”Vroeger wist ik niet dat ik een ziel had"
De kerk in China tussen vervolging en groei
China is een land van tegenstrijdigheden: in sommige boekhandels ligt open en bloot het evangelisatiemateriaal, terwijl op andere plaatsen honderd christenen werden gearresteerd. Zending bedrijven is in zo'n land bijzonder moeilijk. Toch proberen sommige organisaties, zoals de Zending Gereformeerde Gemeenten (ZGG) dat wel. "Het mooiste is om je te buigen over het Woord, samen met iemand die geïnteresseerd is."
China is een enorm groot land en met zijn oppervlakte van 9, 5 miljoen vierkante kilometer is het 259 keer zo groot als Nederland. In het land wonen 1, 3 miljard mensen, waarmee China het meest bevolkte land ter wereld is. Of dit in de toekomst zo zal blijven, is maar de vraag. De bevolkingsgroei in China is als gevolg van de één-kind-politiek bijzonder laag. In dit immense land worden veel verschillende talen gesproken, waarvan het Mandarijn de officiële taal is. De schrijfwijze van het karakteristieke Chinese schrift dateert uit de tijd van de vroege Chinese beschaving. Het Mandarijn is een toontaal die moeilijk is te leren spreken. Daarnaast moeten vele duizenden karakters worden geleerd om te kunnen lezen en schrijven. Om een eenvoudig boek te kunnen lezen, moet je zo'n 4000 tekens kennen. Het Chinese schrift geeft geen klanken weer, maar betekenissen. Zo kunnen Kantonees en Mandarijn sprekende Chinezen, die elkaar niet verstaan, wel schriftelijk met elkaar communiceren.
Terwijl China aan de ene kant als land opener is dan veel islamitische landen, regeert aan de andere kant nog steeds een totalitair regime. Het is een eenpartijstaat, waarvan het communisme de dragende ideologie is. Hoewel het zeker niet gemakkelijk is om in een land als China christen te zijn, is het christendom als godsdienst niet illegaal. Naast het christendom behoren het roomskatholrcrsme, de islam, het taoïsme en het boeddhisme tot de wettelijk goedgekeurde godsdiensten.
Zendingsgolwen
Het rooms-katholicisme en de islam zijn in Europa ook bekend, maar het taoïsme en boeddhisme veel minder. Het taoïsme is in ongeveer 600 voor Christus ontstaan. Deze religie gaat uit van de vooronderstelling dat iedereen een weg door dit leven gaat en tegelijk contact heeft met de geestelijke wereld. In deze oude Chinese godsdienst is het zaak om als mens in evenwicht te leven met de twee werelden waar hij deel van uitmaakt.
Het boeddhisme is een godsdienst die van oorsprong niet uit China maar uit India afkomstig is. De boeddhistische leer wordt gekenmerkt door de grote plaats van de meditatie. Door middel van meditatie kan de mens immers steeds verder doordringen in de waarheden van het lijden en de menselijke begeerte als oorzaak van dit lijden.
Het boeddhisme gaat uit van reïncarnatie en beoogt door het naleven van deugden in aanmerking te komen voor een beloning in een volgend leven.
Temidden van de duisternis van deze oude, traditionele godsdiensten mocht door Gods voorzienig beleid het licht van het Evangelie opgaan. De weg van de kerk in China is door de eeuwen heen echter een weg van vervolging en lijden geweest. Maar de Koning van de Kerk heeft ook in China gewaakt, tot op de dag van vandaag. In de geschiedenis van het christendom in China zijn drie zendingsgolven te onderscheiden. De eerste periode van zending en missiewerk in dit uitgestrekte land begon rond het jaar 700. De Nestorianen, een zendingsbeweging die gesticht werd door de Perzische monnik Aiopen, kreeg van de Chinese keizer toestemming een klooster te bouwen. In de negende eeuw zijn de Nestorianen zo vervolgd door de Chinese keizer Wu, dat er nog nauwelijks een spoor van de kerk werd aangetroffen.
Drie-Zelf-Kerk
Een tweede zendingsgolf ontstond in de twaalfde eeuw, toen franciscanen en dominicanen China als werkterrein vonden. Ook dit missiewerk kreeg met ernstige vervolgingen te maken, doordat Mongoolse heersers vele christenen vermoorden.
In de zestiende en zeventiende eeuw waren het de eerste westerlingen die tot het immense China wisten door te dringen. De protestantse zending kwam in 1807 tot stand, toen de Engelse zendingspionier Robert Morrison naar China vertrok. Een andere bekende Engelse zendingswerker in China was James Hudson Taylor. Als 21-jarige arts vertrok hij naar China, waar hij getroffen werd door de diepe geestelijke nood van zoveel mensen. Tijdens een verlofperiode in zijn vaderland richtte hij de China Inland Mission op, waarna hij in 1866 met vrouw, kinderen en zestien medewerkers opnieuw naar China vertrok. Deze zendingspioniers ondergingen vele gevaren, moeilijkheden en ziekten om hun krachten te geven in de dienst van Gods Koninkrijk.
In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw was er alle ruimte om zending te bedrijven. Daarna niet meer. Het verzet tegen het christelijk geloof in China is vooral aan het einde van de jaren veertig tot een climax gekomen. Alle buitenlandse zendelingen zijn toen het land uitgezet en veel Chinese voorgangers zijn gevangen genomen en gedood. Het communisme ontwikkelde zich meer en meer tot de nieuwe religie van China. De enige kerk die in China erkend werd (en wordt), is de zogenaamde Drie-Zelf-Kerk. Deze naam geeft aan dat de Chinese kerken op drie gebieden autonoom moeten zijn. Er moet zelfbestuur zijn, zodat de kerken in China hun banden verbreken met het buitenland. Ook moeten de kerken in het eigen zelfonderhoud voorzien en mogen dus geen financiële steun van derden ontvangen.
Daarnaast is zelfverbreiding een derde voorwaarde. De Drie-Zelf-Kerk staat onder volledig toezicht van de staat en moet zich houden aan de regels van de overheid. In deze kerk zijn jeugdwerk en zondagsscholen verboden en mogen jongeren beneden de achttien jaar niet naar de kerk. De Chinese overheid verbiedt de kerken te spreken over de schepping, de opstanding van Christus en de wederkomst. Toch groeit ook deze kerk, ondanks de controle. Deze regels van de overheid zijn voor veel christenen echter onacceptabel. Dit heeft geleid tot een groot aantal bloeiende huisgemeenten, waarvan een enorme wervingskracht uitgaat. Het is een wonder van God dat de kerk er in China nog mag zijn. Ook in China is het communisme er niet in geslaagd de kerk van de aardbodem te verdrijven.
Hoe is de situatie van de christenen in China in 2005? Het beantwoorden van deze vraag resulteert in een divers beeld van de positie van de christenen in dit land. Dr. Lambert, directeur van China Research for Overseas Mission Fellowship, was in oktober 2004 tijdens één van zijn vele reizen naar dit land in een Chinese stad waar hij een boekhandel met evangelisatiemateriaal tegenkwam. Diezelfde week hoorde hij echter over honderd arrestaties die op drie verschillende plaatsen in het land plaatsvonden. Hoewel de meeste arrestanten met enkele dagen weer thuis waren, werden de huisgemeenteleiders langere tijd vastgehouden.
Over het algemeen is het klimaat voor christenen in het zuiden van China relatief open, terwijl het midden en noorden van het land gekenmerkt worden door strengere controle. Bovendien is het belangrijk de plaatselijke situatie mee te wegen. In sommige plaatsen zijn er nauwe contacten tussen de Drie-Zelf-Kerk en de huisgemeenten, terwijl in andere plaatsen de Drie-Zelf-Kerk het, samen met de overheid, de huisgemeenten zo moeilijk mogelijk maakt.
Partiiaeenda
Ondanks alle plaatselijke verscheidenheid is de situatie van veel christenen anno 2005 nog steeds zorgelijk. Dit zien we eens te meer in
de aankondiging van een nieuwe wet betreffende de vrijheid van godsdienst, die op 1 maart 2005 in werking treedt. Een gedetailleerd onderzoek van de bepalingen van deze wetgeving levert volgens de christelijke Amerikaanse nieuwsdienst Compass Direct een zorgelijk beeld op. De nieuwe wetgeving verandert weinig ten goede in de religiepolitiek van China en sommige regels lijken bestaande restricties erger te maken. De opkomst van islamitisch separatisme in Xinjiang, boeddhistisch nationalisme in Tibet, de snelle groei van christelijke huisgemeenten en de opkomst van sekten als Falun Gong hebben er voor gezorgd dat conservatieve krachten binnen de Chinese Communistische Partij de controle van religie boven aan de partijagenda hebben geplaatst.
In deze context is en blijft het uiterst moeilijk om zending te bedrijven in China. Het is daarom belangrijk om op een goede manier de Boodschap van het Evangelie te verkondigen.
Een open en directe wijze van zending bedrijven is in China een haast onbegaanbare weg. Dit maakt het zoeken naar andere manieren van zending noodzakelijk. In landen als China is het belangrijk om door je levensstijl te laten zien dat je christen bent. In China, dat de laatste jaren een enorme economische groei doormaakt, is een grotere openheid ontstaan richting westerse deskundigheid. Dit opent perspectieven om als arts, verpleegkundige, landbouwspecialist of ICT-deskundige naast en in het werk openingen te zoeken om het Woord van God door te geven.
Binnen de kring van het zendingswerk wordt dan ook de betrekkelijk nieuwe groep van 'tentenmakers' onderscheiden. De oorsprong van dit begrip vinden we in Handelingen 18. Daar staat geschreven dat Paulus in zijn levensonderhoud voorzag door
het maken van tenten. Paulus hield zich echter niet alleen bezig met zijn handwerk, maar op de sabbat ging hij naar de synagoge om het volk te leren. Een ander bijbels voorbeeld van tentenmakers zijn Aquila en Priscilla. Ook zij hebben zich niet uitsluitend gericht op hun beroep als tentenmaker, maar worden in Romeinen 16 door Paulus aangesproken als medewerkers in Christus Jezus. Aan het einde van dit hoofdstuk groet Paulus niet alleen hen, maar ook de gemeente, die te hunnen huize is. Deze Schriftplaatsen laten duidelijk zien dat er al in de tijd van de eerste christelijke gemeenten mensen waren die naast hun dagelijks werk hun huizen openstelden om mensen met het geloof in aanraking te brengen.
Tentenmakers
Deze categorie van zendingswerkers zijn ook in onze tijd enorm belangrijk. Het gaat om mensen die een baan of studieplaats in het buitenland hebben, maar tijdens het werk en in hun vrije tijd het geloof proberen uit te dragen. Dit gebeurt vooral door het uitstralen van een christelijke levenswandel, maar ook door Schriftonderzoek en bijbelstudie in persoonlijk contact. Tentenmakers zijn vooral belangrijk in moeilijk toegankelijke landen waar de boodschap van het Evangelie vaak als gevaarlijk en staatsondermijnend gezien wordt.
De ZGG heeft in 2000 Esther Klaassen en Lammèrtha Wilbrink als tentenmakers naar China uitgezonden. Na een periode van taalstudie hebben zij zich ingezet voor diverse sociale, medische en verpleegkundige projecten. In 2003 is Esther vanwege gezondheidsproblemen naar Nederland teruggekeerd. Lammèrtha is op dit moment werkzaam in het zuidwesten van China.
In een rondzendbrief van een tentenmaker is het volgende te lezen: "Projectwerk, training, vrienden, taalstudie. Het wisselt elkaar af, en ik doe het graag. Maar het mooiste is om je te buigen over het Woord, samen met iemand die geïnteresseerd is. Dan vinden we daarin antwoorden op situaties uit het dagelijks leven. 'Is dat de oorzaak van de verschillende talen in de wereld? Nu weet ik wat de regenboog betekent.' En we leren nieuwe dingen, levensbelangrijke dingen. Zoals ze het eens verwoorde: 'Vroeger wist ik niet dat ik een ziel had'."
Zo mag ook in China het Woord voortgang vinden. Het onderdrukkende juk van het communisme en het woeden van satan hebben het christelijk geloof in China niet kunnen verdrijven. Temidden van vervolging en druk zijn er ook in China mogelijkheden om het Evangelie te verkondigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 februari 2005
Daniel | 32 Pagina's