JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

En God geduriglijk biddende

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

En God geduriglijk biddende

5 minuten leestijd

Handelingen 10:2b

In Ceasarea, de stad met het grootste Romeinse garnizoen van geheel Palestina, leeft de hoofdman Cornelius. Van geboorte is hij een Italiaan en een afgodendienaar. In Ceasarea komt hij met de Joodse minderheid van de bevolking in aanraking. Hij bezoekt de synagoge. Hij hoort het Woord. Er ontwaakt in zijn hart een onverklaarbare belangstelling voor alles wat met de God van Israël en het Joodse volk te maken heeft. Hij leeft zo veel mogelijk met de Joodse gemeente in Caesarea mee. Het wonder van de levensvernieuwing door Woord en Geest voltrekt zich in zijn hart. De vrucht daarvan is altijd een verborgen gebedsleven.

Als deze kapitein zijn militaire taak heeft vervuld, zondert hij zich vaak af in de binnenkamer. Het oprechte gebed wordt altijd geboren door de werking van de Geest der gebeden. Het komt op uit een levend gemis. De geschiedenis van Cornelius laat ons heel duidelijk de liefde van deze hoofdman zien tot de Heere en Zijn volk. Hoeveel barmhartigheid bewijst hij niet aan de Joden in zijn woonplaats. Maar dat optreden heeft met de werkheiligheid van de Farizeeën niets te maken. Cornelius maakt van zijn goede werken geen moment een grond voor de eeuwigheid. Hij kan er geen rust in vinden. Daarom zegt Lucas van hem: En God geduriglijk biddende. Het zegt ons, dat hij met een groot gemis door Caesarea gaat. Zondaren die tot God worden bekeerd, worden geen bezittende, maar missende mensen. Ze worden onbekeerd en ongelukkig voor de waarneming van hun hart. Ze kunnen niet bidden en toch houden ze niet op om de Heere aan te roepen. Ze missen met Cornelius de volle vrede met God.

Die vrede missen is geen algemeen religieus gevoel. Er zijn veel godsdienstige mensen, die zich heel vrijmoedig een kind van God noemen. Ze zingen misschien met veel ontroering gospelsongs. Hun gevoelsleven wordt geraakt onder de preek. Maar ze weten niets af van een gemis., Ze gingen nooit als een ongelukkige zondaar over de wereld. Ze kunnen heel goed geloven, maar de tollenaar uit de gelijkenis verstaan ze niet. Ze stemmen niet in met zijn korte, gebed: God! Wees mij de zondaar genadig! (Lukas 18:13). Beschouwt jij je als een ware gelovige? En werd je nooit zondaar of zondares voor God in je binnenkamer? Dan is het te vrezen, dat je begin niet uit God is. Onderzoek uzelf of gij in het geloof zijt, beproef uzelf (2 Korinthe 13:5).

En God geduriglijk biddende... Cornelius heeft een nieuw hart. Zijn hele leven weerspiegelt de tere vreze des Heeren. Toch brengt een sterk gemis hem tot een aanhoudend gebed. Hij mist de volle vrede met God. Er zijn momenten, dat Hij zich aan de Heere overgeeft en op Hem alleen vertrouwt. Zeker, hij heeft wel enige kennis van de Heere Jezus als Profeet. Hij kent de heerlijke beloften uit het Oude Testament, die over de komst van de Messias spreken. Er is een levende verwachting in zijn hart. Maar hij heeft nog geen kennis aan de Heere Jezus in Zijn priesterlijke bediening. Daarbij komt, dat hij onbesneden is. Hij mist het teken van het verbond der genade. De diensten in de synagoge en zijn Joodse manier van leven als zodanig brengen hem geen vrede. Alles roept hem toe: Tekort, tekort, voor een eeuwigheid tekort. Hij ziet aan zijn beste werken nog het zondevuil kleven. Hij doorleeft innerlijk, dat hij verlost moet worden.

Zijn hart hunkert naar de woorden van de zaligheid, zoals blijkt uit de verzen 6 en 22. De schuld van zijn leven staat nog open bij God. Die schuld moet worden betaald. Dat geeft een voortdurend gebed: "Heere, wil mijn gebed toch uit genade horen, want ik mis de volle vrede. U belooft in de profeten de Messias. Hij zal de vrede aanbrengen. Zijn naam is Vredevorst. Maar waar is Hij? Wie is Hij? Hoe vind ik Hem? Ik ben het niet waard, maar ontferm u toch over mij. Verhoor mij toch, opdat ik moge wete hoe het mij staat".

Herken je jezelf in deze bidder? Komt de schuld van je leven zo op je aan? Hongert en dorst je met je hele hart naar de komst van Christus tot je ziel? Dan kan het niet anders of de Heere weet wat van je af. De geestelijke doden biddend niet aanhoudend. Ze bidden helemaal niet of zuiver plichtmatig, af en toe, uit kracht van opvoeding. Er is even weinig geestelijke leven in hun hart als in een straattegel. Maar die door de Geest van Pinksteren zaligmakend zijn aangeraakt, kunnen niet nalaten om hart en oog op te heffen naar omhoog. Er is enig aanvankelijk geloof in hun harten, maar zij missen nog de toepassing van de verzoening door het bloed van Christus voor eigen hart en leven. Is dat zo bij jou? Zulke bidders ontvangen antwoord. Zie het maar bij Cornelius. Straks komt Petrus zijn woning binnen om hem de vrede door Christus te verkondigen. Houdt aan. Schep moed. Hij spreekt gewist tot elk die voor Hem leeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 2005

Daniel | 36 Pagina's

En God geduriglijk biddende

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 2005

Daniel | 36 Pagina's