Identiteitscrisis
Weer wat nieuws...
Het is dankdag 2004. Op het ministerie van Justitie in Den Haag zit een bezorgde minister Donner. Tijd om naar de kerk te gaan heeft hij niet. Het land staat in brand. De schokkende moord op filmmaker Theo van Gogh heeft tot onlusten geleid. Terwijl de politie jaagt op moslimterroristen, staan kerken en moskeeën in brand (een fenomeen dat we enkele jaren geleden alleen nog kenden van het verre Indonesische eiland Ambon). Bevolkingsgroepen staan tegenover elkaar. Kalmte en verzoening zijn hard nodig.
Plotseling krijgt Donner een inval. Hij denkt aan zijn opa. Toen die minister van Justitie was, zorgde hij voor een wettelijk verbod op smalende godslastering. Decennialang werd dat nauwelijks gebruikt. Toch staat het nog steeds in het Wetboek van Strafrecht. Misschien een mooi gebaar er weer eens een beroep op te doen. Dan weet iedereen dat hij in deze spannende tijden voorzichtig moet omgaan met de diepste overtuigingen van een ander. Moslims zullen bovendien ervaren dat de wetgever hen graag bescherming wil bieden.
Een goed politicus begint altijd, zeker in Nederland, met gedegen onderzoek. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft Donner daarom dat er eens goed moet worden gekeken of het oude verbod kan bijdragen aan ontspanning en verzoening. Onder de brief staan ook de handtekeningen van minister Verdonk (VVD) en vice-premier De Graaf (D66). De Kamer besteedt aan de passage niet veel aandacht. Donner denkt daarom dat de zaak geregeld is. Op 13 november vertelt hij zijn plan aan het partijcongres van het CDA. Maar dan breekt plotseling tumult los. De ministers Verdonk en De Graaf laten weten dat zij niets zien in een herleving van het verbod op godslastering. Een flink deel van de Tweede Kamer betoogt nu zelfs dat het artikel zo snel mogelijk uit het wetboek moet worden verwijderd. D66-kamerlid mevrouw Van der Laan dient een motie in om dat te regelen. Slechts met moeite kunnen minister Donner en premier Balkenende een meerderheid ervan overtuigen dat dit - zeker nu - geen goed plan is.
Autonoom
De kwestie rond minister Donner toont haarfijn waar het grote probleem van Nederland zit. Ons land lijdt aan een identiteitscrisis. Vroeger waren we een christelijke natie, daarover zijn we het wel eens. Maar nu? Een seculier land, waar godsdienst alleen iets is voor thuis, waar de mensen autonoom willen zijn (tijdens het leven en zelfs bij het sterven) en waar God vrijelijk gevloekt mag worden? Of zijn we toch nog een beetje christelijk, geven we religie een eerlijke plaats en willen we nog waarden en normen? Politici van D66, VVD, LPF en Groenlinks kiezen steeds vaker en openlijker voor het eerste. Dat leidt tot grote problemen. Neem het integratiebeleid. Als gereformeerden voelen we ons al vaak wat in een hoek gedrukt. Voor moslims geldt dat in versterkte mate. Ze voelen dat er op ze wordt neergekeken, dat ze al snel als fundamentalistisch of achterlijk worden versleten. Dat schept afstand. Sommigen radicaliseren en worden gevoelig voor een prediking van haat en geweld.
Anders gaat het in Amerika, waar religie over het algemeen veel hoger staat aangeschreven. Moslims integreren er makkelijker (de meeste 11-september-terroristen kwamen uit Europa). Om voluit Amerikaan te zijn, hoeven ze hun geloofsovertuiging niet los te laten. De vrijheid van meningsuiting is er groot, maar Amerikanen kijken wel uit om opzichtig krenkende uitlatingen te doen over andermans religie. Uitspraken zoals Theo van Gogh ze deed, leiden er onmiddellijk tot juridische stappen.
Heiligheid
In Nederland daarentegen valt de halve Tweede Kamer over het voorstel om het wettelijk verbod op godslastering nieuw leven in te blazen. Gelovigen mogen van de seculiere meerderheid vooral geen bijzondere bescherming genieten ten opzichte van niet-gelovigen. Een godsdienstige overtuiging is immers niet méér dan een ideologie waar geen God aan te pas komt. Dat je God wordt beledigd is toch niet erger dan dat bijvoorbeeld je zoon wordt beledigd?
Het lijkt plausibel, maar de vergelijking gaat niet op. Wat in de discussie helaas over het hoofd wordt gezien, is de heiligheid van God. Wordt mijn zoon uitgescholden, dan is dat heel vervelend, maar leer ik hem om zich er niets van aan te trekken. Wordt Gods Naam gevloekt, dan siddert de gelovige. Een niet-gelovige kan dat niet meevoelen. Maar het is er wel, het hele erge: Gods heiligheid wordt aangetast. Zoiets kan niet ongestraft blijven.
Is dat vandaag de dag nog uit te leggen? Moeilijk. De kwestie-Donner laat zien hoe groot het onbegrip is. Of signaleren we zelfs anti-religieuze haat? Wie zich realiseert dat hij leeft in een Godevijandige samenleving, moet maar niet op veel vriendelijkheid rekenen. Beter dan een nationale (Nederlandse) identiteit is het burgerschap van het Koninkrijk der hemelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 2004
Daniel | 32 Pagina's