JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Te bang voor een 'makkelijk' geloof?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Te bang voor een 'makkelijk' geloof?

9 minuten leestijd

Binnen de Gereformeerde Gemeenten wordt wel gewaarschuwd voor een 'makkelijk geloof'. Want: een oppervlakkig geloof is niet het zaligmakend geloof. Niet iedereen die zegt dat hij een gelovige is en de Heere Jezus kent, is ook echt tot God bekeerd. Maar zijn wij niet te bang? Het gaat er toch om dat we met het Woord bezig zijn? Letten wij soms niet te streng op de leer? Zijn wij vaak niet te krampachtig? Bovendien, er is al lijdelijkheid genoeg. Inderdaad, je kunt degelijk in de leer zijn, maar als het je hart niet raakt is het niets. We moeten elkaar waarschuwen voor lijdelijkheid, maar in dit artikel willen we nadenken over dat andere gevaar.

Wanneer we het over deze dingen hebben, kunnen we uitspraken aanhalen die vanuit evangelische kring - bijvoorbeeld voor de EO - zijn uitgesproken en die van kritiek voorzien. Dan zijn we het waarschijnlijk vrij snel samen eens. We signaleren gevaren van buiten en wijzen deze af. Het lijkt mij beter enkele gedachten te bekijken die vooral jongeren in hun omgeving tegen komen. En waar sommigen het best moeilijk mee hebben.

'Antwoord' op nodiging

Vanuit het Woord worden wij allen geroepen. Welmenend, hartelijk en steeds weer. Dat brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee.

Nlj kunnen mensen een grote fout maken. Hun gedachtegang is dan ongeveer: wij worden geroepen; de Heere is gewillig om mij te ontvangen en tot Zijn kind aan te nemen. Daarop vertrouw ik. Zo bid ik en kom ik tot de Heere. Ik voel dat ik zondig ben en het niet verdien. Ik weet dat ik mezelf niet kan verbeteren; dat probeer ik wel, maar het is steeds weer tekort. Maar ik wil toch graag de Heere kennen en dienen. Het kan toch niet dat ik zonder de Heere verder leef. Hij zorgt voor mij; dat ervaar ik steeds en daar ben ik heel dankbaar voot De nodiging van de Heere mag ik toch niet tegenstaan? Vaak heb ik niet genoeg vertrouwen op de beloften. Dat moest meer zijn. Maar de Heere nodigt en zo vertrouw ik op Hem. Nog wel niet met de grootste zekerheid. Ik moet groeien, maar ik geloof toch dat dit het begin is. Misschien herken jij deze gedachtegang wel. Mogelijk word je soms ongeveer op deze wijze benaderd. Wat moet je dan zeggen?

Totale verlorenheid

Het is goed dat we ons serieus afvragen: s dit de bijbelse weg van de bekering en het komen tot het geloof? Wij worden liefdevol genodigd. De Heere roept welmenend. Onze verantwoordelijkheid is groot. Maar wie zijn wij en wat doen we ermee? Onze verlorenheid is zo groot dat de Heere Jezus zegt: iemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader Die Mij gezonden heeft hem trekke (Johannes 6:44).

Niemand kan in het Koninkrijk van God ingaan, tenzij hij door de Heilige Geest van nieuws geboren wordt, zegt Hij. Tussen nodiging en komen ligt de absolute onmogelijkheid vanuit ons mensen. Daarom is het wonder van het toepassende werk van de Heilige Geest zo groot. En absoluut nodig. De Heere wil dat wondere werk ook doen. Als de Heere zaligmakend in je hart gaat werken, kom je er achter hoe onmogelijk het komen van onze kant is. Want wij zijn totaal verloren in onze zonde, onmacht en onwil. Dan leren we smeken: Trek mij, dan zal ik U nalopen.

Maar de Heere is toch gewillig? En wij mogen Hem toch niet afwijzen? Dat mogen wij niet. maar dat doen wij vanuit onszelf altijd. Want wij zijn dood door de misdaden en de zonden. Maar nu werkt de Heere Zelf de zaligheid uit. Daartoe heeft Christus de schuld gedragen. En de Heilige Geest is uitgestort om die zaligheid in zondaarsharten toe te passen. Daartoe wordt het Woord gepredikt. Door Woord en Geest worden mensen overtuigd van hun zonde en verlorenheid. Eveneens door Woord en Geest werkt de Heere het geloof en doet Hij ook werkelijk geloven in de Heere Jezus. De Heilige Geest openbaart Christus in het hart en leert tot Hem vluchten. Als de nood van je ziel echt gaat wegen, wordt je zo afhankelijk. Dan vraag je ongetwijfeld steeds of de Heere je wil onderwijzen. En je wordt bang dat je je zou vergissen. 'Doorgrondt U mij en kent U mijn hart, o Heere', zul je dan vast vaak vragen.

Ootmoed en geloof

Uit heel veel schriftplaatsen kunnen we weten dat de Heere zo werkt. Opdat wij werkelijk Vanuit onze nood de Heere en de wonderen van Zijn genadewerk nodig krijgen. De Heere doet Zijn werk zo: Hij doodt en maakt levend. Hij doet ons zien hoe arm we zijn, om ons met goederen te vervullen. Wie zijn armoe, zijn nood en onmogelijkheid niet leert kennen, weet ook niet echt wat verlost worden inhoudt. Wanneer we leren roepen uit de nood, wat is het dan een wonder als we hoop mogen krijgen bij de Heere vandaan. Het bekeren van een mens is echt een werk van God. Niet in de lijn van: 'Ik word geroepen en zet mijn hart voor Hem open'. Maar in de weg van de verootmoediging en de worsteling. En wat is het geheim daarachter? De Heere werkt die ootmoed en die keuze. Dan leer je wel: van jezelf heb je niks en kun je niets. Je krijgt de Heere zo nodig.

Mogelijk wordt soms wel tegen jou gezegd dat dit veel

te lijdelijk is. Je moet toch geloven en mag de Heere niet wantrouwen. Dat drukt je nog verder in de onmogelijkheid. Want: hebben ze ergens niet gelijk? Maar hoe moet het dan? Leg al je nood maar aan de Heere voor. Want je leert dat alles, ook het geloven, van de Heere moet komen. En je beseft best dat een ander je niet helpen kan; of je iets kan aanpraten. Dat helpt niet. De Heere Zelf zal er aan te pas moeten komen.

I Waarschuwing van de Heere Jezus

Laten we elkaar maar eerlijk willen waarschuwen voor een oppervlakkig geloof dat het echte niet is. De Heere Jezus zegt in Lukas 1 3 dat er straks velen zullen menen in te gaan en niet zullen kunnen. Ze zullen zeggen: ij hebben in Uw tegenwoordigheid gegeten en gedronken, en Gij hebt in onze straten geleerd. Mattheus voegt er bij (7:22) Hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam duivelen uitgeworpen en vele krachten gedaan? Maar de Heere zegt dat Hij hen niet heeft gekend.

Vandaag zouden we mogelijk moeten zeggen: hun geloof lijkt voortgekomen te zijn uit hun keuze. Vaak worden mensen sterk opgeroepen te kiezen en te geloven. En dan gaan ze geloven en maken de keuze. In evangelische kring zegt men dan wel dat ze hun hart hebben opengezet voor Jezus.

We moeten eerlijk zeggen dat dit niet de bijbelse benadering is. De bijbelse benadering is veel ernstiger. Daarin komt nadrukkelijk de onmogelijkheid vanuit de mens naar voren. En het verslagen worden van hart (Handelingen 2:37). Zo blinkt het genadewonder door de Heere Zelf uit, ook in de persoonlijke toepassing. Dan komen er worstelingen en strijd. Want wij zijn zo diep gevallen. En het is zo'n groot wonder wanneer de Heere ons opraapt. Maar: ulke wonderen werkt de Heere nu juist. Door onze onmogelijkheid heen. De Heere Jezus separeerde vaak. Hij sprak over de wijze en de dwaze bouwer, over de twee verschillende zonen, over het zaad dat op verschillende plaatsen viel. In dat verband spreekt Hij over mensen die het Woord horen en dat terstond met vreugde ontvangen. Maar het is maar' voor een tijd, want ze hebben geen wortel in zichzelf. De diepgang ontbreekt. Let op de typering die de Heere Jezus ervan geeft; het lijkt dat het Woord heel snel vrucht draagt en de vreugde is een opvallend kenmerk. Terwijl bij de oprechte bekering de droefheid naar God juist één van de kenmerken is.

Niet willen

Maar de Heere Jezus riep de mensen toch ook tot een keuze: Volg Mij? De Heere riep mensen persoonlijk. Dan volgden ze Hem ook. Zoals Levi en Zacheus. Dat was de krachtdadige, inwen-

dige roeping. Op andere momenten richt Jezus Zijn nodiging rot mensen, terwij) de uitwerking precies tegengesteld is. De rijke jongeling bijvoorbeeld werd genodigd maar ging bedroefd weg (Lukas 18:22). De Heere sprak meer dan eens over de nodiging en het niet willen van de mensen. Hij is gekomen tot het Zijne en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen (Johannes 1:12). Wenend staat Hij voor de poorten van Jeruzalem en verwijt hun dat ze niet willen komen. Sommigen horen graag over de wenende Jezus en dat Hij 'met uitgebreide armen staat'. Deze uitspraken zijn ook echt waar. Zo ernstig nodigt de Heere ons. Laat het ons mogen toch verootmoedigen.

Maar we moeten zulke uitingen van de gewilligheid van de Heere niet verkeerd gebruiken. Bijvoorbeeld door te denken: hieruit blijkt dat de Heere mij wil hebben; daar vertrouw ik op. En intussen vergeten we dat er een wonder moet gebeuren. We slaan onze totale verlorenheid over waaruit we door een wonder gered moeten worden.

Laten we vooral ook letten op het verband dat zulke uitspraken ons laat zien. Opmerkelijk is dat er niet mensen tot bekering komen, maar juist de onbekeerlijkheid en de verzwaring van het oordeel (Spreuken 1:24 en verder) worden benadrukt. Laat deze ernst ons verbreken.

Gods uuerk

Wat is het geheim en de verklaring van het feit dat er ondanks de afkering van mensen toch bekeringen plaats vinden? Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen en wie tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen, zegt de Heere Jezus in Johannes 6:37. De Vader geeft aan Christus. Dan komen ze door Woord en Geest tot Hem. Zo worden mensen zalig. Om Jezus' wil. Door de drie-enige God.

Het is heel belangrijk dat wij deze bijbelse leer goed kennen en volgen. Want er is allerlei wind van leer en je bent zo van het rechte spoor af. Maar het gaat wel om je ziel. Daarom is een waarschuwing tegen verkeerde invloeden terecht. Er worden nog wel eens beweringen gedaan die niet overeenkomen met bijvoorbeeld de Dordtse Leerregels. En juist in dat belijdenisgeschrift wordt over deze dingen heel bijbels geschreven.

De Heere werkt nog. Ook onder jongeren. De prediking draagt vrucht. Niet omdat mensen het zo goed bedoelen of zo goed hun best doen. Maar omdat God Zelf nog wonderen werkt. Hij heeft Zijn Zoon gezonden om te zoeken en zalig te maken dat verloren was. Juist als wij gaan leren dat we verloren zijn, wordt het zo'n groot wonder dat Hijzelf mensen zoekt. En wel verlorenen. Zelfs maakt Hij mensen zo dat ze hun verlorenheid gaan kennen en van daaruit Hem gaan zoeken. Achteraf ga je je daarover verwonderen. Heere U hebt mij opgezocht, eer dat ik naar U zocht. Waarom hebt U toch naar mij omgezien?

Intussen blijft echt waar; de Heere roept ons allen. Ook jou. Wendt u naar Mij toe en wordt behouden. Begrijp je dat niet? Weet je er geen raad mee? 'Wie hem need'rig valt te voet zal van Hem Zijn wegen leren'. Dat hebben we nodig: Zijn wegen leren. Hongerigen worden met goederen vervuld, en rijken ledig weggezonden. Daartoe is Christus arm geworden, om armen rijk te maken. Zo wordt Gods liefde werkelijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 2005

Daniel | 32 Pagina's

Te bang voor een 'makkelijk' geloof?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 januari 2005

Daniel | 32 Pagina's