God wil het?
"Wij aanbidden de rechtvaardige oordelen Gods, die ons verborgen zijn"
Aangespoord door de leus 'God wil het!' vertrokken bijna duizend jaar geleden de kruisvaarders naar het Heilige Land om daar de mohammedanen te verdrijven. In de vaste overtuiging Gods wil uit te voeren, vonden velen de dood. De kruistochten gingen gepaard met veel geweld. Niet alleen tegen mohammedanen, maar ook tegen Joden en boeren. Velen vochten voor eigen eer en voordeel en camoufleerden dit met een beroep op de wil van God. Niet alleen vroeger, maar zeker ook vandaag is een bezinning op het onderwerp van Gods wil nodig.
"Wij aanbidden de rechtvaardige oordelen die ons verborgen zijn" Gods,
Terwijl de kruisvaarders van vroeger de wil van God inzetten om hun daden te rechtvaardigen, willen mensen nu vaak niets meer weten van de hand van God in de geschiedenis. Na de grote catastrofen van de afgelopen eeuw, zoals de miljoenen vermoorde Joden in de Tweede Wereldoorlog en de ellende ten gevolge van hongersnood en ziekten in Afrika, wijzen velen de belijdenis van de onderhouding en regering van God resoluut van de hand.
De Schotse predikant J. MacLeod kreeg een paar maanden geleden nog een storm van kritiek te verwerken toen hij wees op het verband tussen de tsunami en het straffende handelen van God. In zijn visie strafte God de slachtoffers van de tsunami niet omdat zij grotere zondaars waren dan anderen, maar omdat Hij dat zo besloten had. Ds. Macleod verzette zich hiermee tegen de heersende opvattingen dat Gods hand in de tsunami afwezig was en dat er slechts sprake zou 'zijn van een puur natuurkundig verschijnsel. Terecht werpt hij de indringende vraag op of God wel zou weten van een musje dat van het dak valt, maar niet van deze tsunami.
Job en Asaf
In het Reformatorisch Dagblad van 8 januari 2005 wijzen een drietal emerituspredikanten op het verband tussen de tsunami en de wederkomst. In deze ramp zijn de tekenen der tijden waar te nemen, die ons de klemmende vraag stellen of wij bereid zijn.
De drie emeriti zijn het er verder over eens dat deze ramp niet los mag worden gezien van de Heere, hoe voorzichtig wij ook moeten zijn met het benoemen van concrete verbanden. De HeereJezus heeft Zijn discipelen immers geleerd dat noch de blindgeborene, noch zijn ouders speciale zonden begaan hadden, maar dat blindheid zijn deel was opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden. Temidden van deze indringende wereldvraagstukken komt de vraag op ons af wat wij geloven van de regering van de Heere. In artikel 1 3 van de Nederlandse geloofsbelijdenis formuleert Guido de Brés de regering van God als volgt: "Wij geloven dat die goede God, nadat Hij alle dingen geschapen had, deze niet heeft laten varen, noch aan het geval of de fortuin heeft
overgegeven, maar ze naar Zijn heilige wil alzo stuurt en regeert, dat in deze wereld niets geschiedt zonder Zijn ordinantie; hoewel nochtans God noch auteur is, noch schuld heeft van de zonde, die er geschiedt". Hoe aangrijpend de problemen in onze tijd ook zijn, toch moeten wij ons realiseren dat de vragen naar de wijze waarop God deze wereld en ons persoonlijk leven leidt niet nieuw zijn. In de Bijbel zijn vele voorbeelden te vinden van mensen die worstelden met waaromvragen. Mannen als Job en Asaf hebben getobd met Gods leiding in hun leven, maar mochten rust vinden in de belijdenis van Gods vaderlijke regering. Het is daarom
Het is daarom heel belangrijk om bij het zoeken naar antwoorden over de wil van God en Zijn regering, te luisteren naar de Heilige Schrift. Het eerste dat daarbij opvalt, is het feit dat de levensgeschiedenissen van de gelovigen in Oude en Nieuwe Testament de vaderlijke zorg en leiding van de Heere vertonen. Juist ook in de dagen rond de geboorte van de Heere Jezus laat de evangelieschrijver Lukas duidelijk zien dat God zelfs keizers inzet om zijn raadsplannen te volvoeren.
Twee rails
Vervolgens is het nodig het onderwijs van de Heere Jezus ter harte te nemen. In Lukas 1 3 de eerste vijf verzen geeft Christus onderwijs aan het volk naar aanleiding van de dood van de Galileeërs, welker bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had. Jezus wijst het volk op het grote gevaar een te specifiek verband te leggen tussen Gods oordelen en concrete zonden. Om mogelijke twijfelaars te overtuigen, geeft de Heere Jezus een tweede voorbeeld. Hij verwijst naar een andere actuele gebeurtenis, namelijk de dood van achttien Joden in Jeruzalem. Deze achttien werden bedolven onder de instortende toren van Siloam en lieten het leven. Christus wijst Zijn gehoor op bekering in plaats van speculatie, als Hij zegt: Maar indien gij u niet bekeerd, zo zult gij allen desgelijks vergaan.
De hand van God in de geschiedenis en het persoonlijk leven is dus een voluit Bijbels gegeven, dat ook door de schrijvers van onze belijdenisgeschriften wordt erkend. Dat hiertegen veel verzet bestaat, doet aan deze aanwezigheid van God niets af. Bovendien maken ongelovigen in en buiten de kerk twee fouten. In de eerste plaats is het geheim van Gods voorzienigheid een geloofsartikel, dat niet met het verstand maar in het geloof aanvaard kan worden. Daarnaast is het onterecht om Gods zegeningen zonder enige erkenning en dankbaarheid aan de Heere te incasseren, terwijl men bij tegenspoed al snel de vuist naar God opheft en Hem ter verantwoording wil roepen.
Het is nodig met twee woorden te spreken als het gaat om de wil van God. Enerzijds gaat er niets buiten Gods regering om, terwijl anderzijds de goddelozen zelf verantwoordelijk zijn voor hun daden. Dit is duidelijk te zien in de geschiedenissen van Farao en het volk van Israël. Enerzijds verstokte de Heere het hart van Farao, terwijl er op andere plaatsen in Exodus gesproken wordt over het feit dat Farao zich verhardde. Er zijn hier twee rails die parallel lopen. Wie die bij elkaar wil brengen, laat de trein ontsporen.
Het menselijk verstand is te klein om God na te rekenen. Zijn gedachten zijn hoger dan die van mensen. Het is een onuitsprekelijke troost om temidden van deze indringende vragen rust te vinden in het tweede gedeelte van artikel 1 3. Guido de Brés schrijft daar: "En aangaande Hij doet boven het begrip van het menselijk verstand, datzelve willen wij niet nieuwsgierig onderzoeken, meer dan ons begrip verdragen kan, maar wij aanbidden met alle ootmoedigheid en eerbied de rechtvaardige oordelen Gods, die ons verborgen zijn; ons tevreden houdende dan wij leerjongeren van Christus zijn, om alleen te leren hetgeen Hij ons aanwijst in Zijn Woord, zonder deze palen te overtreden."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 2005
Daniel | 36 Pagina's