Verhool over de Tweede Wereldoorlog (slot)
Door de straten van Rotterdam holt een jongen. Het is najaar, 1940. Hij rent of z'n leven ervan afhangt. Het is Joost. Hij móét naar Karei. Gisteren hebben ze bericht van vader gekregen. Vader is al meer dan een jaar weg. En nu is er een brief gekomen waarin staat dat hij overmorgen naar huis komt! Het is haast niet te geloven. Hij kan het niet langer voor zichzelf houden. Hij wil weten of ze bij Karei thuis ook al iets hebben gehoord.
Hijgend en puffend staat hij even later drie hoog in de keuken bij z'n vriend. Wat een klim zeg, al die trappen! "Va-vader - komt - terug..." roept hij. Hij heeft haast geen adem meer.
"Jongen toch..., " zegt mevrouw Bosman ontdaan. "Je laat me schrikken. Maar wij hebben ook een brief gekregen. Hoe is het mogelijk. Vrijdag komt Karei z'n vader óók naar huis!"
Meteen vliegt de kamerdeur open. Karei duikt op z'n vriend af en samen springen ze door de kleine keuken. Ze zijn door het dolle heen. Vader komt thuis! "Jullie mogen het straks gelijk gaan vertellen bij de pastorie, jongens, " zegt moeder afs ze wat gekalmeerd zijn. "Wat zal de dominee blij en verwonderd zijn!" Even later rennen de twee jongens naar het Mijnsheerenplein om het goede nieuws te vertellen. "Wat fijn, jongens!", zegt mevrouw Lamain als ze hun verhaal hebben verteld.
"Ik zal het meteen aan mijn man doorgeven, hoor. Wacht, jullie krijgen nog iets mee voor thuis." Even later komt ze terug met twee halve broden. "Zo, jongens, " zegt ze glimlachend. "Dan heeft jullie moeder vast iets extra's als vader thuiskomt!" Dolgelukkig rennen de vrienden terug naar huis.
De woensdag daarop is het dankdag. En - ondanks het vele verdriet dat er heerst - is er ook reden tot dankbaarheid in de gemeente. Want vorige week zijn er weer zeven mannen thuisgekomen die vorig jaar november opgeroepen waren om mee te strijden tegen de vijand. Glunderend zit Karei tussen vader en moeder in de kerk. Hij heeft al twee keer achterom gekeken naar Joost. Z'n vriend treft het niet. Z'n twee jongere zusjes zitten ieder aan een kant van hun vader.
Het is vanmorgen wel erg moeilijk om te luisteren'. Hij kijkt nog eens naar het magere gezicht van vader. Hij is zo trots op hem. Vader heeft een groot litteken boven z'n wenkbrauw. Wat is dat nog goed afgelopen! Af en toe rolt er een traan over vaders wang. Dan slikt hij zelf ook vlug een brok weg. O, wat is hij blij dat vader weer thuis is!
Moeder geeft hem voorzichtig een duwtje. "Opletten, hoor, " fluistert ze zachtjes.
Het wordt muisstil in de kerk.
"Gemeente, " klinkt de stem van dominee Lamain, "ik denk nog vaak terug aan die nacht, dat de nood van deze jongens en mannen me op het hart werd gebonden. Ja, op dat moment mocht ik het zeker geloven dat de Heere voor hen zou zorgen. En de Heere hééft hen ondersteund in alle druk, strijd, moeite en bezwaren. De Heere heeft grote dingen gedaan. Niet één jongen of man uit ons midden heeft tot nu toe de dood gevonden op het slagveld. God heeft hen niet weggenomen. Zevenenzeventig zijn er nu terug, en ik kan niet geloven dat die twee mannen die er nog niet zijn, door de dood zijn weggerukt. De Heere heeft betoond een schuilplaats in gevaren te zijn. Dwars tegen alle influisteringen van de vorst der duisternis in heeft Hij betoond een Waarmaker te zijn van Zijn woord."
Vijf jaar later lopen twee jongens op zondagmorgen met elkaar mee uit de kerk. De oorlog is inmiddels voorbij. De kerk aan het Mijnsheerenplein is zojuist uitgegaan. Zoals altijd lopen Karei en Joost nog een eindje met elkaar mee naar huis.
Ze zijn diep onder de indruk. "Tjoh, " zucht Karei, "wat een wonder dat die jongens van bakker Vink en ouderling Bogerman toch weer thuisgekomen zijn uit Engeland. Nu zijn alle mannen terug!" "Inderdaad, " knikt Joost. "Herinner jij je nog dat dominee Lamain een keer zondags bij ons preekte toen hij al in Rijssen stond? Toen vertelde hij dat hij er nog zo vaak mee werd aangevallen dat niet alle mannen terug zouden komen. De duivel fluisterde hem steeds weer in: er zijn er wel zevenenzeventig terug, maar nu die twee nog..." "Dat jij dat nog weet, joh, " zegt Karei verrast. "Nou, ik heb daar nog heel vaak aan teruggedacht, " bekent Joost. "Daarom vond ik het ook zo indrukwekkend dat we vanmorgen moesten zingen:
"Uw macht is groot, Uw trouw zal nooit vergaan; Al wat Gij ooit beloofd hebt, zal bestaan."
"Ja, " zegt Karei zachtjes, "het is toch echt waar Joost: de Heere is een Waarmaker van Zijn woord!"
Dit verhaal is afkomstig uit het boek 'Beveiligd in de duist're nacht'. Het boek is voor € 12, 95 te koop bij de actiecommissie van de Geref. Gem. te Barendrecht, mw. Haaring, tel. (0180) 629788 of mw. Roukens, tel. (0180) 622447.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 september 2005
Daniel | 32 Pagina's