’Alcoholvrije zone’ in Ugchelen
De Wending werkt aan leven zonder drank
Hier moet het zijn. Dat kan niet missen gezien het bord 'Alcoholvrije zone' bij de ingang van het bospad. Even verder staat een soort landhuis met daarachter een grote schuur, een kas en een grote fietsenstalling. Verder nog wat andere gebouwen, een woonhuis en een portocabin. Daar zal ik me wel moeten melden. Als ik uitstap, hoor ik een koe loeien. Een beetje vreemd zo midden in het bos. Mooi terrein trouwens, groot en prachtig gelegen. Een veilige plek verscholen in een bosrijke omgeving, een eindje van de bewoonde wereld vandaan. Hier kun je in alle rust werken aan de wending in je leven.
Binnen word ik ontvangen door de heer Bouke Sijtsma, medewerker Dienstverlening & Communicatie van onder andere Ontwenningscentrum De Wending. Hij vertelt: "Zo'n dertig jaar geleden werd Ontwenningscentrum De Wending opgezet door majoor Boppema, op initiatief van het Leger des Heils. De eerste bewoners hebben nog meegewerkt aan de bouw van de huizen op het terrein. Men had veel te maken met mensen die zich aan de rand van de samenleving bevonden. Alcoholisme was het meest voorkomende probleem, daarom heeft men zich vooral hierop gericht bij het opzetten van De Wending. Even ter vergelijking: Nederland telt 800.000 alcoholverslaafden en 27.000 drugsverslaafden. Van die 800.000 alcoholverslaafden wordt maar vijf procent bereikt, terwijl dat percentage voor drugsverslaafden op meer dan tachtig procent ligt."
Vanwaar dat verschll?
"Alcoholgebruik isbreder geaccepteerd en verslaving is moeilijker te traceren. Meestal duurt het ongeveer tien jaar voordat misbruik wordt ontdekt. Bij drugsverslaving is dat drie jaar. Bovendien is alcoholgebruik legaal en veroorzaken verslaafden veel minder overlast dan drugsverslaafden. Het is ook een heel ander soort mensen. Waar een drugsverslaafde zich over het algemeen afzet tegen de maatschappij, wil een alcoholist er juist bijhoren, alleen lukt hem dat niet. Vaak drinkt hij om contacten te kunnen leggen in de hoop dat hij dan vrijmoediger is."
Alles op de kop
In de Wending worden zo'n twintig mensen begeleid. Tachtig procent van hen is alcoholverslaafde, de overige twintig procent drugsverslaafde. Beide groepen volgen hetzelfde programma waarvan de eerste fase ongeveer vijf maanden duurt. De meeste cliënten zijn rond de dertig tot vijftig jaar oud. Een enkeling is wat jonger.
Wie komen er in aanmerking voor opname in De Wending?
"Wij kiezen voor de groep mensen met een lange verslavingsgeschiedenis van overmatig, dwangmatig en niet meer in de hand te houden alcoholgebruik, die al veel mislukte pogingen om van hun probleem af te komen achter de rug hebben. Het zijn mensen bij wie alles op de kop staat en die niet meer normaal kunnen functioneren in de maatschappij. Velen kampen ook met financiële en justitiële problemen."
In tegenstelling tot veel andere klinieken die zich richten op ontwenning, probeert men in De Wending een familiegemeenschap na te bootsen. De cliënten eten en werken samen en krijgen een 24-uurs programma aangeboden waarin 'met hen geleefd wordt'. Op die manier ontstaat er een plek waar ze zich thuis kunnen
voelen, hun fouten kunnen toegeven en kunnen groeien. Ze worden geaccepteerd zoals ze zijn; een belangrijk iets in het proces naar een leven zonder verslaving.
Ook is De Wending een christelijke instelling die vanuit evangelisch perspectief hulp probeert te bieden. In principe wordt iedereen opgenomen, ongeacht sociale en kerkelijke achtergrond. "Het geloof wordt niet opgedrongen, wel verwachten we respect voor onze levensovertuiging."
Écht willen
Cliënten ko.men op diverse manieren binnen bij De Wending. Een groot gedeelte wordt doorverwezen, een aantal komt op eigen verzoek en er is een gedeelte dat via justitie bij het ontwenningscentrum terecht komt. Voor allen geldt dat ze eerst een intakegesprek hebben met een psycholoog. Hierin wordt het hele leven doorgesproken. Komt iemand in aanmerking voor opname dan wordt hij op de wachtlijst geplaatst. Doorgaans bedraagt de wachttijd drie tot vier maanden.
Is dat niet veel te lang en demotiverend voor iemand die zo'n groot probleem heeft?
"Er is inderdaad een percentage dat hierdoor afhaakt. De mensen die écht van hun probleem afwillen, blijven echter wel over. Om hen te stimuleren vol te houden zijn ze verplicht iedere vrijdag contact op te nemen of er al een plaats beschikbaar is."
Rood en blauw
Is iemand eenmaal binnen, dan start de eerste fase van het ontwenningstraject. De bewoner ontvangt een rode kaart: zonder begeleiding mag hij niet van het terrein af. De eerste maand houdt hij zich, samen met zijn mentor, vooral bezig met het vastleggen van zijn problemen, de doelen die hij de komende periode wil behalen en de wijze waarop hij die wil realiseren. Na een maand moet hij deze aan zijn medebewoners voorleggen, waarna hij er de resterende drie a vier maanden mee aan het werk gaat. Hij ontvangt nu ook een blauwe kaart: weekendverlof. Blijkt na terugkomst dat er tijdens het weekend toch is gedronken, dan volgt opnieuw de rode kaart.
Gebeurt het vaak dat er toch weer naar de alcohol gegrepen wordt?
"Het komt wel eens voor, ja. Er volgen dan altijd een gesprek en speciale begeleiding aan de hand van het 'terugvalprotocol'. Het komt niet vaak voor dat er op het terrein wordt gedronken. Men kiest er uiteindelijk zelf voor geen alcohol meer te drinken. We zeggen altijd: 'Je zit hier voor jezelf. Als jij stiekem drinkt, heb je alleen jezelf ermee, niet ons'. Voor de groep is zoiets ook erg vervelend. Zij voelen zich beetgenomen en vragen zich af hoe zij ermee om moeten gaan."
Structuur
Het herstel van de dagstructuur is van groot belang voor de cliënten. Daarom wordt een vast programma geboden. De meeste middagen worden besteed aan diverse therapiën: groepsgesprekken, relatiegesprekken (met familieleden, etc. om te werken aan het herstel van de banden), creatieve therapie, fitness, overleg met de mentor, en dergelijke. De ochtenden worden besteed aan arbeidstherapie: de verzorging van het vee (aha, vandaar die loeiende koe), onderhoud van het terrein, de groentetuin of kas, koken, de huishouding en hout zagen.
" Het werk zorgt voor afleiding; de hele dag is men in de weer. Dat geeft het leven samenhang en tegelijkertijd leert men weer verantwoordelijkheid nemen en wennen aan de dagelijkse routine. Bovendien worden zodoende vaardigheden aangeleerd die nodig zijn om straks weer zelfstandig te kunnen functioneren."
Afbouw
Na een aantal maanden kan men naar huis of treedt de tweede fase in: een woon-werk training in huize Vita Nuova in Beekbergen, dat plaats biedt aan dertien personen. Een jaar lang wordt hier gewerkt aan het zelfstandig leren leven. De bewoners worden geholpen bij het zoeken van een betaalde baan, vrijwilligerswerk of andere zinvolle tijdsbesteding. Verder ligt de nadruk op het herstellen of opbouwen van relaties. Er blijven gesprekken plaatsvinden met de begeleider en men mag langere weekenden naar huis. Vervolgens is er nog de derde fase in de vorm van begeleid zelfstandig wonen. Een lang en moeilijk proces dat al met al zo'n drie jaar kan duren, maar de moeite waard is. Zoals een oud-bewoner verwoordde: "Ik heb nu een eigen plekje gevonden. Ik ben geen leeg mens meer, maar een man met toekomst."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 2005
Daniel | 32 Pagina's