“Ook maar een mens”...
Hij scheen ooit getrouwd geweest te zijn. Maar dat duur de niet lang. Na een ruzie op de bruiloft liet hij zijn bruid zitten en al gauw trouwde ze met een ander. Daarna had hij de ene affaire na de andere. Hij kwam zelfs bij prostituees. Zie je hem zitten in de kerkenraadsbank? Dat bestaat natuurlijk niet! Toch hebben we het over een kind van God. Een knecht van God zelfs. Simson
Hoe vaak ben jij al een nieuw jaar begonnen met goede voornemens? Nu zal ik echt... of echt niet meer... Met een schone lei beginnen. Stel dat het zou kunnen, hoe lang zou die schoon blijven? Geen dag. Waar ligt dat nu aan? "Ik ben ook maar een mens!" En dat betekent dan zoiets als: "Ik kan er ook niets aan doen dat ik steeds weer de fout in ga."
Misschien denk je wel: als ik maar bekeerd was, dan zou ik vast beter leven, niet meer zondigen.
Alle boosheid
Kijk maar naar die vrouw, die bekend staat als een kind van God. Je kunt je toch niet voorstellen dat zij elke avond om vergeving van haar zonden zou bidden. Wat doet zij nu verkeerd? Ze komt niet op verkeerde plaatsen, leest vast geen verkeerde boeken, kleedt zich keurig. Wat kun je daar een respect voor hebben.
Ze kan vertellen dat de Heere haar zonden vergeven heeft. Die zonden waar zij zo'n last van heeft. Ze heeft een nieuw leven gekregen. En ze wil heilig voor de Heere leven. Maar, al kan een ander dat niet zien, het lukt haar zo slecht. Volgens jou doet ze steeds minder zonden, maar zelf kijkt ze er anders tegenaan. Ze is nog steeds tot alle boosheid geneigd. Ze (eert zichzelf steeds meer kennen zoals ze is, ze ziet steeds meer zonden van binnen. Daar zit die 'oude mens' nog steeds, die wil zondigen en die vecht tegen de 'nieuwe mens' die heilig wil leven. Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade dat ik niet wil, dat doe ik. En soms zie je dat oude hart overduidelijk. In kleine dingen, in fouten of vervelende karaktertrekken. Maar het kan ook zijn dat die oude mens het grof aanpakt, zodat iemand die bekeerd is, 'in zonde valt'.
'Plezier'
Eigenlijk hoef je dus niet verbaasd te zijn als een kind van God in woede uitbarst. Of glashard staat te liegen. Of zijn baas besteelt. Niet verbaasd zijn? Het is natuurlijk verschrikkelijk! Begrijpelijk dat je denkt dat iemand die bekeerd is, zoiets niet kan doen. Maar zou je van David geloofd heb-
ben dat hij de vrouw van een ander zou pakken en vervolgens Uria zou laten doden om niet ontdekt te worden? Dat was nou 'de man naar Gods hart'! Hij lag niet eens wakker van wat hij gedaan had en hield het maanden in de zonde uit.
Misschien vind je het wel oneerlijk: David kreeg natuurlijk wel berouw, maar hij was intusssen wel met Bathseba getrouwd en stuurde haar niet meer weg. En Simson kreeg toch ook maar mooi zijn pleziertjes met allerlei dames. Toch moet je je eens afvragen of ze echt zoveel 'plezier' van hun zonden gehad hebben. Simsons verhouding met Delila betekende zijn ondergang. En het eerste kindje van David en Bathseba stierf, terwijl ook daarna het zwaard niet van zijn huis geweken is. Nooit meer rust en vrede in huis. De zonden wegen zwaar. De Heere
wil die niet zomaar door de vingers zien. De zonden van Zijn volk hebben Hem Zijn Zoon gekost. Denk je dan dat Gods kinderen er maar op los kunnen zondigen? Ze zullen berouw krijgen. En hoewel hun zonden hun vergeven zullen worden, zullen ze bitter blijven. David en Simson zijn ervoor gestraft, of in ieder geval hebben hun zonden gevolgen gehad. Voor zichzelf of voor degenen die ze liefhadden. Onuitwisbare gevolgen, die ervoor gezorgd hebben dat ze wensten die zonde nooit gedaan te hebben. En niet alleen de gevolgen, maar ook de zonden zelf zijn bitter. Want ze doen de Heere zoveel verdriet, zodat Hij Zich verbergt.-Toch is het bijzondere, dat de Heer' die zonden weer kan 'gebruiken' ei. goed maakt wat Zijn kinderen verknoeien. Zo kwam uit het huwelijk van David en Bathseba hun zoon Salomo voort. En Hij gebruikte een doorn in het vlees van Paulus (al weten we niet of dat een zonde was, ) om hem klein te houden.
Heilig
Sta jij ook met je oordeel klaar: "Die kan nooit echt bekeerd zijn, want dan zou hij nooit..."? Je hebt natuurlijk gelijk dat het zó niet zou moeten. Inderdaad moet je aan de 'vruchten', de goede werken, een kind van God kunnen herkennen. Daardoor zou de Heere aan Zijn eer moeten komen. We mogen nooit zonden goed praten. Maar kijk eens bij jezelf naar binnen. Ken jij de zonden in jouw hart al? Of kan iedereen ze zelfs in je leven aanwijzen? Weet jij dat je ook niet te vertrouwen bent? Dat je door de Heere bewaard moet worden, omdat je tot alle zonden in staat bent? Mag je weten dat je zonden vergeven zijn? Dan is er een verlangen in je hart om heilig voor God te leven. En dan weet je dat je dat zelf niet kunt, dat je afhankelijk van Hem bent. Ook daarin. Omdat je ook maar een mens bent. Een zondig mens. Wat word je dan klein. En stil.
1 etra Hooglander
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 2005
Daniel | 32 Pagina's