JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

"Niet desgenen die wil, noch  desgenen die loopt"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt"

6 minuten leestijd

Ik hoor het m'n vader nog zeggen. Thuis hadden wij - mijn vader, die ook predikant was, en ik - een stevig gesprek over de verkiezing. Het maakt allemaal toch niets uit wat je doet of niet doet, had ik gezegd. Mijn vader antwoordde: Mijn enige hoop voor jou, als je zo denkt en spreekt, is dat God een verkiezend God is, die zondaren zalig maakt." Ik weet haast wel zeker dat hij die avond voor ons worstelde aan de troon van Hem, Die Paulus de God der hoop noemt (Romeinen 15:13).

Was mijn vaders hoop een ijdeie uitdrukking? Een mooie wens? Het einde van een moeilijk gesprek? Nee, het was voor hem een gegronde hoop. Hoop op zijn God, Die hij had leren kennen en Die hij zo ruim en gunnend mocht preken.

Paulus schrijft in Kolossenzen 1:23 over de hoop van het evangelie. Wat wordt daar mee bedoelt? Laat ik het maar eenvoudig houden. Het evangelie spreekt van Gods initiatief om zondige mensen zalig te maken. Het evangelie openbaart een realiteit van zoekende en gevende genade, die wij als mensen nooit voor mogelijk zouden denken. Maar wij spreken de wijsheid Gods. bestaande in verborgenheid. die bedekt was. welke God tevoren verordineerd heeft tot onze heerlijkheid eer de wereld was; welke niemand van de oversten dezer wereld gekend heeft (...) Maar. gelijk geschreven is: etgeen het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien. die hem liefhebben (1 Korinthe 2:7-9).

In de Bijbel heeft God een boodschap gebracht die 'hoop-gevend' is. Hij is gekomen om zondaren te trekken; om ze gewillig te maken om naar Hem terug te keren. Hij heeft Zijn Zoon Jezus Christus gegeven als de Middelaar en als het verzoenoffer om volledige verzoening mogelijk te maken (2 Korinthe 5:18-21) Hij heeft Zijn Geest gegeven om intrek te nemen in zondige harten van jongens en meisjes en het totaal te vernieuwen. En dat heeft Hij heeft al lang voor de wereld bestond besloten (Efeze 1:4-5).

Hoop voor zondaren

Waar komt dat initiatief vandaan? Dat komt van God Zelf vandaan. Dat is Gods vrije genade. Je zou zeggen dat Paulus daar bijna over zingt: Want Hij zegt tot Mozes: Ik

zal mij ontfermen diens Ik mij ontferm, en zal barmhartig zijn dien Ik barmhartig ben. Zo is het dan niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods (Romeinen 9:16-17) Voel je aan wat een hoop er in die boodschap doorschittert: iemand van de gevallen mensheid wil noch kan naar God lopen, maar het is God Die naar zondige mensen 'loopt'. In de Engelse vertaling is dit Griekse woord vertaald met 'rennen'. Hij zoekt zondaren; Hij roept hen om terug te keren; Hij werkt krachtdadig zodat zondaren inderdaad terug keren. Denk maar aan de gelijkenis van de verloren zoon die terugkeerde van zijn zondig leven. In het Grieks staat er dat de vader 'rende' toen hij die zoon zag! Het Godsbeeld dat de Heere Jezus ons in die gelijkenis voorhoudt, moet ons bemoedigen om terug te keren naar Hem die we verlaten hebben. Het zou hoop moeten geven, dat Hij zo'n God van onmetelijke genade is.

Er is hoop voor zondige jongens en meisjes omdat Gods genade vrij is. Dat betekent dat Zijn genade niet onder de invloed staat van wat wij doen of deden of zijn. Dat zou er geen hoop zijn; mijn vader voelde dat ook aan toen wij dat gesprek hadden. Eerst begreep ik hem niet, maar later heb ik hem leren begrijpen. Als je jezelf ziet, in het licht van het Woord, dan blijft er geen hoop over in jezelf. Alles getuigt dan tegen ons. Toen begon het licht van de waarheid van God's verkiezing uit vrije genade als een zon te rijzen in mijn ziel.

Grote genade

Denk daarom niet dat in het Evangelie de deur op een kiertje wordt gezet! Nee, de deur staat wijd open, omdat onze God zo groot en vrij in genade is. Dat Hij Zich ontfermt over zondaren zonder dat zij dat verdienen is toch een bemoediging? Daar ligt een enorme en een gegronde hoop in! Er is meer hoop dat jij een brug naar de maan kan bouwen, dan

dat jij een weg terug naar God kan bouwen. Wij hebben alles vergooid en verknoeid; ja, erger: erzondigd! We verdienen niets meer. Om ons te hullen in zogenaamde goede werken is een hopeloze zaak zoals Adam en Eva dat ook direct aanvoelde toen God hen tegen kwam. Maar dan is daar het evangelie van hoop. God heeft een weg gebaand, waarin zondaren weer naar Hem mogen terugkeren. Luister naar wat Hij Zelf zegt tegen jou: e goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den HEERE, zo zal Hij Zich ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldig (Jesaja 55:7). Wat een gegronde hoop om de Heere te zoeken!

De verloren zoon verwachtte nooit wat hij ontving toen hij weer terug kwam. Zijn gedachten waren zeker niet als zijn vaders gedachten. Overigens: ees Jesaja 55 : 8-9 eens... Hij had een beetje hoop dat hij misschien nog knecht mocht worden, maar hij werd terug ontvangen met menigvuldige genade! Esther ging naar de koning Ahasvéros met een 'misschien zal hij zijn scepter uitstrekken, maar misschien ook niet'. Je kan het nooit zeker weten met zo'n mens. Maar wij worden niet geroepen om terug te keren naar een Ahasvéros, maar naar de God van grote genade, Die ons Zelf roept en zoekt om terug te keren.

Niet iedereen krijgt die boodschap te horen, maar als jij die boodschap mag horen, hoor je dan niet de klanken van hoop? Jij denkt misschien dat er voor jouw geen hoop is. Wie zegt dat? De duivel preekt daar graag over om ons tot 'wan-hoop' te brengen. Je eigen hart is misschien ook zo 'hope-loos' zondig en verkeerd; het wil niet anders denken en doen. En dan die heb je die 'uitverkiezing'. Dat maakt het zo hopeloos, want je kunt niets aan je zaligmaking doen? En als je er dan niet bij hoort, dan kom je er ook nooit... Zo redeneert ons verduisterd verstand. Het geloof echter eert de rede niet maar roept uit: k hoop op Zijn Woord (Psalm 1 30:5). God zorgt Zelf dat de Zijnen zalig worden.

Genade

Haal die vrouw even voor je gedachten die aan Jezus' voeten smeekte om genade (Mattheüs 1 5:21-28). Ze boorde het zelf uit de mond van de Heere: et is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen en den hondekens voor te werpen. Je zou toch alle hoop verliezen als je deze woorden zou horen, niet uit de mond van mensen maar uit de mond van de Heere Jezus Zelf. Maar zij boog dieper en klampte zich nog vaster in het geloof aan wat zij van Hem had gehoord. Hij zal de kinderen des nooddruftigen verlossen. Nooddruftig ... ja, dat was zij. Verlosser ... ja, dat was Hij! En tot Wien anders zullen we heengaan dan tot Hem, Die zondaren roepend zoekt?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 2005

Daniel | 36 Pagina's

"Niet desgenen die wil, noch  desgenen die loopt"

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 2005

Daniel | 36 Pagina's