JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Barmhartigheid bewijzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Barmhartigheid bewijzen

4 minuten leestijd

Voor de Gereformeerde Gemeenten vormden de jaren dertig van de vorige eeuw een bloeiperiode. Ons jonge kerkverband trok veel nieuwe leden. Vooral in Zuid-Holland, vooral vanuit de Nederlandse Hervormde Kerk.

Maar ook uit andere kerken kwamen mensen over. Zo groeide het totaal van de Gereformeerde Gemeenten van 42.000 naar 57.000 leden. Bovendien kwam, tot verheuging van de bouwers en verbazing der beschouwers, de honderdste gemeente in zicht.

Vanwaar die werfkracht? In zijn pas verschenen boek Om het behoud van een kerk wijst ds. M. Golverdingen drie oorzaken aan. Allereerst heeft volgens hem de "gunnende, schriftuurlijk-bevindelijke prediking" velen aangesproken. In de tweede plaats ging er iets uit van "de praktijk van de vroomheid in de gemeenten." Een derde factor was volgens de Boskoopse predikant de "hartelijke wijze" waarop de gemeenten invulling gaven aan hun diaconale taak. En dat in een periode van schrijnende armoede, die het gevolg was van de ernstige economische problemen waarmee heel West-Europa kampte.

Mooi om zoiets te lezen. Het wekt ook de vraag waaraan de Gereformeerde Gemeenten vandaag de dag werfkracht ontlenen. Is de prediking even gunnend en even schriftuurlijk-bevindelijk als in de jaren dertig? Daarop moeten predikanten en theologen het antwoord maar geven. En over die "praktijk van de vroomheid" moet je voor jezelf maar eens goed nadenken. In dit stukje wil ik de vinger leggen bij de werfkracht van onze daden. Bij onze barmhartigheid. Staan we nog steeds bekend om de zorg voor elkaar en voor onze nabije naasten?

Ja maar, zul je zeggen, de beginjaren van de eenentwintigste eeuw zijn toch absoluut niet te vergelijken met de jaren dertig van de twintigste? Dat is waar. Het economisch tij is even wat minder geweest, maar ons welvaartspeil is desondanks ongekend. Wie niet illegaal of verslaafd is, hoeft door alle sociale voorzieningen niet tot de bedelstaf te vervallen. Je kunt in dat opzicht zelfs de vraag stellen of je er wel goed aan doet een bedelaar geld te geven. Mijn oom bracht ooit een brood, maar dat bleek toen plots niet de bedoeling te zijn.

Eenzaamheid

Toch moeten we ons er niet te snel van af maken. Laten we wel beseffen dat diaconieën nog steeds personen en gezinnen tegenkomen die door ernstige omstandigheden ook vandaag nog hard hulp nodig hebben. In steden als Rotterdam is bovendien een voedselbank actief, die hulpbehoevende gezinnen van het broodnodige voorziet.

En wat te denken van mensen die bezweken zijn voor de verleidingen van de moderne commercie en nu worden achtervolgd door een zware schuldenlast. Eigen schuld, dikke bult?

In de praktijk is het echter waar: we komen nauwelijks nog in aanraking met mensen die in financiële nood verkeren. Maar er is wel een ander soort armoede waaraan ons land lijdt. Er is een toenemende sociale nood. De kranten staan er vol van. De individualisering zet door.

Het familiegevoel is in Nederland op z'n retour, bleek uit onderzoek van verzekeringsmaatschappij AXA. Bij ziekte verwachten mensen steeds minder hulp van hun bloedverwanten. De kerken blijven leden verliezen en ook het verenigingsleven is tanende, berichtte het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Nieuw, onpersoonlijk (en dus individualistisch) vermaak wordt geboden door de moderne media. Beseffen we de gevolgen daarvan? De eenzaamheid neemt hand over hand toe. De sociaal zwakkeren vallen het eerst uit de boot. Wie heeft het in de gaten? Wie doet er iets aan?

Kunnen de Gereformeerde Gemeenten zich positief onderscheiden? En ziet de buitenwereld daar ook iets van? Wat zou het een werfkracht geven als al die honderdduizend leden en ook de doopleden iets van Christus' barmhartigheid tentoonspreidden.

Broodkorst

We voelen wel aan dat daar iets te verbeteren valt. Maar hoe? Voor het antwoord op die vraag zullen we toch terug moeten grijpen op die bovengenoemde "praktijk van der vroomheid." Zonder dat redden we het niet.

Barmhartigheid en ware vroomheid gaan hand in hand. Voor barmhartigheid is immers een brandend hart nodig? En stenen harten branden niet! Ten diepste is de band nodig met Hem, die met innerlijke ontferming bewogen werd als hij de scharen zag.

Zonder die band kunnen we hele campagnes op touw zetten, maar missen we "het geheim van de werfkracht van de Gereformeerde Gemeenten in het tijdvak 1931-1941."

Ik moet afsluiten. Mijn vrouw roept dat er buiten twee zwanen op een stukje brood liggen te wachten.

Twee levende bewijzen van de werfkracht die een dagelijkse broodkorst kan hebben. Lid van de Gereformeerde Gemeenten zullen ze niet worden, maar ik krijg wel iets van ze terug. Ze leren me de les dat het ook nog eens gewoon zó is dat geven - geld of tijd, aandacht of broodkorst - een mens een heel klein beetje blij maakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 2005

Daniel | 32 Pagina's

Barmhartigheid bewijzen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 maart 2005

Daniel | 32 Pagina's