"Onder die hoofddoek zitten dezelfde mensen
"Waarom is het belangrijk om tijdens deze conferentie na te denken over de islam? " Het antwoord van drs. J.J. Grandia op deze vraag is helder: "We moeten begaan zijn met onze medemens. Die vindt je niet alleen binnen de refo-zuil. Ook islamieten zijn onze medemensen." Dat betekent niet dat de Islam als ideologie niet gevaarlijk is, zegt drs. E.J. Brouwer. "Veel passages in Koran hebben gewelddadige toon." Een verslag van een conferentie over de islam als godsdienst en de plaats van moslims in de Nederlandse samenle ving. "Ook moslims voelen zich zondig ten opzichte van Allah."
In zijn lezing geeft Grandia een theologische waardering van de islam. Hij begint met een aantal cijfers. "De islam is de snelst groeiende religie ter wereld. In 2050 is het christendom nummer twee en de islam nummer één. Per jaar stappen 6000 autochtone Nederlanders over naar islam."
De godsdienstdocent uit Gouda heeft aantal soera's, teksten uit de Koran, gekopieerd en bespreekt aan de hand daarvan de visie van de Islam op Ischa, Jezus. "Aan de beschrijving van de 'zondeval' valt op dat er geen kwaad tegen god gedaan wordt, maar tegen Adam en Eva zelf. Tussen regels door lees je niet meer dan een waarschuwing om goed te leven. De mens heeft motortje in zich dat mens duwt naar het goede."
Over Allah zegt hij dat die naam is soortnaam is, geen eigennaam. "Er is geen contact tussen Allah en zijn onderdanen. Laatst vroeg ik aan jongen: 'Ken je Allah persoonlijk? ' De jongen antwoordde: 'Allah heeft geen zonen.' Dat is heel typerend." De relatie tussen Allah en zijn onderdanen is geen vader-zoon relatie, maar is vergelijkbaar met de relatie tussen een heer en een knecht. "Allah heeft trekken van een oosterse despoot."
Zijn conclusie is dat het lijkt alsof er gemakkelijk een gesprek tussen christenen en islamieten mogelijk is, maar dat het godsbeeld anders is. "Moslims noemen dezelfde zaken, maar bedoelen iets anders. Berkhof zegt dat de islam een karikatuur van de openbaring is. Het is een oordeel dat de leemte opvult die christendom achterlaat als christendom weggaat.
Hoe gesprek aangegaan moet worden? Grandia citeert Brakel, die zegt dat christenen in hun contact met moslims door "grote liefde, bescheidenheid en barmhartigheid" overtuiging in hun harten moeten proberen na te laten.
Groot gat
Veel vragen zijn er over de verhouding tussen christendom en islam. Op de vraag of het spreken over liefde in de koran niet betekent dat er toch sprake is van een persoonlijke relatie, antwoordt Grandia: "Je kunt je auto en je huis liefhebben. Maar dat is een andere relatie dan die met vrouw en kinderen. Er is een grote kloof tussen Allah en zijn schepping en daardoor is er ook geen persoonlijk kennen. Het beeld van Allah blijft steriel." Wel vindt hij dat van alle religies de isiam - na het jodendom - het dichtst bij het christendom staat. "Daarna gaapt er een groot gat tot schriftloze religies en het atheïsme." Volgens Grandia sluit de gereformeerde gezindte zich onbewust te veel af voor andere religies. "Ik wil dan ook pleiten voor een open oog voor medemens in de straat. Er zijn genoeg gelegenheden om ze op je pad te krijgen. Sluit je niet bewust of onbewust af."
Kerk en staat
In tegenstelling tot vroeger wordt het doen en laten moslims nauwlettend gevolgd, zegt Brouwer in zijn lezing. Moslims moeten zich over alles verantwoorden. Tegelijk is overheidsbeleid gericht op assimilatie: eigen identiteit loslaten en aanpassen aan samenleving. Opvallend vindt hij het dat minister Verdonk verder gaat dan van een liberale minister te verwachten zou zijn. Zij wil bijvoorbeeld imams die naar Nederland komen beoordelen op hun interpretatie van koran en of die wel past in onze samenleving. "Dat gaat heel ver. Hoezo scheiding van kerk en staat? "
Brouwer denkt dat vreedzaam samenleven met moslims moeilijk is. In de eerste plaats heeft de islam een bloedige voorgeschiedenis. In de tweede plaats streeft men naar
gebiedsuitbreiding. "Er zijn kritische theologen, die vinden dat er een permanent 'huis van overeenkomst' met westerse mogendheden mogelijk is. Maar vindt dat ingang? Ook het tegenovergestelde wordt gehoord."
Andere argumenten die Brouwer noemt zijn het gebrek aan onderscheid tussen kerk en staat en de legitimatie van geweld. "Veel passages in Koran hebben gewelddadige toon." Ook verwacht hij in Nederland meer spanningen door de komst van islamitische politieke partijen. "De AEL is wat uit het nieuws, maar men gaat meedoen aan gemeenteraadsverkiezingen in 2006."
Monsterverbond
Uitgebreid gaat de fractiemedewerker van de SGP in op de vraag of christenen moeten samenwerken met moslims of liberalen. Aan de ene kant staan, aldus Brouwer, ds. W. Visscher uit Amersfoort en dr. G. van de Brink. Aan de andere kant klonk de stem van dr. B. J. Spruyt, die juist wilde samenwerken met de liberalen. Opvallend vindt Brouwer het dat zoveel mensen partij kozen. Hij citeert C.S. Lewis die ergens zegt dat het kwaad altijd in paren komt, zodat mensen vluchtend voor het ene kwaad bij het andere terecht komen. "Ik wijs samenwerking af, omdat dat gelijkwaardigheid van religies impliceert. De overeenkomsten zijn oppervlakkig en schijnbaar." Wel ziet hij in de politiek ruimte voor gelegenheidscoalities, "monsterverbonden", met moslims én liberalen. In de kerk daarentegen mag daarvan geen sprake zijn. "De kerk heeft een unieke boodschap. De islam moet geestelijk geïsoleerd worden door het evangelie."
Tijdens de forumdiscussie roept de stellingname van Brouwer veel vragen op. Op de vraag of het tegenhouden van moskeebouw ook onderdeel is van het isolement antwoordt hij dat hij daarin iedereen wil vrij laten. Hij zelf zou tegenstemmen. "Maar als je voorstemt, maak wel gewetensnood kenbaar." Hij benadrukt dat over deze zaken een mooi theoretisch verhaal gehouden kan worden, maar dat de praktijk weerbarstig is. "Wij kunnen nu nauwelijks nog kritiek leveren op vrijheid van godsdienst, nu SGP daar zo van afhankelijk is."
Aanknopingspunt
Veel vragen gaan over de manier waarop je met moslims in gesprek kunt gaan. Jeannet Rijnders, een oud-student die een vriendin heeft die moslim is, geeft praktisch advies: "Kijk niet naar die mensen alsof ze uit een andere wereld komen. Onder die hoofddoek zitten dezelfde mensen." Evangelist Commelin: "Als je in gesprek met moslims doorvraagt, vinden ook moslims zich zondig ten opzichte van Allah. Dat is een heel goed aanknopingspunt. En net als zij, geven wij ons niet gewonnen aan Christus. Wij proberen het ook zelf te redden, zelf rechtvaardig zijn voor God." Hij probeert ook angst voor de Bijbel weg te nemen door te wijzen op gemeenschappelijke boeken in Bijbel, hoewel die inhoudelijk natuurlijk veel van elkaar verschillen. Jeannet beaamt wat Commelin zegt, maar vindt het heel moeilijk om boodschap van verlossing aan moslims door te geven.
"Gaat het in de islam en het christendom dan over dezelfde God? ", vraagt een student. Commelin: "Ik heb nooit veel hoofdbrekens gehad over de vraag of het in de naamgeving gaat over dezelfde God. In Guinee wordt in bijbelvertalingen voor God het woord Allah gebruikt. Het echte beeld van God leren we door de Bijbel bij het licht van de Heilige Geest. En alleen door Jezus Christus is behoud mogelijk."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 2005
Daniel | 36 Pagina's