De plaats van de vrouw
Bijbelstudie
Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams. Efeze 5: 23.
De vrouw moet onderdanig zijn aan de man. In het algemeen houden wij niet van bazige vrouwen en meisjes. Paulus zegt echter niet, dat vrouwen niet over hun mannen moeten heersen omdat bazige vrouwen niet populair zijn, maar omdat de man het hoofd van de vrouw is. De apostel geeft twee redenen op voor de Bijbelse onderdanigheid van de vrouw. Hij wijst eerst op de scheppingsorde. Hij wijst ten tweede op de relatie tussen Christus en Zijn gemeente. Het zijn redenen die ons opnieuw leren dat de Bijbelse onderdanigheid van de vrouw geen slaafse onderworpenheid is.
De eerste reden heeft te doen met onze schepping. God heeft eerst Adam gemaakt en daarna Eva. Hij heeft de man tot het hoofd van de vrouw gemaakt. Het woord 'hoofd' komen we in de Schrift vrij veel tegen. Het is niet alleen de aanwijzing van een lichaamsdeel, maar heeft vooral ook een zinnebeeldige betekenis. Het wijst op de leider, de voornaamste persoon van de groep. In het Oude Testament lezen we van de hogepriester (hoofdpriester), hoofden over het volk (Exodus 18: 25), hoofden over duizend (Numeri 1: 16) en hoofden van de vaderlijke huizen (Exodus 6: 13, Jozua 22: 14). Het betekent steeds leiderschap en vertegenwoordiging van anderen.
In het Nieuwe testament komen we dit woord ook veelvuldig in overdrachtelijke zin tegen. Het gaat daarin meest over Christus, Die het hoofd van de gemeente is. De gemeente is het lichaam en Christus is het Hoofd, de Vertegenwoordiger, de Behouder, de Beschermer, de Heere van de gemeente.
Erkennen van leiderschap
De vermaning van Paulus tot de vrouwen heeft te maken met de schepping van de mens. Zo heeft God ons gemaakt. Wij moeten met de feministen zeggen dat God het verkeerd heeft gedaan of de Bijbel naspreken en zeggen dat God het goed heeft gedaan. De man is tot 'heer' van de schepping gemaakt. God heeft hem het leiderschap, het koningsschap toebetrouwd. Hij heeft met hem het werkverbond en na de val het genadeverbond opgericht. De man is tot regeren geroepen. Hij neemt de beslissingen; hij neemt de leiding. Dit is zijn specifieke taak. Dit is de eerste fundamentele boodschap van de Schrift. De man is het hoofd van de schone verbintenis tussen man en vrouw. God deelde de man gaven en krachten mee om dit te kunnen zijn. De Schrift komt steeds op dit scheppingsgegeven terug. Dit gegeven is dan ook fundamenteeel voor de verhouding tussen man en vrouw. Paulus wil dat de christenvrouwen dit zullen bedenken. De man is eerst gemaakt. Niet de vrouw. Zo is de scheppingsorde. Maar de man kan zijn taak niet alleen uitvoeren. Hij heeft daarbij de hulp van de vrouw nodig. Zij is uit de man genomen om een "hulp tegenover hem" te zijn. Dat is dus de vrouw. Wanneer je als vrouw of meisje jezelf afvraagt: wie ben ik? Wat is Gods oorspronkelijke en blijvende bedoeling met mijn anders-zijn dan de man? Het antwoord op die vraag vind je in Genesis 2: 20.
Waartoe geschapen?
Het is van grote betekenis te zien wat de aanleiding was tot de schepping van de vrouw. Nadat alles geschapen was, ontbrak er nog iemand. Het was niet alleen Adam, die dit voelde toen hij zag dat alle dieren mannetje en vrouwtje waren, maar God constateerde dit ook. We lezen: Maar voor den mens vond hij geen hulpe die als tegen hem over ware (Genesis 2:20). Deze begrippen wijzen op een persoon, die bij Adam past, die als gelijke zijn 'tegenover' kan zijn en wat hem ontbreekt kan aanvullen. Dat is dus de vrouw! Het unieke van de vrouw is dat zij de mens, de man complementeert. Zij is een bij hem passende hulp. Alles wijst op de grote en hoge heerlijkheid van de vrouw. Wij kunnen Adam een uniek schepsel noemen, maar moeten ook de vrouw een uniek schepsel noemen. Zij is geschapen een "hulp tegenover" de man te zijn. Het Hebreeuwse woord 'hulp' geeft ons geen reden om hier aan slavernij te denken. Het woord helper refereert in het Oude Testament steeds aan God. Hij is de Helper van de vromen. Het ziet op goddelijke hulp en ondersteuning. Dit zal de vrouw voor de man zijn. Dat is heel wat anders dan wij denken. Wie moet er geholpen worden? Wie kan zonder de hulp van de vrouw zijn goddelijke opdracht niet uitvoeren? Wie is zonder de vrouw alleen en zonder hulp? Het is de man! In de schepping van de vrouw uit de rib van Adam mag men dus niet concluderen, dat zij door God tot de slavin van de man gemaakt is. God had heel iets anders in gedachten. God bedoelde een 'overeenkomstig' persoon als Adam te scheppen om de man te helpen in zijn missie. Zij moest een helper "als tegenover hem" zijn. Dat wil zeggen: iemand die hem gelijk is en niet boven hem of onder hem staat.
Waardering van de vrouw
Dit blijkt uit Adams reactie toen de vrouw door God tot hem werd gebracht. Adam zei: Deze is ditmaal been van mijn benen en vlees van mijn vlees (Genesis 2: 23). Hij zag de vrouw als ee schepsel dat een deel van hem was, gelijk in orde van schepping, begiftigd met hetzelfde beeld en dezelfde gelijkenis van God. Er klinkt in Adams begroeting van de vrouw verwondering door. Wat heeft de zondeval hier veel stuk gemaakt! Wat zien weinig mannen nog in verwondering over Gods wijsheid en goedheid op de vrouw. Het is allemaal zo laag-bij-de-gronds geworden. Hoe weinig mannen en jongens kennen nog de verwondering over de vrouw als hulp tegenover hen. Adam riep in verwondering 'Manninne', een vrouwelijke mens! Iemand die bij mij past.
Vragen
1. Wat is het verband tussen het scheppinggegeven dat de man het hoofd van de vrouw is en de volgende zaken:
- Het bedekken van het hoofd door de vrouw in de eredienst? 1 Korinthe 11: 1-16.
- Het niet mogen beklimmen van de kansel. 1 Korinthe 14: 33-35. 1 Timotheus 2: 11-15.
2. Mag een vrouw helemaal niets zeggen in de gemeente? Aan welke voorwaarde moest zij dan voldoen? Wat is hier het verschil tussen man en vrouw? 1 Korinthe 11: 4, 5.
3. Waarin had Adam de hulp van zijn vrouw nodig? Wat was hun opdracht? Genesis 1: 28.
4. Is het wel waar dat juist de man hulp nodig heeft? 1 Petrus 3: 7. Waar wijst de vermaning aan het adres van de man op?
5. Waaruit blijkt dat man en vrouw elkaar niet missen kunnen? Genesis 2: 20. Zie ook 1 Korinthe 11: 11.
6. Waarin zijn man en vrouw gelijk? Galaten 3: 28.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 2004
Daniel | 32 Pagina's