Mag het iets minder?
Panel 15+@jbgg.nl
'Prikkel jezelf!', schreeuwt de reclame van Mazda op de achterkant van het magazine me onophoudelijk toe. Het gezinsblad ligt op z'n kop op tafel. En telkens als m'n oog erop valt, word ik geconfronteerd met de leus: 'Prikkel jezelf!'. Mijn auto heeft z'n beste tijd gehad. Eigenlijk ben ik wel toe aan een andere. Daarom heb ik de laatste tijd toch wat meer oog voor autoreclames. Maar omdat auto's me verder niet kunnen boeien, stel ik de beslissing uit. Opmerkingen uit m'n omgeving ten spijt, die me aansporen om toch eens naar een andere om te zien. Als ik rij, merk ik niet dat mijn rechtervoorwiel een wieldop mist en ook mijn beschadigde bumper en andere lakschades beïnvloeden het rijgedrag van mijn auto op geen enkele wijze. Wel maak ik me zorgen over tikkende geluiden onder de motorklep. Daarom moet ik ook niet te lang wachten. Want als ik ergens laat op de avond en ver van huis plotseling stil kom te staan, heb ik spijt dat ik niet wat meer interesse in auto's heb getoond. 'Prikkel jezelf!' De reclameslogan irriteert me. Kennelijk doe je jezelf te kort als je niet het nieuwste van het nieuwste hebt. Volgens het Mazda-concern is deze auto sneller, beter, mooier, nieuwer en prikkelender dan het vervoersmiddel dat ik nu bezit. Mazda probeert de consumptiedrift te stimuleren, want volgens Mazda is er méér. Ongetwijfeld, maar mag het ook iets minder?
Ons consumptiegedrag moet tot eer van God zijn. Consumeren is het gebruik van goederen om in de behoeften te voorzien. Daarom moet er gewerkt worden om in het levensonderhoud te voorzien. Velen verdienen en besteden meer dan voor de eerste levensbehoeften noodzakelijk is. De Bijbel leert hoe we met de verdiensten en het bezit dienen om te gaan. Wat meer verdiend wordt dan voor het levensonderhoud nodig is, mag geschonken worden aan de dienst des Heeren en mag gebruikt worden om 'aan de nooddruftigen mede te delen', zoals het huwelijksformulier zegt. Daarnaast mag het geld ook besteed worden om bijvoorbeeld op vakantie te gaan om uit te rusten van een jaar hard werken en zo tot bezinning te komen.
Het is een groot voorrecht als we in ons levensonderhoud kunnen voorzien, want miljoenen mensen leven onder de armoedegrens. Daarom is er alle reden om tevreden te zijn met hetgeen we hebben.
Agur vroeg aan de Heere: Armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood van het mij bescheiden deel, opdat ik zat zijnde, U dan niet verloochene, en zegge: Wie is de HEERE? Of dat ik verarmd zijnde, dan niet stele, en den Naam mijns Gods aantaste (Spreuken 30: 8,9).
Al ons bezit hebben we gekrégen en dient ertoe bij te dragen om de Heere te dienen, te vrezen en te eren. Veel jongeren vinden dat het verdiende geld vrij mag worden besteed. Natuurlijk zit daar een kern van waarheid in. Maar het geld dat iemand verdient, is geleend goed. En wat hebt gij, dat gij niet hebt ontvangen? En zo gij het ook ontvangen hebt, wat roemt gij alsof gij het niet ontvangen hadt? (1 Korinthe 4: 7).
De Bijbel spreekt daarom over rentmeesterschap. Over elke euro die ik ontvang moet ik eenmaal verantwoording afleggen omdat die euro ten diepste van God is. Mijne is het zilver en Mijne is het goud, spreekt de HEERE der heirscharen in Zijn Woord (Haggaï 2: 9). Het besef dat er verantwoording moet worden afgelegd over ons rentmeesterschap, hoort het consumptiegedrag te stempelen. Wat is de werkelijke reden om een nieuwe auto, mobiel, pc of kleding te kopen? Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods (1 Korinthe 10: 31).
Consumeren en hebzucht
Ons consumptiepatroon is door de zonde aangetast. Sinds de zondeval is het menselijk hart hebzuchtig en zelfzuchtig. Niet alleen het bevredigen van de basisbehoeften, maar ook heel andere motieven spelen een rol in het consumptiegedrag. Door de aankoop van goederen kunnen mensen zich van elkaar onderscheiden. Het bezit moet dan de status versterken. Daarnaast wordt door de consumptie de genotzucht en gemakszucht bevredigd. Ook kan het koopgedrag een doel op zich worden. Middagen worden besteed om te winkelen. Zelfs in de zomervakantie komen bekende modezaken naar campings toe waar veel reformatorische mensen zijn om hen te verleiden om kleding te kopen Ook veel reformatorische mensen consumeren om te consumeren.
Maar het bezit van de zaak blijkt vaak het einde van het vermaak. Steeds is weer een nieuwe kick nodig. Kopen om te kicken, lijkt het devies. De zomervakantie is nog niet ten einde of de wintersport is al geboekt. Het menselijk hart is zelfzuchtig en eerder geneigd om te zien op wat we niét hebben. Dat miljoenen het minder hebben wordt gemakkelijk vergeten. Met de boterhammen die jongeren dagelijks op scholen in prullenbakken gooien, zou in Roemenië een groot weeshuis gevoed kunnen worden. En ais het geweten het consumptiegedrag eens bekritiseert, dan wordt die stem gesust met een flinke gift in de collectezak.
Verborgen verleider
De reclame speelt handig in op de hebzucht en jaagt de consumptiedrift en bezitshonger aan. De reclame is een verborgen verleider die steeds probeert wijs te maken dat iemand zichzelf te kort doet als hij niet het nieuwste van het nieuwste heeft. Onophoudelijk probeert de reclame de kwade begeerten van het hart te prikkelen. Dagelijks maken vele reclame-uitingen duidelijk dat het sneller, beter, mooier, nieuwer en prikkelender kan en dat er meer is dan ik nu bezit.
Offeren
Het wordt tijd om te consuminderen. Consuminderen wil zeggen: bewust consumeren waarbij rekening wordt gehouden met wat de Bijbel over consumeren zegt. Van nature zijn we hartstochtelijk geboeid door geld en goed. Alleen hartvernieuwende genade kan het hart en leven veranderen. Als de Heere ons bekeert, verandert ook het consumptiepatroon. De vreze des Heeren leert consuminderen, waardoor we bij het consumeren oog krijgen voor soberheid, tevredenheid, matigheid, mededeelzaamheid, goedheid, vreemdelingschap en voor het milieu en de naaste. Het is een Bijbels principe om te delen met hen die het minder hebben. Dit principe van offers brengen geldt niet alleen hen die een vast inkomen hebben, maar ook studerende jongeren. Welk deel van wat verdiend wordt, gaat in de collectezak of welk deel van de tijd wordt besteed in dienst van de Heere of van de naaste? Daarnaast is het goed om te leren verantwoord met geld om te gaan en te sparen. Wie trouwplannen heeft of op zichzelf gaat wonen, weet hoeveel geld er nodig is om een huis in te richten. Dan is het fijn als je bewust met geld om kunt gaan en al jong hebt leren sparen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 2005
Daniel | 32 Pagina's