JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bevrijd na vijf jaar terreur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bevrijd na vijf jaar terreur

"Toen de nood op het hoogst was, was de redding nabij"

9 minuten leestijd

Op 5 mei is het 60 jaar geleden dat Nederland van de Duitse bezetting werd bevrijd. Dat wordt op grootse wijze herdacht, ook omdat het waarschijnlijk de laatste keer is dat een groot aantal veteranen - ze zijn inmiddels stokoud - de herdenkingsplechtigheden kan bijwonen. Tijdens een dankstond na de bevrijding zei ds. W.C. Lamain: "Ruim vier miljoen mensen stonden voor de poorten van de dood. Smekingen en gebeden werden er tot de God der vaderen opgezonden en zie, nog op het onverwachtst gaf God uitkomst."

Tientallen kilometers had de vader uit Rotterdam nog voor de boeg. Net buiten de stad was alles al afgestroopt; daar was nauwelijks eten meer te krijgen. Daarvoor moest hij veel verder, naar Brabant. Dagenlang was hij al op pad om wat eten te verzamelen voor zijn vrouw en kinderen in de grote stad, waar zoveel honger werd geleden. Nu was hij weer op weg naar huis. Hij trok een karretje met kostbaar voedsel mee. Op de Moerdijkbrug hielden controleurs hem aan. Tijdens die laatste oorlogswinter (1944-1945) moesten steeds meer mannen in de leeftijdsgroep 17-40 jaar voor de Duitsers werken. Wie dat niet wilde, moest zich schuilhouden.

De vader uit Rotterdam was 42 jaar. Hij kon dus veilig de weg op. Maar de Duitsers op de Moerdijkbrug dachten er anders over. De maximumleeftijd voor tewerkstelling is 45 jaar, zeiden ze tot zijn grote schrik. Wat nu? In zijn hart ging een gebed op. "Ik heb een vrouw en tien kinderen thuis met vreselijke honger", zei hij. Het vermurwde de Duitsers. "Laufen!" commandeerden ze. Dat hoefden ze geen twee keer te zeggen. Dankbaar vervolgde de vader zijn weg, mét het kostbare eten.

 

'Opgebracht'

Ook in Amsterdam werd honger geleden. De leden van de Gereformeerde Gemeente van Amsterdam-Centrum gingen op voedsel uit. In de zustergemeente van Westzaan kregen ze melkbussen vol erwtensoep. Er was echter een obstakel: het IJ. Daar waren ponten aan elkaar gekoppeld, zodat ze samen een loopbrug vormden. Bij deze nauwe doorgang stonden controleurs klaar om het eten in beslag te nemen. Hoe moesten de Amsterdammers naar de overkant komen zonder dat ze hun kostbare lading kwijtraakten?

Ze vonden er wat op. Twee gemeenteleden waren politieagent. Zij trokken hun uniform aan. De ene agent liep met een streng gezicht voor de stoet uit, de ander sloot de rij. Daartussen liepen de andere voedselhalers. Het leek alsof ze opgebracht werden. Daardoor keken de controleurs bij de loopbrug niet in de bak van hun fiets, waar de melkbussen verborgen waren. Ongestoord bereikten de mannen hun bestemming.

's Zondags werd van de kansel afgekondigd dat alle gezinnen de volgende dag een pannetje soep konden komen halen. Zo hielpen de gemeenten elkaar. De gevers hadden het zelf ook niet breed, maar ze zagen dat de nood bij de anderen nog groter was.

 

Naar en grauw

De oorlogsjaren vormen een onvergetelijke periode voor degenen die ze hebben meegemaakt. Groot is het leed dat werd aangericht. Oorlogsboeken laten soms alleen de mooie, spannende kant van de bezettingstijd zien. In werkelijkheid waren het voor veel mensen nare, grauwe jaren.

Wat is er veel verwoest en wat zijn er veel mensen om het leven gekomen! Anderen moesten hun huis maanden, soms jaren achterlaten en hun voeten bij vreemden onder de tafel steken. Sommige kerkelijke gemeenten lagen daardoor helemaal uit elkaar.

Veel jonge mannen werden opgepakt tijdens razzia's. Anderen leefden als onderduiker voortdurend in angst voor ontdekking.

 

Niet in hun schulp

Bidden voor de Koningin of voor een geallieerde overwinning was streng verboden. Meerdere predikanten werden door de Duitsers onderhanden genomen over uitlatingen die ze op de preekstoel hadden gedaan. Als de overheid zich met de kerk of het bijzonder onderwijs gaat bemoeien, leidt dat tot onvrijheid, tot het opleggen van denkbeelden aan anderen. Dat bleek tijdens de oorlog en dat geldt ook nu. Maar de kerken kropen niet in hun schulp. Ze stuurden Seyss-lnquart, die Nederland namens Hitier regeerde, meermalen een gepeperde brief. De kerken protesteerden tegen "het ten doode vervolgen van Joodsche medeburgers" en tegen "het opjagen, grijpen en wegvoeren van duizenden jonge menschen". Ze wonden er geen doekjes om: "Wij koesteren geen illusies. Wij beseffen zeer wel, dat wij ternauwernood van Uwe Excellentie kunnen verwachten, dat zij acht zal slaan op de stem van de Kerk, dat is de stem van het Evangelie, die is de stem van God. Maar (•••) de levende God bezit de macht Uwer Excellentie's hart te bekeeren en te veranderen."

 

Verlossing

Hoe langer Nederland bezet was, hoe dieper de bezetting ingreep in het dagelijks leven. "Toen de nood op het hoogst was, was de redding nabij", zei ds. Lamain. "Enkele gedeelten van ons vaderland waren reeds korter of langer tijd bevrijd, maar de algehele verlossing kwam zaterdagmorgen 5 mei 1945. Vrijdagavond 4 mei werd het bekend, dat de volgende morgen de Duitse Wehrmacht haar wapens zou strekken. Het was een onvergetelijk moment. Wat een ontroering greep ons gehele volk aan. God was opgestaan tot de strijd. Hij had het voor Nederland opgenomen. En nu wordt allerwege in den lande die bevrijding herdacht. O, dat het niet zij een herdenken in de uitspattingen der zonde, maar in het ootmoedig erkennen van de grote goedertierenheden Gods."

 


De Gereformeerde Gemeenten in oorlogstijd

Op deze pagina's staan slechts enkele van de vele voorvallen die beschreven zijn in het boek Mijn Toevlucht en mijn hoog Vertrek - De Gereformeerde Gemeenten in oorlogstijd. Het verscheen deze maand bij uitgeverij Gebr. Koster in Barneveld. Het boek telt 280 pagina's en kost 19,90 euro.

De bezettingstijd trok diepe sporen, ook in het kerkelijk leven. In dit boek zijn veel gegevens daarover, uit het hele land, bijeengebracht. Het verloop van de oorlog wordt van stap tot stap gevolgd, met daaraan gekoppeld steeds gebeurtenissen die rond die tijd in de Gereformeerde Gemeenten plaatshadden. Tal van verhalen, brieven en foto's worden voor het eerst in boekvorm gepubliceerd. De oorlog vormde ook het begin van een periode van onrust in het kerkverband. Omdat daarover vorig jaar een boek verscheen, worden deze gebeurtenissen in Mijn Toevlucht en mijn hoog Vertrek slechts kort aangestipt, met een kleine aanvulling uit teruggevonden notulen.

De schrijver van dit boek kent de oorlog zoals veel mensen die kennen: uit de verhalen van zijn (groot)ouders. Zijn ene grootvader diende in de meidagen van 1940 in het leger, de andere werd op de bevrijdingsdag bijna doodgeschoten. Twee keer moesten zijn grootouders uit Wageningen wegvluchten omdat het oorlogsgeweld te dichtbij kwam. Twee keer was hun huis helemaal leeggeroofd toen ze terugkwamen...

Zo heeft iedereen die de oorlog meemaakte, zijn eigen verhaal. Een aantal van die verhalen staat in dit boek. Het beschrijft vooral hoe de oorlog het dagelijks leven en het kerkelijk werk beïnvloedde. Bij oudere mensen staat het in het geheugen gegrift, maar hun kleinkinderen hebben soms geen idee van wat zich tijdens de oorlog heeft afgespeeld.

Er waren mensen die konden vertellen hoe kennelijk de Heere hielp en in grote nood uitkomst gaf. Deze herdenkingsuitgave wil wijzen op Gods grote daden. De Heere zond de tuchtroede over Nederland. Hij verloste echter ook van het juk van de bezetter, en dat was het Nederlandse volk niet waard. Het is goed dat Gods bemoeienissen en bemoedigingen niet vergeten worden.


Bommen op het Bezuidenhout

Op 3 maart 1945 kwam een groot aantal bommen van de geallieerden niet op een militaire installatie van de Duitsers in Den Haag terecht, maar op de woonwijk Bezuidenhout, er pal naast. Door deze fout kwamen meer dan 500 burgers om, ruim 400 werden er vermist, van wie velen nooit werden teruggevonden, en meer dan 200 mensen raakten ernstig gewond. Ongeveer 30.000 Hagenaars waren opeens dakloos.

De Engelse premier Winston Churchill veegde zijn luchtmacht de mantel uit: "In de eerste plaats laat het zien, hoe zwak onze pogingen zijn geweest om de raketten (van de Duitsers, LV) te bestrijden. Ten tweede het buitengewoon slecht mikken op de doelen, die tot deze slachting van Nederlanders heeft geleid."

Voorzover bekend kwam één lid van de Gereformeerde Gemeenten bij het bombardement om het leven: een meisje uit Goudswaard, dat bij een echtpaar in de hofstad in de huishouding werkte. Vanuit Den Haag schreef ds. P. Honkoop sr. aan de bedroefde ouders:

"De boodschap door één der knechten meegegeven, zal u zeker wel ontvangen hebben, u officieel mededeeling doende van den toestand der zaken. Ik heb tot nu toe er mede gewacht, in de hoop dat Nel Klein met haar Mijnheer en Mevrouw in het een of ander ziekenhuis mocht gevonden worden. Hiermede kan ik u, tot mijn spijt en leedwezen, niet troosten. Ik zal trachten de zaak eerlijk mede te deelen. Zaterdagmorgen is Den Haag verschrikkelijk gebombardeerd en voornamelijk het Bezuidenhout. Om kwart voor acht des morgens was 't dienstmeisje van Krijgsman bij hun in huis. Nauwelijks had zij het huis van Mevr. Arends verlaten of een zwaar bombardement barstte los boven hen, waarvan één der eerste bommen op het huis van Mevr. Arends terechtkwam. Door deze voltreffer van zwaar caliber stortte hun huis met een naburig geheel in elkaar of uit elkaar geslagen. Kort daarop stond de geheele boel in brand, en zijn zeker Nel en Mevrouw en Jan geheel vermorzeld. Al de ziekenhuizen zijn we afgegaan, maar nergens eenig spoor van hen te vinden, ook op de doodenlijst van vele honderden komt zij niet voor. Het staat dus vrij vast, dat ze alledrie onder het puin bedolven zijn. Ze zijn daar thans aan het opruimen, maar tot nu toe weinig resultaat. (...)

Mijn boodschap is hard, de toestand verschrikkelijk voor het ouderlijk hart en hartverscheurend en voor ons smartelijk. En voor Nel, ik geloof dat dit de weg was tot haar eeuwige verlossing. Ik schrijf dit niet om u honig om den mond te smeren: maar het is mijn vaste overtuiging dat de wortel der zaak bij haar gevonden werd, wat ik Zondag openlijk in de kerk gezegd heb. (...) Haar leven was in Christus; aan eigenschappen en kenmerken ontbrak het haar niet. (...) Het lijdt bij mij geen twijfel of Nel is naar Huis. Ik weet, dat dit uw leed niet weg kan nemen, maar wel lenigen. O, wat zoudt gij gelukkig zijn, wanneer het zoete kruishout van Christus in het bittere van Mara mocht geworpen worden; gij zoudt met David mogen uitroepen: "Ik ben verstomd, ik zal mijnen mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan". (...) Het is waar, het druischt alle dagen tegen ons vleesch, verstand en bestaan in; maar het is ook waar dat God niet in de war kan zijn, noch kwaad kan doen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 2005

Daniel | 36 Pagina's

Bevrijd na vijf jaar terreur

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 april 2005

Daniel | 36 Pagina's