Smijtegelt en de kenmerkenprediking
Een artikel over Smijtegelt en de kenmerkenprediking. "Span u een weinig in, " zou hij zelf zeggen. Kenmerkenprediking heeft te maken met de zekerheid van het geloof. De zekerheid van het geloof ligt in de onwankelbare beloften in het Woord. Maar al snel kwam de vraag op: hoe weet ik dat ik persoonlijk deel heb aan de inhoud van die belofte? Door een waar geloof. Maar hoe weet ik of ik het ware geloof bezit? Het antwoord van de oude schrijvers was: door zelfonderzoek. Kijk in je leven, kijk in je hart of je de vruchten van dat geloof tegenkomt.
Smijtegelt vond in de kenmerkenprediking een geschikt middel om de kleinen in de genade, de gekrookte rietjes, tot een vaste gang in Jezus Christus te brengen. "Wij waren in 't snijden van het Woord bezig om de gekrookte rietjes te ondersteunen, om hen te tonen dat ze op de naam van Christus mochten hopen." Maar het moest verder. "Kentekens, tranen, deugden, gaven, of gebeden, moeten uw gronden niet zijn: uw enige grond moet Jezus zijn."
Hoe moet je met kentekenen omgaan? De oude schrijvers wilden schijn van zijn onderscheiden. Dat gold ook voor Smijtegelt. Op verschillende plaatsen zegt Smijtegelt het een en ander over de manier waarop de kentekenen moeten worden gebruikt bij de geestelijk oefeningen.
1. Hij raadde zijn gemeenteleden een sober gebruik aan. Neem er niet te veel. Je zou er in smoren. "Al kreeg u uw leven niet meer als één of twee tekenen, houd ze vast. Eén of twee schriftuurlijke tekenen zijn bekwaam om u te verzekeren."
2. Je moet er mee 'oefenen'. "Begin met de kleinste en stel u met dat kleine kenteken voor Gods heilig aangezicht. Probeer dat te onthouden of schrijf het op. Vult er uw memorie mee. Gij vult ze met mindere dingen. Smijt die eruit en vult ze met enige tekenen van genade. Repeteert ze dagelijks, herkauwt ze, zodat gij er op elk moment van de dag aan denken kunt. Kunt gij het niet goed onthouden, neemt een schrijfboek en tekent ze op. Kunt gij uw memorie door andere dingen te hulp komen, stelt het in het wit en zwart, opdat gij er niet aan voorbij zou kunnen gaan. Ge schrijft wel andere dingen op: de geboorte van uw kinderen, van uzelf, van uw trouwdag, uw verlies en uw winst."
3. Ga je niet vergelijken met anderen. "Als ge een ander hoort spreken over kentekenen van genade, en gij moet zeggen: 'Dat ken ik niet', zeg dan niet, daarom geloof ik dat ik niets bezit."
4. Smijtegelt was er niet voor dat gelovigen steeds maar zoeken naar het eerste begin. "Veel minder moet gij altijd helder willen weten door welk middel, welke tekst en op welke tijd gij veranderd zijt. Altijd dat klaar en net te willen weten, dat stondetje, die tekst, de wijze, dat houdt God altemet verborgen en Hij laat de zaken klaar zijn." 5. Het is ook niet goed om iedere keer bij nul te beginnen. "Als gij een teken van genade de ene dag begint vast te stellen, zeg dan niet de andere dag: 'Ik mis het'. Zou gij het hele gebouw gedurig gaan afbreken? Wie zo met zijn gestalten werkt, denkt om de Heere Jezus niet veel. Blijf er liever op staan, en zeg: 'Het is uit mijn lippen gegaan, ik strek mij uit tot hetgeen dat voor is en ik vergeet hetgeen achter mij is'."
6. De volgorde is voor Smijtegelt niet van belang. Sta meer op zaken dan op orde. "Wil nooit bepaald hebben, welke genade eerst, welke de middelste en welke de laatste moet zijn. Als ge zou zeggen: 'lk moet dat teken eerst hebben, en dan het tweede', dan zou ge niet wel doen. Ge zult zeggen: 'God is nochtans een God van orde'. Ik erken het. God heeft nochtans dit in veel zaken getoond, dat Hij meer op zaken ziet dan op orde. Bind U nooit aan de orde. Bind uw ziel niet. God ziet meer naar de zaken. Hij verschikt het altemets wat om Zijne kinderen vrijheid te geven. Ge moet u gewennen aan een orde die u het gemakkelijks in de hand valt, die alle confusie (verwarring) belet."
7. In ieder geval moeten we God de weg niet voorschrijven, laat staan dat we naar moeite en zorgen zouden moeten verlangen. "Wens niet om kruis of narigheid. Als God u er gene geeft, bid er niet om. Het zal tijdig genoeg
komen. Zo het de Heere u niet geeft, geniet het goede zolang het Hem belieft." 8. Smijtegelt was ruim, als het ging over de manier waarop God mensen bekeert. "Al had gij een wijze van bekering, die nog nooit iemand ondervonden had en die nog nooit op de stoel gepredikt was en die gij nooit in enige boeken gelezen had, wees daarom niet bekommerd. Meent gij dat alle manieren van bekering beschreven zijn? Ik denk dat de hele wereld dan de beschreven boeken niet zou kunnen bevatten. Verwerpt uw bekering niet om de wijze die God gehouden heeft. Het komt op de wortel der zaak aan."
Kritiek
Er is in Smijtegelts dagen harde kritiek op de kenmerkenprediking. Smijtegelt: "De meesten zijn vijand van kenteken prediken. Ze zeggen: 'Wel, gij zijt wel een groot man, dat gij altijd zo kentekenen preekt, wie stelt gij uzelven gelijk? Het is altijd veroordelen en verdoemen. Wat laat gij u wel voorstaan, dat gij altijd zo weet tekenen te stellen van genade en heerlijkheid? '. Die mensen kwamen expres niet in de kerk, als Smijtegelt preekte. "Laat ze prediken dat ze zweten, " zeggen ze, "het lust ons niet het te horen."
Er was ook mildere kritiek. Sommigen werden overweldigd door de hoeveelheid. "Geliefden, gij weet dat wij een zwaar stuk onder de hand hebben. De laatste maal zei een kind van God: 'Ik weet niet hoe ik het hebbe. Gij hebt wel honderd en zestig kentekenen gegeven bij gelegenheid dat gij van 't gekrookte rietje gehandeld hebt. Andere predikanten stellen er ook. Het is rondom vol kentekenen'."
Het kan niet worden ontkend dat Smrjtege/t soms wei erg royaal met kentekenen omgaat. Je vraagt je wel eens af of hij zich gehouden heeft aan zijn eigen eisen voor goed kentekenen: "Ze moeten schriftuurlijk zijn, noodzakelijk zijn (dat wil zeggen: het karakteristiek voor het leven der genade, SDP), en ze moeten algemeen zijn, voor iedere vrome."
Maar laten we niet hard oordelen over deze prediker, die de lammeren van de kudde op het oog had. Die zich zo laag voorover boog naar het bekommerde volk van God, die zich daardoor zoveel smaad en verachting op de hals haalde.
Er zijn er - door eigen schuld - door de kenmerkenprediking verdwaald. Ze hebben rust gezocht, waar geen rust was. Maar het is, door Gods genade, ook voor velen tot zegen geweest. Zelfs tot op de dag van vandaag. Soms ook voor een kritische kerkganger. Waarvan tenslotte nog een voorbeeld.
Troost
Pieter de la Ruë, een vermogend en geachte jurist, schreef in een brief aan een vriend dat hij één hoofdstuk van een Engelse godgeleerde - ik denk dat het Matthew Henry was - van meer waarde achtte dan een complete bundel preken van Smijtegelt. Diezelfde Pieter de la Ruë was eens in grote geestelijke duisternis en aanvechting. Op een maandagmiddag stond om een uur of vijf zijn vriend Herman Okkermans bij zijn huis aan de Rouaanse kaai. Hij vroeg De la Ruë of hij zin had mee te gaan naar een dienst van dominee Smijtegelt. De preek ging juist over het verschil tussen heilzame wanhoop en de wanhoop van een goddeloze. Het werd voor Pieter een onvergetelijke middag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 oktober 2005
Daniel | 40 Pagina's