd Jeugdwelzijn (SGJ). Wanneer het thuis niet goed gaat, kan via de SGJ naar een oplossing buitenshuis gezocht worden. Er zijn drie mogelijkheden waar een kind naar toe kan gaan, als het uit huis wordt geplaatst: in een pleeggezin, in een gezinshuis en in een jeugdhuis of leefgroep.
In een pleeggezin ben je voor kortere of langere tijd geplaatst. Niet voor alle jongeren, die uit huis geplaatst worden is een pleeggezin een goede oplossing. Een leefgroep kan voor sommige beter zijn dan een pleeggezin. Een wat minder bekende vorm van opvang is het gezinshuis. Het gezinshuis is het best te omschrijven als een vorm van opvang tussen pleeggezin en leefgroep in. In Nederland zijn er tussen de hon-
derd en 1 50 gezinshuizen. De SGJ heeft er twee: één gezinshuis staat in Kampen en de andere staat in Dordrecht.
Van de buitenkant zijn het gewone huizen. Ze staan gewoon in een nieuwbouwwijk. Binnen leeft een gezin: een vader en een moeder met eigen kinderen en daarbij worden vier pleegkinderen geplaatst. Gewone kinderen, maar een ding hebben ze met elkaar gemeen: ze kunnen niet (meer) thuis bij hun ouders wonen. In een gezinshuis gaat het eender toe als in een gewoon gezin. Er moet tafel gedekt worden, de vaatwasser moet uitgeruimd worden, de vuilnisbak moet buiten gezet worden, enzovoort, leder gezinslid heeft zo zijn of haar eigen taak, ook de pleegkinderen. Wat voor de pleegkinderen verschilt met hun vorige thuissituatie is dat ze in het gezinshuis veiligheid, structuur en opvoeding krijgen. In de SGJ-gezinshuizen is er ook aandacht voor kerkgang, gebed, bijbellezen en gesprekken. De pleegkinderen maken ook gebruik van het kerkelijk verenigingsleven.
Op die manier kunnen jongeren als Melanie, Jochem en Carola geholpen worden om weer een veilig gevoel te krijgen, om volwassenen weer te vertrouwen en om uit te zien naar fijn thuis als je uit school komt. Als je een fijn thuis hebt, waardeer het des te meer. Er zijn zoveel andere jongeren, die dat niet hebben. Als het thuis soms niet zo lekker loopt als je wel zou willen, probeer je te verplaatsen in je ouders en hen te respecteren. Je ouders hebben ook hun fouten en gebreken en kijk ook eens naar jezelf. Als je thuis grote problemen hebt, je kunt je ouders niet meer vertrouwen of je voelt je niet veilig thuis, praat dan eens met iemand die je wél vertrouwt. Misschien kan er dan naar mogelijke oplossingen worden gezocht. Vaak hoef je ook niet direct uit huis geplaatst te worden., maar maak het bespreekbaar, bijvoorbeeld op school met je mentor.
Waarom vinden we als volwassenen het zó belangrijk dat jongeren opgroeien in een veilige en betrouwbare omgeving? Omdat dit gevolgen heeft voor het latere leven van deze jongere. Om dit te illustreren besluit ik het volgende citaat:
"Als een jongen of meisje zijn of haar hand in je grote mensenhand legt, is het misschien kleverig van chocolade-ijs, of vuil van de haren van een hond. Misschien voel je wel een wrat onder de rechterduim of een pleister om de pink. Maar deze hand is zo belangrijk, omdat het eens óf de Bijbel zal vasthouden óf een Colt-revolver; óf een piano zal bespelen óf een gokkast zal bedienen; óf liefdevol de wond van een leprapatiënt zal verbinden óf ongecontroleerd zal beven vanwege een door alcohol bedwelmde geest. Nu is deze hand nog in jouw hand... het vraagt om jouw hulp en leiding. Wat een voorrecht om deze hand te leiden naar de enige Weg, de Waarheid en het Leven."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 oktober 2005
Daniel | 40 Pagina's