JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het wonder van Kerstfeest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het wonder van Kerstfeest

"Het was alsof de Heere zei: nu kun jij nog zalig worden"

10 minuten leestijd

Midden in de zomer werd het Kerst voorde heer J. Hoekman (91) uit 's-Gravenpolder. "Het was in augustus toen ik op het aardbeienveld aan het werk was. Toen was het Kerstfeest in de ziel." Een gesprek over de betekenis van Kerst en het werk van God in harten van zondaren. "Het is een groot wonder dat God naar mij heeft omgezien, maar een nog groter wonder dat Hij het met mij volhoudt."

De heer Hoekman is geboren op 10 maart 1913 te Kloetinge. Hij is vele jaren ambtsdrager geweest in de gemeente van 's-Gravenpolder. Veel jongeren in deze gemeente hebben catechisatie van hem gehad. Ondanks zijn hoge leeftijd heeft de jeugd nog steeds de liefde van zijn hart.

Tot oudejaarsavond 2000 woonde hij nog in zijn eigen huisje op 's-Gravenpolder. Toen was er ongedacht een ziekenhuisopname, als gevolg van een gebroken heup. Er volgden een operatie en 37 dagen verblijf in het ziekenhuis te Goes. Een mislukte oogoperatie, waardoor hij tijdelijk blind was, en een hartstilstand volgden. Maar de Heere was er. Hij spaarde en gaf om goed van Hem te mogen spreken. Met de apostel Paulus mocht broeder Hoekman zeggen dat hij wenste om ontbonden te worden met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste (Fillippenzen 1: 23). Vier weken lang was Zijn Zaligmaker zeer nabij.

Na de ziekenhuisopname volgende een periode in 'De Samaritaan' te Sommelsdijk. Zes weken werd hij daar verzorgd. En ook daar was de Heere nabij. Hij troostte het hart. Tijdens de lijdensweken was de prediking uit Jesaja 53 tot rijke troost. Toen kwam er een plekje in verpleeghuis 'Ter Weel' te Krabbendijke. Ruim zeven maanden is de heer Hoekman daar verpleegd. Met veel waardering denkt hij terug aan de liefdevolle zorg en aan de goede gesprekken. Nu woont hij al weer enkele jaren in 's-Gravenpolder. Bij Hoekmans oudste dochter is een aanbouw gerealiseerd en daar wordt hij nu met veel liefde verzorgd. We spraken met hem over het komende Kerstfeest.

 

U bent nu bijna 92 jaar. U hebt vele malen advent en Kerstfeest meegemaakt. Zou u voor de jongeren onder woorden kunnen brengen wat Kerstfeest betekent?

"Ik ben opgegroeid in een gezin met ouders die de Heere vreesden. Ze hebben ons al heel jong van de Heere verteld. Mijn ouders hebben er ook steeds bij hun kinderen op aangedrongen om de Heere te zoeken. Dat is het bevel van de Heere: Zoek Mij en leef. De Heere verbindt er zelfs de belofte aan dat je Hem dan niet tevergeefs zult zoeken. Die Hem vroeg zoeken zullen Hem zeker vinden.

Kerstfeest betekent: er is een weg bij God vandaan. God gaf het Liefste wat Hij had, Zijn eniggeboren Zoon, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Dat mag ook voor kinderen en jonge mensen tot bemoediging zijn. Dat is het ook voor mij geworden toen ik twaalf jaar oud was. Er was thuis gelezen over het dochtertje van Jaïrus. Dat twaalfjarige meisje werd opgewekt uit de dood. De Heere legde dat zo in m'n hart dat ik vanaf dat ogenblik gebeden heb: Heere, ik ben ook twaalf jaar. U hebt dat twaalfjarige meisje opgewekt uit de dood en nu bent U nog Dezelfde. Wilt U ook mij opwekken uit de geestelijke dood tot het leven? Zou U mij om Jezus' wil willen horen? Twee jaar lang heb ik elke morgen en elke avond gebeden om die genade."

 

Heeft u antwoord gekregen van de Heere?

"Ja, maar de Heere werkt altijd anders dan wij denken. Hij weet wat maaksel wij zijn. Toen ik zeventien jaar mocht worden, was er van dat vragen naar de Heere niet veel meer over. Ik wilde wat gaan betekenen in de wereld. Maar, de Heere liet me niet met rust. Hij kwam me tegen met Zijn Woord. En dat gaf weer dat zoeken naar Hem. Zo was het ook rond de Kerstdagen. In 's-Gravenpolder was er de tweede feestdag geen dienst. Ik fietste daarom naar Middelburg waar ds. A. Verhagen die morgen preekte over 2 Korinthe 9: 15 Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave. Onder dat Woord werd mijn hart verbroken. Ik heb daar iets mogen zien van het wonder van Kerstfeest. Er is een weg der zaligheid bij de Heere; Hij heeft Zijn enig Kind niet gespaard. 't Was of de Heere tegen me zei: 'Nu kun je nog zalig worden'.

Later is de Heere daar op teruggekomen. Van mijn kant was het zalig worden zo onmogelijk geworden. De Heere liet me zien dat ik met m'n beste werken voor Hem niet kon bestaan. In onze beste werken bedoelen we immers nog altijd onszelf. Ik was zo goddeloos en zo ontrouw om tegen beter weten in tegen de Heere te zondigen. De Heere toonde me uit het Woord waar dat vandaan kwam. Ik was in zonden ontvangen en geboren. Adams' hoogmoed, was ook mijn hoogmoed. Maar in mijn verlorenheid heeft de Heere naar me willen omzien."

 

Wanneer is het echt Kerstfeest voor u geworden?

"Het was in augustus toen ik op het aardbeienveld aan het werk was. Tijdens dat bezig zijn werden mijn gedachten geleid naar de komst van Christus in het vlees. Dat Hij gekomen was om de geschonden deugden van Zijn Vader te herstellen. Maar ook dat Hij gekomen is tot verzoening van onze zonden. En op dat ogenblik was er een krachtig getuigenis van Gods Geest: Wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Ghristus, den Rechtvaardige en Hij is een verzoening voor onze zonden (1 Johannes 2: 1 en 2a). Toen was het kerstfeest in de ziel. Midden in de zomer. Toen ik thuis kwam werd het Kerstfeest in onze woning. Daar mocht getuigt worden: Hij heeft gedacht aan Zijn genade."

 

Hebt u dat later nog wel eens zo ervaren?

"Het getuigenis van de Heere was zo sterk dat het nooit meer helemaal weg is gegaan. Maar toch is er altijd weer onderwijs nodig. Daarom staan we elk jaar weer stil bij de geboorte van Christus. De catechismus stelt ons ook telkens weer de vraag: 'Wat nuttigheid verkrijgt ge door de geboorte van Christus?' Ik herinner me nog dat ds. J.C. Weststrate op de eerste Kerstdag in 1979 preekte over het kind in de kribbe. Wat het Jezus gekost heeft om de schuld van Zijn volk te dragen. Dat Hij zich zo diep heeft willen vernederen om in een beestenstal geboren te worden. De Heere heeft zo diep gebogen dat de ergste zondaar in deze wereld er bij kan.

Daar in de kerkbank heb ik opnieuw het wonder van kerst beleefd. Doch Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave. En dat voor mij. Toen kon het voor iedereen. De eerstvolgende keer dat ik moest catechiseren heb ik tegen de jonge mensen gezegd: 'Nu kunnen jullie allemaal zalig worden. Manasse kon zalig worden, jullie kunnen ook nog bekeerd worden'."

 

Heeft de Vader daarom het liefste wat Hij bezat, Zijn eigen Kind, aan de wereld niet onthouden?

"God haat en straft de zonde. De zonde komt nooit bij God vandaan. Hoe zal Hij dan nog naar een verloren zondaar kunnen omzien. De Vader Zelf heeft de vraag gesteld: Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten? (Jeremia 3: 19). In Psalm 40 lezen we het antwoord: Vader, Ik kom om Uw wil te doen. Hij is volkomen vrijwillig naar deze wereld gekomen. Om vijanden met God te verzoenen. Wat krijgt Gods genadige verkiezing dan grote betekenis. God heeft in Christus verkoren tot de zaligheid. Dat mag verkondigd worden. Het werk van Christus is zo vol, zo rijk.

Varr nature zijn wij allen Godmissers. Maar Hij maakt van missers, zoekers en van zoekers, vinders. Tegen onbekeerden mag gezegd worden dat de genadeweg niet uitgeput is. Wend u naar Mij toe en wordt behouden!."

 

Wat zou u zeggen tegen iemand die moed gekregen heeft uit de belofte van het Evangelie, bijvoorbeeld uit Maleachi 4: 2 Ulieden daarentegen die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan , maar toch weer zo bevreesd is?

"Een catechisante heeft me eens verteld dat de Heere haar had beloofd: Die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden (Spreuken 8: 17), Maar toen ze zestien jaar was, kon ze dat niet meer geloven. Ze wist zich zo onwaardig en zondig. Ze zei: 'Nu durf ik niet meer te geloven dat de Heere het nog doen zal'. Ik heb haar toen op de trouw van de Heere mogen wijzen. Hij laat niet varen het werk van Zijn handen. Bij mezelf dacht ik: de Heere is bezig Zijn belofte te vervullen. Als we met Ruth de goede keus mogen doen, dan komt er een tijd dat we niet genoeg hebben aan de keuze. Dan gaat het om de vervulling. De Heere is een jaloers God op Zijn eer. Alleen in Christus is er zaligheid. Hoe komt het dat er in onze tijd zo weinig mensen kunnen zeggen dat ze in Christus geborgen zijn? Zou het komen omdat we genoeg hebben aan onze keuze? Of aan de belofte? Het is waar: de belofte is God eigen Woord. We mogen er de vinger bij leggen. Niettemin is het nodig dat we de grond uit de belofte verliezen. Voor Ruth was het niet genoeg dat ze wat mocht oprapen op de akker van Boaz. Ruth had Boaz nodig. Hij was de losser. En hem moest ze leren kennen als haar bruidegom. Zo zijn er ook nu nog jonge mensen die de vraag stellen: 'Hoe leer ik Hem kennen?'. Het antwoord vind je in Gods Woord. Door te gaan zitten naast de zondares waar Lukas 7 van spreekt. Zij zat als een schuldige aan Jezus voeten. Ze had geen woorden meer. Alleen maar tranen. En Jezus zag haar aan. Hij sprak: Uw zonden zijn u vergeven (vers 48). Dat woord van Christus geeft vrede in het hart. Dan ga je leren dat Hij een volkomen Zaligmaker is voor een volkomen zondaar."

 

Advent betekent: uitzien naar de komst van de Vredevorst. Advent betekent ook uitzien naar Zijn wederkomst. Hebt u weieens heimwee om altijd bij de Heere te zijn?

"Aan het begin van ons gesprek heb ik u verteld hoe het tijdens mijn ziekte was. Ik wenste ontbonden te zijn om met Christus te wezen. De Heere heeft echter onze levenstijd bepaald. Maar als Christus mijn hart vervult met liefde tot Hem, dan is er een heimwee om altijd bij Hem te mogen zijn."

 

Wat zou tenslotte tegen de jongeren willen zeggen.

"Ik ben nu bijna 92 jaar. De Heere heeft gegeven dat ik meer dan vijftig jaar met jonge mensen heb mogen omgaan. In al die jaren heb ik de jeugd iedere dag mogen meenemen in het gebed.

Het is mijn uitzien dat de Heere een opwekking geeft onder de jeugd van de gemeenten. Tegen jullie wil ik zeggen: Ga maar naar de Heere. Je zoekt Hem nooit tevergeefs, Hij staat voor je met uitgebreide armen. Toen je gedoopt werd, heeft Hij gezegd dat Hij ook jouw God wil zijn. Bid of je jezelf mag leren kennen als een albederver.

Dat moet ik op mijn leeftijd ook van mijzelf zeggen. Maar ik mag ook zeggen dat ik nooit teleurgesteld ben in de Heere en in mijn dierbare Borg. Luister niet naar de stem van satan als hij zegt dat je moet weten dat je uitverkoren bent. De Heere zegt: ken je ongerechtigheid, dat je tegen de Heere gezondigd hebt. Ik ben nu oud geworden en nu mag de verkiezing mij tot troost zijn. Het is een groot wonder dat God naar mij heeft omgezien, maar een nog groter wonder dat Hij het met mij volhoudt."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 december 2004

Daniel | 36 Pagina's

Het wonder van Kerstfeest

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 december 2004

Daniel | 36 Pagina's