JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De oude paden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De oude paden

4 minuten leestijd

Zo zegt de HEERE: taat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin, zo zult gij rust vinden voor uw ziel; maarzij zeggen: ij zullen daarin niet wandelen. JtREMIA 6:16.

Wie hebben er on die wee gewandeld? Dan zie ik daaxoc een Obadja en Timotheüs, maar ook een Ruth en Manasse.

Deze woorden heeft de Heere in de mond gelegd van de nog jonge profeet Jeremia. Hij profeteerde deze woorden tot het volk in de tijd van de Godvrezende koning Josia. En terwijl die koning het goede zocht voor het volk, vroeg het volk om vernieuwingen. Op allerlei gebied, maar bijzonder wel op geestelijk gebied! We lezen hoe het volk een preek wilde horen waarin één ding duidelijk naar voren kwam: Vrede, vrede en geen gevaar!

Jonge vrienden, hoevelen willen in onze tijd ook graag zo'n preek horen? Ach, van nature dan willen wij ook eigenlijk niet anders.

Jeremia krijgt echter getrouwmakende genade om het volk de boodschap des Heeren voor te houden. Hij wijst in die boodschap op de oude paden, waarin een mens niet bedrogen zal uitkomen. Onze kanttekenaar wijst er op wat die oude paden zijn en schrijft: Die paden, die God Zijn volk in voortijden altoos geleerd en geleid heeft, om hen tot de zaligheid te brengen. Dus de manier waarop God Zijn volk bekeert. En dat blijft altijd hetzelfde! Zoals God Adam bekeerd heeft, zo doet Hij dat nog. En dat mogen we ook in onze tijd wel goed bedenken! Maar misschien vraagt er één: Hoe gaat dat dan? Wel, de profeet wijst daar heel eenvoudig op: Staat op de wegen. Dat is het eerste, als een mens door het wonder van wedergeboorte wordt stilgezet op de brede weg, die naar het verderf leidt. Dan wordt hij stilgezet en zoals de verloren zoon tot zichzelf gebracht. Hij gaat toezien. Dat wil zeggen: hij gaat zien dat hij buiten God en zonder hoop op de wereld is. Er komt een smartelijk gemis van God en een hartelijke droefheid over de zonden. Kennen wij daar ook iets van? Zijn wij zo ook wel eens stilgezet? Sommige mensen spreken veel over Jezus, maar hun zonden en schuld en Godsgemis kennen ze niet. Als dat zo is in ons leven, roept de profeet toe: Ziet toe! Er komt ook een vragen naar de oude paden. We zagen dat die oude paden wijzen op de weg der zaligheid. En die weg loopt langs Sinaï naar Golgotha. Dat betekent, dat de Heere Zijn wet gaat gebruiken om een mens te leren wie hij geworden is door de zonde. Dan wordt het van onze kant zo onmogelijk om nog zalig te worden. Dan leren we buigen onder de eis van Gods wet en roepen we uit: Ik ben door Uwe wet te schenden, krom van lenden, vol van druk, benauwd van hart. Dan gaan we de vraag van de catechismus beleven: Is er enig middel om die welverdiende strafte ontgaan en wederom tot genade te komen? Kennen wij die vraag ook in ons jonge leven?

Het is juist de weg, waarin de Heere plaats maakt voor wat de profeet noemt: Rust vinden voor uw zielen. Wat is dat onvergetelijk, als zulke schuldige mensen voor het eerst buigend onder Gods recht de Middelaar mogen zien in Zijn schoonheid. Hij wordt de Rustaanbrenger genoemd, omdat Hij de zonden en schuld van Zijn uitverkoren volk heeft gedragen. Hij heefteen rust aangebracht, waarvan Gods kinderen hier op aarde wel eens iets mogen beleven. Maar: hoe meer ze van die Middelaar leren kennen, hoe armer dat ze worden in zichzelf. Waarom? Wel, zo houdt de Heere Zijn kinderen arm en klein. Straks zal de volle rust hen pas volkomen gegeven worden.

Vraagje misschien: wie hebben er op die weg gewandeld? Dan zie ik daarop een Obadja en Timotheüs, die de Heere mochten vrezen van hun jeugd af aan. Maar ook een Ruth en Manasse, die pas later op die weg geplaatst werden. Maar één ding is zeker: er is in hun aller leven een wonder gebeurd: ze zijn van dood levend gemaakt en toen op die weg gebracht.

Dat het toch van ons niet zou gelden: Maarzij zeggen: wij zullen daarin niet wandelen. Velen bewandelen helaas hun eigen weg. Hetzij in de wereld, hetzij in de "nieuwe paden" van de godsdienst van onze tijd. Lieve jeugd: vraag toch naar de oude paden, want zoals God vroeger Zijn volk bekeerde, zo doet Hij dat nog! Dat het ons gebed mocht zijn: Heere, dat mij de laagste plaats Op die heilweg zij gegeven! Niemand ooit heeft zoveel kwaads Tegen zoveel licht bedreven.

De Va/k-Wekerom, ds.B.J. van Boven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 december 2004

Daniel | 36 Pagina's

De oude paden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 december 2004

Daniel | 36 Pagina's