JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Presidentesvergadering 27 januari 2005

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Presidentesvergadering 27 januari 2005

7 minuten leestijd

"Komt u ook eens naar onze vereniging? " "O, het lijkt me op zich best aardig, maar wordt er niet veel over en met elkaar gepraat...? " Vrouwen verenigingen hebben (soms) de naam een plaats te zijn waar de nieuwtjes worden uitgewisseld. Is het reëel om dit te zeggen of te denken? Is er gelegenheid voor op onze verenigingen? En, als het (helaas) voorkomt, hoe gaan we daar dan als pre sidente mee om? Allemaal vragen waar we op onze tweejaarlijkse presidentesvergadering over hebben nagedacht. In de morgenvergadering heeft ds. J.B. Zippro ons voorgehouden hoe Gods Woord spreekt over de tong naar aanleiding van Jakobus 3. In de mid dagvergadering - die onder leiding stond van deputaat J. van Buuren - hebben we aan de hand van vijf vragen in discussie groepen nagedacht over het thema het spreken met elkaar.

Ds. C.A. van Dieren kan helaas niet in ons midden zijn; hij is afgevaardigd naar de Generale Synode die momenteel vergadert in Utrecht. Ds. Zippro opent in zijn plaats de morgenvergadering. Na samenzang, schriftlezing uit Jakobus 3 en gebed, staat hij stil bij de woorden: alig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien (Mattheüs 5:8). "In de Bergrede laat de Heere Jezus zien wie het Koninkrijk Gods binnen zullen gaan. Onder andere ook reinen van hart. Zijn er reinen van hart? Niemand is toch rechtvaardig? (Romeinen 3) Genesis 6 spreekt over de boosheid des mensen. Calvijn noemt ons hart een fabriek van afgoden. En toch reinen van hart? Ja, zij zijn in de wedergeboorte gereinigd van de besmetting van zonde en geveinsdheid van het hart door het werk van de Heilige Geest. Zij hebben met David leren smeken: chep mij een rein hart. o God... (Psalm 51:12). Als ons hart in beginsel wordt gereinigd, wordt ook de tong in beginsel veranderd. Dan begeren we hoe langer hoe meer tot eer van God te leven. Hoe meer zelfkennis er is, hoe sterker we roepen: as mij wel van mijn ongerechtigheid... (Psalm 51:4). Het middel daartoe is het bloed van Gods lieve Zoon. In Zijn mond is nooit bedrog geweest. Hij stortte Zijn dierbaar bloed, opdat de zonden van Zijn volk gewassen konden worden. Bid daar om. Hier op aarde wordt het nooit volmaakt. Hier is er strijd (Romeinen 7), maar de reinen van hart zullen God zien. Eenmaal zullen zij eeuwig Hem de lof en de dank toebrengen."

Na het zingen van Psalm 141:3: Zet, HEER', een wacht voor mijne lippen", houdt ds. Zippro een referaat over Jakobus 3, waar boven staat: e zonden van de tong... "In het paradijs kregen wij een tong om God te loven en te prijzen. Maar door de zonde is onze tong een instrument van de satan geworden. Jakobus 3 is eigenlijk een uitleg van het negende gebod: ij zult geen vals getuigenis spreken tegen uw naaste. De apostel begint met een vermaning, tegen hen '...die anderen lichtvaardig oordelen en berispen, hoedanige velen gevonden worden, daar de mensen zo geaard zijn, dat zij gebreken van anderen licht zien en berispen, en hun eigene niet zien', (kanttekening Statenvertaling). Na een schuldbelijdenis in vers 2: ant wij struikelen allen in vele..., noemt Jakobus een reeks van beelden waarmee de tong vergeleken kan worden. Een toom in de mond van een paard (vs. 3); een klein roer van een groot schip (vs. 4), een vuur dat een hoop hout aansteekt (vs. 5); een fontein waaruit zoet en bitter water opwelt (vs. 11); een vijgenboom en een wijnstok (vs. 12). De tong is ontembaar (vs. 8).

De tong is ook een vuur, een wereld der ongerechtigheid (vs. 6). Calvijn zegt in zijn commentaar: 'Jakobus vergelijkt zeer juist de kleinheid der tong met de onmetelijke grootte der wereld, in deze zin, dat een stuk dun vlees de ganse wereld der ongerechtigheid in zich begrijpt.' Denk aan de moderne media, roddelbladen, verslagen in de krant. Wat is objectieve berichtgeving? Onder de dekmantel van de hooggeroemde 'vrijheid van meningsuiting' wordt in onze tijd ook veel kwaad aangericht met de tong. Denk aan handel, reclame en het zakenleven. Maar... we moeten niet naar anderen wijzen. Hoe is het bij ons? Kohlbrugge zegt: 'Als we spreken over een ander, dan zijn wij al een deur te ver.' Zien we, dat onze kerk ten onder gaat aan kwaad spreken, beoordelen van, oordelen en veroordelen van leden binnen of buiten onze gemeente, of ambtsdragers?

De tong is onder onze leden gesteld vanaf onze geboorte. Het is als een rad dat altijd omloopt, van de morgen tot de avond, van de jeugd tot de ouderdom, van de geboorte tot de dood (kanttekening Statenvertaling 21). Onze tong is ons hele leven onder de macht van de duivel. In de Heidelbergse Catechismus wordt dit verband gelegd in Zondag 43 waar gesproken wordt van 'allerlei liegen en bedriegen, als eigen werken des duivels, waardoor we de zware toorn Gods op ons laden...'

Wie zal zijn tong temmen (vs. 8)? Het is een onbedwingelijk kwaad, vol van dodelijk venijn. Paulus spreekt niet anders in Romeinen 3. Hij zegt: Hun keel is een geopend graf (...) met hun tongen plegen zij bedrog (...) hun mond is vol van vervloeking en bitterheid. Aan ds. Van Reenen werd eens gevraagd om een portret. Hij antwoordde: 'Wilt u een portret van mijl Dat kunt u vinden in Romeinen 3...' Wat een wonder als God ons dat leert. In de bekering leren wij dat wij de toorn Gods dubbel waardig zijn. Wij hebben nooit anders gedaan dan zondigen tegen het negende gebod. Dan krijgen we de waarheid (van mijn schuld, van het Woord én van het oordeel) lief.

Jakobus wijst er verder op dat we met de tong twee kanten op kunnen: Door haar loven wij God, en de Vader, en door haar vervloeken wij de mensen. Het is goed om de Heere te loven, thuis, in de kerk, op de vereniging (Psalm 147). Maar is het een loven met de tong of met het hart? We kunnen psalmen zingen en even later iemand vervloeken. Wij kunnen iemand doden, kwetsen en grieven met onze woorden. Hebben wij nog respect voor onze medemens? Zien we de ander nog als drager van het beeld Gods in ruimere zin? Zondag 43 noemt verschillende zonden: vals getuigenis geven, woorden verdraaien, achterklapper of lasteraar zijn, lichtelijk en onverhoord (helpen ver-) oordelen. Sommigen hebben het hart op de tong. Maar als we het denken en niet uitspreken, staan we ook schuldig aan dit gebod!

De Catechismus spreekt van achterklap. Van Dale beschrijft dit als 'achter iemands rug om praten over hem. Roddelen. Vooral met kwade bedoelingen.' Daar moeten we allen voor oppassen, ook ambtsdragers en predikanten. Bij de zonde van achterklap waarschuwt Jakobus: Dit moet, mijn broeders, alzo niet geschieden. Wie van ons staat niet schuldig? Er is er echter Eén in Wiens mond nooit bedrog is geweest. Hij heeft de zware toorn Gods op Zich geladen. Zijn lippen vloeien van mirre. Hij heeft een tong der geleerden om met de moeden een woord ter rechter tijd te spreken. Hij zweeg in de zaal van Kajafas tegenover valse getuigen. Dit zwijgende Godslam is de Weg, de Waarheid, en het Leven. Hij herstelt.

Zondag 43 staat in het stuk der dankbaarheid. Door Christus kan onze tong weer in dienst komen van God, om Hem groot te maken. We zien dat ook op de Pinksterdag. Nadat de harten vervuld werden met de Geest, werd hun tong ontstoken van de Geest, in plaats van ontstoken van de hel (Jakobus 3:7). Toen ging hun mond open en zij verkondigden de grote werken Gods. Hier is dat onvolmaakt, maar Johannes heeft die grote schare gezien die niemand tellen kan, uit alle natie, en geslachten en volken en talen (Openbaring 7). Al die tongen zullen eenmaal mogen spreken tot eer van God! Maar... buiten het nieuwe Jeruzalem zullen zijn die de leugen liefhebben en doen. De Heere geve ons een biddend leven om de werking van Zijn Geest in ons leven, in het leven

van onze kinderen en binnen de gemeente! Dat het ons gebed mocht zijn of worden met de dichter van Psalm 19:

... Laat U mijn tong en mond. En 's harten diepsten grond. Toch welbehaaglijk wezen."

Na dit ernstige referaat, beantwoordt ds. Zippro de vragen en sluit de morgenvergadering met dankzegging en gebed.

Citaat uit lezing ds. Zippro: 'Er zijn altijd bepaalde personen, die nooit zo gelukkig zijn als wanneer zij (zogenaamd) zeer 'tot hun leedwezen' de dominee moeten vertellen, dat mijnheer A een adder is onder het gras; dat hij zich vergist, wanneer hij van de heren B en C zulk een hoge gedachte heeft, en dat zij hebben gehoord, dat mijnheer D en zijn vrouw een ongelukkig huwelijk hebben. Dan volgt een lang verhaal over mevrouw E, die zegt, dat zij en mevrouw F mevrouw G tegen mevrouw H hoorden zeggen, dat mevrouw K en juffrouw L zich aan de kerk zouden onttrekken en naar dominee M gaan om alles wat de oude N tegen de jonge O zei over die juffrouw P... Luister nooit naar zulke mensen. Doe als Nelson (de beroemde Engelse admiraal) die de verrekijker voor zijn blinde oog hield en verklaarde, dat hij het signaal niet zag en daarom de strijd wilde voortzetten...' (Uit: Pastorale Adviezen van ds. C.H. Spurgeon)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 2005

Daniel | 32 Pagina's

Presidentesvergadering 27 januari 2005

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 2005

Daniel | 32 Pagina's