"In een hokje gestopt"
"Na 11 september 2001 ben ik zes maanden niet meer buiten geweest. Bang voor confrontaties. Ik ontweek alles, ging alleen naar school en weer terug. Toen ik jonger was, dacht ik dat ik een echte Nederlandse was. Voelde me Nederlands. Als ik in Turkije was, vroegen mensen wel een: 'Ben je Nederlands of Turks? ' Ik zei dan altijd dat ik Nederlands was. Tot ik op de havo kwam en Turkije met voetballen een keer verloor van Nederland. Toen kwam iedereen naar me toe: 'Jullie hebben verloren'. Ik zei: 'Nee hoor, gewonnen!' Het was voor het eerst dat ik besefte: ik kan wel heel erg mijn best doen, geloven dat ik Nederlands ben, maar ik word toch steeds in een hokje gestopt..." Aldus een Turks meisje van 19 jaar.
Buitenlanders worden vaak als 'anders' ervaren. Dat is nogal eens aanleiding voor allerlei grappen. Misschien wordt daar niets kwaads mee bedoeld, maar worden die grappen door 'buitenlandse' jongeren als kwetsend en bedreigend ervaren. Dat was in Bijbelse tijden niet anders. De Heere Jezus vraagt echter de ander lief te hebben. Hij legt in Lukas 10 met een gelijkenis uit, wat Hij daarmee bedoelt. Jezus vertelt het verhaal van de Samaritaan om duidelijk te maken wie 'de naaste' is. Joden gingen niet om met Samaritanen. Letterlijk staat in Johannes 4: Joden drinken niet uit dezelfde beker; om niet door 'halve heidenen' verontreinigd te worden. Jezus doorbreekt dit anti-denken met de gelijkenis van de Samaritaan die - verrassend en shockerend voor de eerste hoorders - barmhartig blijkt te zijn! Zo zet de Heere Jezus de dingen op zijn kop door de betekenis van het woord 'naaste' toe te spitsen op het onvoorwaardelijk liefhebben over barrières van cultuur, groep en geloof heen. Lees het verhaal maar eens. Als Jezus aan de wetgeleerde vraagt wie nou eigenlijk de naaste was van de man die
beroofd en neergeslagen was, krijgt Hij te horen: Die hem barmhartigheid bewezen heeft. De wetgeleerde kan zelfs het woord 'Samaritaan' niet over de lippen krijgen! Je zou hem kunnen vergelijken met Nederlanders, die het liefst zien dat alle buitenlanders vertrekken.
Achterlijk
Mensen trekken vaak grenzen en willen graag, net als de wetgeleerde, met sommigen wel omgaan en met anderen niet. Mensen willen daar zelf een keus in maken. Maar echte liefde is grenzeloos. Laten we proberen dicht bij 'die ander' te komen. Dan wordt ons duidelijk dat buitenlandse jongens en meisjes, ondanks allerlei verschillen, zijn zoals wij. Met dezelfde gevoelens van angst, verdriet, vreugde, eenzaamheid...
"Er wordt zoveel gezegd dat het aan de islam ligt. Of dat het aan koran ligt. 'Kijk maar, je kunt in de koran het bewijs vinden dat de islam niet deugt'. Of zoals een minister zei: 'Allochtonen hebben een laag incasseringsvermogen'. Daarmee zegt hij niet anders dan: 'Wij zijn tolerant, wij kunnen veel hebben'. Een ander zei dat moslims een achterlijke cultuur hebben; daar wilde hij niets anders mee zeggen dan: 'Wij zijn een moderne beschaving en zij moeten nog beschaafd worden'. Dat anders-zijn van mij zegt helemaal niets over mij! Het gaat helemaal niet over mij! Jullie willen jullie zelf definiëren en daarom hebben jullie mij nodig, " aldus een Turkse man.
Bij een onbekende voelen we ons niet op ons gemak. We weten niet hoe we moeten reageren op zijn vreemde gewoonten en handelingen. Zijn godsdienst, taal en gebaren, zijn eten en zelfs zijn geuren zijn anders. We voelen ons onzeker en weten niet wat er van ons verwacht wordt. Daarom blijven we, bewust of onbewust, uit de buurt van vreemdelingen.
Als we de ander niet daadwerkelijk ontmoeten, kennen we hem als 'die Marokkaan' van flat X. Als door een verrekijker bekijken we hem terwijl we op een afstand blijven. Of we zien hem door de bril van de media. Dat geeft meestal een vertekend beeld. De media halen bijna per definitie uitzonderlijke en negatieve gebeurtenissen voor het voetlicht.
Het beeld van die ander wordt bepaald door een pakket aan informatie dat op ons afkomt en in dat pakket zitten ook de pakkende beelden van moslimterroristen, schreeuwende Palestijnse jongeren en ontspoorde Marokkaanse jongeren in Nederland. Die beelden overheersen, helaas. Het is niet eenvoudig om deze spiraal te doorbreken. Toch mag van christelijke jongeren verwacht worden dat juist zij een andere weg gaan en bereid zijn tegen de stroom op te roeien.
Zendingsterrein
Daar is moed voor nodig! In Leviticus 19 wordt gesproken over het liefhebben van de vreemdeling. Dat is niet een 'happy-feeling'. Vreemdelingen zijn, net als Nederlanders, beslist niet altijd lievelingen. Maar de bijbelse liefde vraagt oog en hart te hebben voor de ander. Het is concreet de bereidheid met de ander om te gaan, een praatje te maken, wat te drinken, de ander een schouderklop geven, maar ook er op aanspreken er als verkeerde dingen worden gedaan. Kortom, de gulden regel: at doen wat ik zou willen dat de ander mij deed (Mattheüs 7:12). Dan is het zendingsterrein ook dicht bij.
En: bid voor de ander! Het zijn, net als jij en ik, mensen op weg naar de eeuwigheid. Als de ander bedreigend overkomt, is het goed dat in gebed bij God te brengen. Wie de ander durft te zien als het ware door de ogen van de Heere Jezus, leert van Hem en wordt bevrijd van angst. Soms is het bidden voor mensen en situaties zo voor de hand liggend, dat het vreemd genoeg wordt vergeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 2005
Daniel | 36 Pagina's