Werkkamer
Eén dag per week heb ik gezelschap op mijn werkkamer. Op vrijdag is een collega aanwezig die de overige dagen elders werkt. Het zijn niet meest productieve dagen, die vrijdagen. Maar het zijn wel de gezelligste dagen!
Op een gegeven moment doen we de deur dicht, leggen we onze benen op tafel en gaan we stevig in discussie. We werken aan dezelfde onderwerpen, dus daar kunnen we uitvoerig over bomen. Maar we zitten ook in dezelfde kerk en zijn lid van dezelfde politieke partij.
Dat is uniek. De andere collega's hebben op z'n zachtst gezegd andere politieke voorkeuren en weinig voorkeur voor een kerk. We hebben overwogen een bordje op de deur te hangen: Consistorie. Dat begrijpen ze toch niet.
Je begrijpt het wel, gespreksstof genoeg op de vrijdag. De Saambinder van vorige week, het RD van een hele week, de preken van afgelopen zondag, de bijna voorbije werkweek en ga zo maar door. De gemiddelde collega die langsloopt begrijpt hooguit de helft van ons gesprek. Als hij geen dichte deur treft.
Je zult zeggen: nou, jullie werkplek is ook niet het schoolvoorbeeld van het 'staan in de wereld'. Dan zitten er maar twee kerkelijke mensen op die gang. en dan kruipen ze bij elkaar op de kamer. Gaat het gesprek de diepte in, dan gaat de deur zelfs dicht!
Inderdaad. Ik kan hooguit ter verdediging aanbrengen dat de deur vier dagen per week openstaat, dat ik regelmatig betrapt wordt als ik het RD digitaal lees, en dat ik heel wat diepgravende gesprekken met niet-kerkelijke collega's voer.
Onze kamer. Dominee Visscher sprak eens over de refozuil als bushokje: midden in de wereld een afdakje om even te schuilen. Misschien een alternatief voor het consistoriebordje? Afgesproken. dan blijft voortaan ook de deur open.
Arwin van Buuren
Christus is, opdat de ongelovige en oproerige massa's niet in opstand zouden komen en Hem uitroepen tot een aards Koning.
Lukas
Lukas was dokter. Als ergens blijkt dat de inspiratie organisch is, dan in zijn geschrift. Enkele voorbeelden: arkus schrijft van de bloedvloeiende vrouw, dat zij veel geleden had van veel medicijnmeesters. Lukas schrijft dat niet, en dat is van een dokter ook wel te begrijpen! Vervolgens: ukas weet precies, wat de gevolgen kunnen zijn van een giftige slangebeet: pzwellen of dood neervallen (Handelingen 28:6). Tenslotte: en arts is gewoon, zijn patiënt grondig te onderzoeken, alvorens een oordeel te geven; zo heeft Lukas, voordat hij zich tot schrijven zette, alles van voren aan naarstiglijk onderzocht (Lukas 1:3). Schreef Mattheüs aan Joden, Markus aan heidenen, Lukas heeft zijn geschrift gericht aan een groep, die er wat tussenin stond: e zogenaamde godvrezenden. Dit waren niet altijd mensen die de Heere vreesden, maar het waren heidenen, die zich aangetrokken voelden tot de godsdienst van Israël, zonder dat zij de stap hadden gedaan zich te laten besnijden en proselieten te worden. Cornelius en Lydia waren zulke mensen, en ook de ons verder onbekenden TheoRlus, aan wie Lukas zijn Evangelie en de Handelingen opdraagt. Het grote doel van Lukas is, de vele godvrezenden (onder wie Theofilus) ervan te overtuigen, dat Christus niet slechts voor Joden, maar voor Zijn Kerk onder alle geslachten der aarde tot Zaligmaker is geworden. Het alles beheersende thema van zijn beide boeken is, te laten zien, dat het Evangelie een gang gemaakt heeft van Jeruzalem naar Rome!
Johannes.
Johannes was de discipel dien Jezus liefhad. Zijn geschrift heeft een geheel eigen karakter. Stellig heeft hij de geschriften van de andere drie evangelisten gekend. Direct in de 'proloog' (Johannes 1:1-18) blijkt reeds het opmerkelijk onderscheid in stijl met de andere evangelisten. Verder kunnen wij nog wijzen op het feit, dat Johannes zijn Evangelie groepeert rond de drie malen, dat de Heere Jezus het Paasfeest te Jeruzalem heeft doorgebracht. Maar liefst zeven hoofdstukken wijdt Johannes aan de lijdensgeschiedenis. Opvallend zijn ook de uitvoerige redevoeringen van de Middelaar, die door Johannes zijn opgetekend. Bekend is ook, dat Johannes geen gelijkenissen van Christus vermeldt, wél vergelijkingen of allegoriën. Aan wie Johannes schreef? Waarschijnlijk aan de Joden in de verstrooiing, maar ook wel aan heidenen. Men bedenke, dat hij als laatste zijn Evangelie schreef: r waren toen reeds gemengde gemeenten ontstaan, van zowel christenen uit de Joden als uit de heidenen. Zeer duidelijk is in elk geval het doel van zijn geschrift. Hij vermeldt het zélf: aar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam (Johannes 20:31). En dat is, met alle onderlinge onderscheid, óók het doel van de drie andere evangelisten geweest!
ds. A. Moerkerken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 2005
Daniel | 32 Pagina's