JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bijbelse toespraak Bondsdag +12

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijbelse toespraak Bondsdag +12

4 minuten leestijd

"Je kunt dingen in je leven doen die onherstelbaar zijn. Dingen waar je later enorme spijt van hebt, maar die je toch niet meer ongedaan kan maken. Dingen die alleen vergeven kunnen worden, maar waarvoor je je tot je dood zult blijven schamen. In de Bijbel kom je er voorbeelden van tegen. Denk maar aan David; de dood van Uria heeft hij nooit meer ongedaan kunnen maken. En Saulus, hoeveel christenen zijn er niet door zijn toedoen in de gevangenis terechtgekomen? Zij deden anderen kwaad, ze hebben er ook zichzelf kwaad mee gedaan."

"In een land ver van Israël loopt een man heen en weer. Rusteloos ijsbeert hij rond. Op zijn gezicht ligt een pijnlijke trek. Van tijd tot tijd wringt hij zijn handen ineen, lopen er tranen uit zijn ogen. 'Had ik maar nooit..., had ik maar nooit..., ' horen we hem kreunen. Niemand zou denken dat deze man een gevreesde en trotse koning is geweest. Toch was hij dat ooit wel.

Hij is opgegroeid in een koningsgezin. Zijn vader Hizkia was een vrome man. De hoogten en de bossen waar Juda de afgoden diende, heeft hij afgebroken, de afgodsbeelden verwoest. Hizkia wilde maar één ding: God dienen, samen met het koninkrijk van Juda.

De godsdienst van zijn vader heeft Manasse niet kunnen bekoren. Aan God had hij geen boodschap. Hij besefte niet dat God wel een boodschap aan hem had. Dag in dag uit klonk die boodschap in het gezin. Maar Manasse merkte er niet op.

En in plaats van het voorbeeld van zijn vader te volgen en het volk van Juda voor te leven in de dienst van de Heere, bouwt hij de hoogten op en voert hij de Baalsdienst, die zijn vader uitgeroeid heeft, weer in.

Hij komt van kwaad tot erger. God stuurt zijn profeten om hem te waarschuwen. Hij luistert niet. Vele profeten en godvrezende mensen laat hij doden. Hij bouwt in beide voorhoven van de tempel altaren om zon, maan en sterren te offeren en laat zelfs een afgodsbeeld in de tempel zetten. Zo tart hij God. Het komt zover met hem dat hij meerdere van zijn zonen offert aan de afgod Moloch.

Satan is een harde meester. Manasse holt de eeuwige ondergang tegemoet en het volk van Juda holt mee. Zij volgen hun vorst in zijn afgoderij. De Heere sprak wel tot Manasse en tot zijn volk, maar zij merkten daar niet op.

Als alle waarschuwingen en nodigingen niet helpen, stuurt de Heere de krijgsoversten van de koning van Assyrië. Juda

Bondsdag +12

wordt veroverd. Manasse wordt gevonden onder de doornen. De trotse koning is bang weggekropen. Geketend met twee koperen kettingen wordt hij naar Babel gebracht. Daar wordt hij in een kerker gegooid. Zijn laatste uur heeft geslagen. En dan...? Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God.

Op God hoeft hij niet meer te rekenen. Die heeft hij zo ontzaglijk getart en bespot. Die zal niets meer van hem willen weten. Afgrijzen vervult hem over de dingen die hij gedaan heeft. Zonden die niet goed te maken zijn; niet tegenover mensen en ook niet tegenover God. Ze kunnen alleen vergeven worden. Dan werpt hij zich plat op de grond en kruipt op zijn buik door het stof van de gevangenis. Hij bidt de God van zijn vader aan.

En wonder boven wonder, God laat zich verbidden. Manasse ervaart dat God goedertieren is, dat Hij menigvuldig vergeeft. God vergeeft hem volkomen en zorgt er voor dat hij teruggaat naar Jeruzalem. Daar probeert hij het kwaad dat hij aangericht had te herstellen. Net als zijn vader Hizkia breekt hij de bossen nu af, de afgodenaltaren verwoest hij en hij houdt het volk voor dat zij de Heere de God van Israël moeten dienen. Overal waar Manasse komt, vindt hij de sporen terug van zijn vroegere afgoderij. Het heeft hem vervuld met verdriet en met schaamte.

In het gezin waarin jij opgroeit, wordt hopelijk ook ernst gemaakt met de dienst van de Heere, Misschien heb je een bekeerde moeder, vader, broer of zus. Er wordt dagelijks uit de bijbel gelezen. Zijn die woorden, woorden van God, al gaan leven? Heb jij God al leren kennen? Merk je er op als Hij spreekt? Als je Hem nog niet kent, loop je het gevaar dat de Satan zijn greep op jou verstevigt en je voort laat hollen, je ondergang tegemoet. Zoek de Heere en leef.

Misschien heb je vrienden, die al van het goede spoor afgegaan zijn. Misschien heb je zelf al wel andere wegen gekozen. Die steeds verder van God afraken. Nauwelijks meer in de kerk komen, onbereikbaar lijken voor het Woord van God. Toch is het nooit hopeloos. God kan de grootste van de zondaren bekeren. Het is Jezus verweten: Hij ontvangt de zondaren en eet met hen. Zijn vijanden hebben dat van Hem gezegd. Een onbegrijpelijke eigenschap van Jezus: Hij vergeeft en vergeet. Al waren je zonden als scharlaken, ik zal ze maken als witte wol."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juni 2005

Daniel | 36 Pagina's

Bijbelse toespraak Bondsdag +12

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 juni 2005

Daniel | 36 Pagina's